De Eer­waar­de Ajahn Chah Sub­had­do (Chao Khun Bod­hi­ny­a­na The­ra, soms met de eer­vol­le titel Luang Por (eer­waar­de vader) en Phra, 17 juni 1918 – 16 janu­a­ri 1992) was een invloed­rij­ke medi­ta­tie leraar bin­nen het Boed­dhis­me en de oprich­ter van twee gro­te kloos­ters in de Thai­se Bostra­di­tie. Hij werd geres­pec­teerd en was geliefd in zijn eigen land als een man met gro­te wijs­heid, en was instru­men­teel in het ves­ti­gen van het The­ra­va­da Boed­dhis­me in het Wes­ten. Begin­nend in 1979 met het oprich­ten van Cit­ta­vi­ve­ka (beter bekent als Chithurst Bud­dhist Monas­tery) in Groot Brit­tan­nië, heeft de Thai­se Bostra­di­tie van Ajahn Chah zich door heel Euro­pa, de VS en het Brit­se Gemeen­goed vers­prijdt. De Dham­ma pre­ken van Ajahn Chah zijn opge­no­men en ver­taald in ver­schil­len­de talen. Hij stond bekend om zijn sim­pe­le en hel­de­re pre­sen­ta­tie van de Dham­ma, die zowel de loka­le dor­pe­lin­gen als de hoog­ste soci­a­le klas­se in Bang­kok inspi­reer­de. Hij stond ook bekend als de mees­ter met de mees­te wes­ter­se monnik-discipelen, waar­voor hij een apart kloos­ter (Wat Pah Nana­chat) open­de vlak­bij zijn eigen kloos­ter Wat Nong Pah Pong. Meer dan een mil­joen men­sen, waar­on­der de Thai­se Konink­lij­ke fami­lie, kwa­men op de begra­fe­nis van Ajahn Chah in 1992. Hij heeft een erfe­nis aan Dham­ma pre­ken, leer­lin­gen en kloos­ters ach­ter zich gela­ten.

Een deel van de hier vol­gen­de vra­gen, ant­woor­den, en dis­cus­sies met Ajahn Chah zijn opge­no­men tij­dens een bezoek van een groep Wes­ter­se leer­lin­gen en Dham­ma lera­ren aan Wat Pah Pong. Ook zijn delen van vra­gen en ant­woor­den van ‘Living Bud­dhist Mas­ters’ geïn­clu­deerd, een ver­za­me­ling uit een eer­de­re peri­o­de gedu­ren­de de regen­tijd retrai­te van 1970 in Wat Pah Pong. De engel­se ver­sie is hier te vin­den, deze tekst is in het Neder­lands ver­taald door Buddho.nl (alle fou­ten zijn enkel aan hen toe te schrij­ven).


V: Hoe moe­ten we begin­nen met medi­te­ren? Moe­ten we aan medi­ta­tie begin­nen met een groot ver­trou­wen?

A: Veel men­sen begin­nen met wei­nig ver­trou­wen en begrip. Dit is heel natuur­lijk. We moe­ten alle­maal begin­nen waar we zijn. Wat belang­rijk is, is dat als je medi­teert je bereid bent om in je eigen mind te kij­ken, naar de eigen omstan­dig­he­den, om op een direc­te manier over jezelf te leren. Dan zal het ver­trou­wen en begrip in je hart van­zelf ster­ker wor­den.

V: Ik doe heel erg mijn best in mijn medi­ta­tie, maar het lijkt als­of ik ner­gens kom.

A: Pro­beer niet ergens te komen in je medi­ta­tie. Juist het ver­lan­gen om vrij te zijn of om ver­licht te zijn zal het ver­lan­gen zijn dat je vrij­heid voor­komt. Je kunt zo hard je best doen als je wilt, dag en nacht vurig medi­te­ren, maar als je nog het ver­lan­gen hebt om iets te berei­ken, zal je nooit vre­de vin­den. De ener­gie van dit ver­lan­gen zal voor twij­fel en rus­te­loos­heid zor­gen. Het maakt niet uit hoe lang en inten­sief je medi­teert, wijs­heid ont­staat niet uit ver­lan­gen. Laat het gewoon gaan. Kijk aan­dach­tig naar de mind en het lichaam, maar pro­beer niet iets te berei­ken. Anders zal je, als je begint met medi­te­ren en je hart rus­ti­ger wordt, gelijk den­ken, “Oh, ben ik al bij het eer­ste sta­di­um? Hoe veel ver­der moet ik nog gaan?” Op dat moment ver­lies je alles. Het is het bes­te om gewoon te obser­ve­ren hoe de medi­ta­tie zich op natuur­lijk wij­ze ont­wik­kelt.

Je moet oplet­tend zijn zon­der enig con­cept over niveaus, sim­pel en direct, op wat er in je hart of mind gebeurt. Hoe meer je kijkt, hoe hel­der­der je zult zien. Als je leert om com­pleet oplet­tend te zijn, dan hoef je je geen zor­gen te maken over welk sta­di­um je hebt bereikt; ga gewoon door in de juis­te rich­ting, en de din­gen zul­len zich op natuur­lij­ke wij­ze aan je open­ba­ren.

Hoe kan ik spre­ken over de essen­tie van de beoe­fe­ning? Voor­uit lopen is niet cor­rect, ach­ter­uit dein­zen is niet cor­rect, en stil staan is niet cor­rect. Er is geen manier of maat om bevrij­ding te cate­go­ri­se­ren.

V: Maar zoe­ken we niet die­pe­re con­cen­tra­tie in de medi­ta­tie?

A: In zit­ten­de medi­ta­tie, als je hart stil en gecon­cen­treerd wordt, is dat een belang­rijk werk­tuig om te gebrui­ken. Maar je moet voor­zich­tig zijn om niet in deze rust te blij­ven ste­ken. Als je alleen maar zit om con­cen­tra­tie te krij­gen en je zo geluk­kig en fijn te voe­len, dan ver­spil je je tijd. Medi­ta­tie is zit­ten en je hart stil en gecon­cen­treerd maken en dan die con­cen­tra­tie gebrui­ken om de aard van mind en lichaam te onder­zoe­ken. Anders, als je sim­pel­weg de mind stil maakt, zal hij alleen maar stil en vrij van ver­ont­rei­ni­gin­gen zijn zolang als je zit. Dit is als het gebrui­ken van een steen om een kuil met afval te dich­ten; als je de steen weg haalt, dan zit de kuil nog steeds vol met vuil. De vraag is niet hoe lang of kort je zit. Je moet je con­cen­tra­tie gebrui­ken, niet om je tij­de­lijk te ver­lie­zen in exta­se, maar om zo diep als moge­lijk de aard van mind en lichaam te door­gron­den. Dit is wat je uit­ein­de­lijk bevrijdt.

Het onder­zoe­ken van mind en lichaam op de meest direc­te manier heeft niks te maken met den­ken. Er zijn twee niveaus van onder­zoe­ken. Een is met gedach­ten en den­ken, je gevan­gen hou­dend in een opper­vlak­ki­ge per­cep­tie van erva­ring. De ande­re is het stil­le, gecon­cen­treer­de naar bin­nen gekeer­de luis­te­ren. Pas als het hart gecon­cen­treerd en stil is kan ech­te wijs­heid op natuur­lij­ke wij­ze opko­men. In het begin is wijs­heid een hele zach­te stem, een gevoe­li­ge jon­ge plant die net begint uit de aar­de op te rei­zen. Als je dit niet begrijpt, dan denk je er mis­schien te veel over na en ver­trap je het onder je voe­ten. Maar als je het stil­le­tjes voelt, kan je, in die ruim­te, begin­nen de fun­da­men­te­le aard van je lichaam en van je men­ta­le pro­ces­sen aan te voe­len. Het is dit zien dat er toe leidt dat je leert over ver­an­de­ring, over leeg­te, en over zel­floos­heid van lichaam en mind.

V: Maar als we niets zoe­ken, wat is Dham­ma dan?

Over­al waar je kijkt is de Dham­ma; bij het bou­wen van een gebouw, bij het lopen over straat, bij het zit­ten in de bad­ka­mer, of hier in de medi­ta­tie hal, dit is alle­maal Dham­ma. Wan­neer je juist begrijpt, is er niets in de wereld dat niet Dham­ma is.

Maar je moet begrij­pen. Geluk­kig zijn en onge­luk­kig zijn, ple­zier en pijn zijn altijd bij ons. Wan­neer je hun aard begrijpt, zijn de Boed­dha en de Dham­ma daar. Als je de din­gen hel­der ziet, is elk erva­rings­mo­ment de Dham­ma. Maar de mees­te men­sen rea­ge­ren blin­de­lings op alles wat ple­zie­rig is, “Oh, dit vind ik fijn, ik wil meer”, en op alle onple­zie­ri­ge din­gen, “ga weg, ik vind dit niet fijn, ik wil dit niet meer”.  Als je jezelf in plaats daar­van toe­staat om je op de meest sim­pe­le manier vol­le­dig te ope­nen voor de aard van elke erva­ring, zul je één wor­den met de Boed­dha.

Het is zo mak­ke­lijk en direct als je het een­maal begrijpt. Wan­neer ple­zie­ri­ge din­gen opko­men, begrijp dat ze leeg zijn. Als onple­zie­ri­ge din­gen opko­men, begrijp dat ze niet jou zijn, niet van jou; ze gaan voor­bij. Als je feno­me­nen niet op jezelf betrekt als­of ze gelijk zijn aan jou, of jezelf als hun eige­naar ziet, dan komt de mind in balans. Deze balans is het juis­te pad, de juis­te leer van de Boed­dha die tot bevrij­ding leidt. Vaak raken men­sen zo opge­won­den – “Kan ik dit of dat niveau van sama­dhi (con­cen­tra­tie) berei­ken?” of “Wel­ke krach­ten kan ik ont­wik­ke­len?” Ze slaan de les­sen van de Boed­dha hele­maal over en gaan naar een ande­re wereld die niet echt bruik­baar is. De Boed­dha is in de sim­pel­ste din­gen te vin­den, recht voor je, als je bereid bent om te kij­ken. En de essen­tie van deze balans is de niet grij­pen­de mind.

Wan­neer je begint met medi­te­ren, is het belang­rijk om een goed rich­tings­ge­voel te heb­ben. In plaats van gewoon aller­lei wegen te pro­be­ren en in cir­kels rond te dwa­len, moet je een kaart raad­ple­gen van iemand die er al eer­der is geweest, zodat je een gevoel krijgt voor de rich­ting.  De weg naar bevrij­ding die als eer­ste door de Boed­dha werd onder­we­zen, was de mid­del­ste weg, tus­sen de extre­men van  ver­lan­gens bevre­di­gen en zelf­kas­tij­ding. De mind moet open staan voor alle erva­rin­gen zon­der zijn balans te ver­lie­zen en in deze extre­men te ver­val­len. Dit maakt het moge­lijk om de din­gen te zien zon­der te rea­ge­ren en te grij­pen of af te sto­ten.

Wan­neer je deze balans begrijpt, wordt de weg dui­de­lijk. Als je groeit in begrip, wan­neer er dan din­gen komen die ple­zie­rig zijn, rea­li­seer je je dat ze niet zul­len blij­ven, dat ze leeg zijn, dat ze je geen zeker­heid bie­den. Onple­zie­ri­ge din­gen zul­len ook geen pro­ble­men meer ver­oor­za­ken want je zult zien dat ook zij niet blij­ven, dat ze even­goed leeg zijn. Uit­ein­de­lijk, als je ver­der langs de weg gaat, zal je inzien dat niets in de wereld een essen­ti­ë­le waar­de heeft. Er is niks om aan vast te hou­den. Alles is zoals een oude bana­nen­schil of een kokos­noot­schil – je hebt er niks aan, je bent er niet door gefas­ci­neerd. Wan­neer je ziet dat de din­gen in de wereld als oude bana­nen­schil­len zijn waar je geen waar­de aan hecht, dan ben je vrij om in door de wereld te gaan zon­der gestoord of gekwetst te wor­den, op wat voor manier dan ook.  Dit is de weg die je naar vrij­heid zal bren­gen.

V: Raad u leer­lin­gen aan om lan­ge, inten­sie­ve, stil­te meditatie-retraites te doen?

A: Dat is hoofd­za­ke­lijk een indi­vi­du­e­le kwes­tie. Je moet leren te medi­te­ren in aller­lei situ­a­ties, zowel op de markt als­ook wan­neer je echt alleen bent. Toch is het han­dig om te begin­nen waar het stil is; dat is één van de rede­nen waar­om wij in het bos leven. In het begin doe je din­gen lang­zaam, wer­kend om mind­ful te wor­den. Na een tijd­je kan je leren om in elke situ­a­tie mind­ful te zijn.

Som­mi­ge men­sen heb­ben gevraagd om zes maan­den of een jaar een stil­le, inten­sie­ve medi­ta­tie beoe­fe­ning te doen. Hier­voor kan geen regel zijn; het moet op indi­vi­du­eel niveau bepaald wor­den. Het is net als de ossen-kar die de dor­pe­lin­gen hier gebrui­ken. Als de bestuur­der een lading naar een stad­je toe brengt, dan moet hij de kracht van de wagen, de  wie­len, en de ossen beoor­de­len. Kun­nen ze het aan, of niet? Op dezelf­de manier moe­ten de leer­ling en de leraar goed aan­voe­len wat de moge­lijk­he­den en limie­ten zijn. Is de leer­ling klaar voor dit soort beoe­fe­ning? Is dit het juis­te moment? Voelt het goed aan en wees ver­stan­dig; ken en res­pec­teer je eigen limie­ten. Dat is ook wijs­heid.

De Boed­dha sprak over twee meditatie-stijlen: bevrij­ding door wijs­heid en bevrij­ding door con­cen­tra­tie. Men­sen wiens stijl de bevrij­ding door wijs­heid is, horen de Dham­ma en begin­nen het met­een te begrij­pen. Omdat de hele leer sim­pel­weg is de din­gen te laten gaan, de din­gen te laten zijn, begin­nen zij op natuur­lij­ke wij­ze het laten gaan te beoe­fe­nen, zon­der een gro­te hoe­veel­heid inspan­ning of con­cen­tra­tie. Deze sim­pe­le medi­ta­tie kan ze uit­ein­de­lijk naar dat die­pe­re gebied  bren­gen waar er geen laten gaan of iemand om aan vast te hou­den meer is.

Som­mi­ge men­sen, aan de ande­re kant, afhan­ke­lijk van hun ach­ter­grond, heb­ben veel meer con­cen­tra­tie nodig. Zij moe­ten op gedis­ci­pli­neer­de wij­ze, over lan­ge­re tijd zit­ten en medi­te­ren. Voor hen wordt deze con­cen­tra­tie, als hij op een juis­te manier wordt gebruikt, de basis voor diep, door­gron­dend inzicht. Als de mind een­maal gecon­cen­treerd is, is het als­of je de mid­del­ba­re school hebt afge­maakt en naar de uni­ver­si­teit kan gaan om aller­lei din­gen te bestu­de­ren. Als Sama­dhi een­maal sterk is, kan je ver­schil­len­de niveaus van absorp­tie in gaan, of je kan alle niveaus van inzicht erva­ren, afhan­ke­lijk van hoe je kiest de con­cen­tra­tie te gebrui­ken.

In elk geval, bevrij­ding door wijs­heid en bevrij­ding door con­cen­tra­tie moe­ten tot dezelf­de vrij­heid in de beoe­fe­ning voe­ren. Alle werk­tui­gen van onze beoe­fe­ning die toe­ge­past wor­den zon­der hech­ting kun­nen ons naar bevrij­ding bren­gen. Zelfs de voor­schrif­ten – of het nou de vijf voor­schrif­ten van de leek, de tien voor­schrif­ten van de novi­ce, of de 227 voor­schrif­ten van een mon­nik zijn –  kun­nen op dezelf­de manier wor­den gebruikt. Want dit zijn vor­men van dis­ci­pli­ne die mind­ful­ness en opge­ven nodig heb­ben, er is geen limiet aan hun bruik­baar­heid. Bij­voor­beeld, als je zelfs alleen het fun­da­men­te­le voor­schrift van eer­lijk­heid blijft ver­fij­nen, het toe­pas­send op je han­de­lin­gen naar bui­ten en over­pein­zin­gen naar bin­nen toe, kent het geen limiet. Net als elk ander Dham­ma werk­tuig, kan het je bevrij­den.

V: Is het nut­tig om op lief­de­vol­le vrien­de­lijk­heid te medi­te­ren als apart onder­deel van de medi­ta­tie?

A: Woor­den van lief­de­vol­le vrien­de­lijk­heid her­ha­len kan nut­tig zijn, maar dit is een best ele­men­tai­re medi­ta­tie. Wan­neer je daad­wer­ke­lijk in je eigen mind hebt geke­ken en de essen­ti­ë­le Boed­dhis­ti­sche beoe­fe­ning juist hebt uit­ge­voerd, zul je begrij­pen dat ware lief­de ver­schijnt. Wan­neer je het zelf en de ander laat gaan, dan is er een die­pe, natuur­lij­ke ont­wik­ke­ling die ver­schilt van het kin­der­spel van het her­ha­len van de for­mu­le, “Moge alle wezens geluk­kig zijn; moge alle wezen vrij zijn van lij­den.”

V: Waar moe­ten we heen gaan om de Dham­ma te bestu­de­ren?

A: Als je de Dham­ma zoekt, zul je zien dat het niks te maken heeft met het bos, de ber­gen, of de grot­ten – het bestaat alleen in het hart. De taal van de Dham­ma is niet Engels of Thai of Sans­kriet. Het heeft zijn eigen taal, die het­zelf­de is voor alle men­sen – de taal van erva­ring. Er is een groot ver­schil tus­sen con­cep­ten en direc­te erva­ring. Ieder die een vin­ger in een glas heet water steekt zal dezelf­de erva­ring van hit­te heb­ben, maar het wordt in ver­schil­len­de talen ver­schil­lend genoemd. Op dezelf­de manier geldt dat, wie diep in het hart kijkt dezelf­de erva­ring zal heb­ben, onge­acht zijn of haar nati­o­na­li­teit of cul­tuur of taal. Als je in je hart bij die smaak van Dham­ma komt, wordt je één met ande­ren, als­of je bij een gro­te fami­lie gaat horen.

V: Is het Boed­dhis­me dan heel anders dan ande­re reli­gies?

A: Het is de taak van elke ech­te reli­gie, inclu­sief het Boed­dhis­me, om men­sen naar het geluk te bren­gen door het hel­der en eer­lijk zien van hoe de din­gen zijn. Wan­neer wel­ke reli­gie of sys­tem of medi­ta­tie dan ook dit bewerk­stel­ligt, kan je dat Boed­dhis­me noe­men, als je dat wilt.

In het Chris­ten­dom bij­voor­beeld, is kerst­mis een van de meest belang­rij­ke vakan­ties. Een groep wes­ter­se mon­ni­ken besloot vorig jaar een spe­ci­a­le dag van kerst­mis te maken, met een cere­mo­nie van geschen­ken geven en ver­dien­sten ver­wer­ven. Ver­schei­de­ne ande­re dis­ci­pe­len van mij had­den hier vraag­te­kens bij, zeg­gend, “Als zij inge­wijd zijn als Boed­dhis­ten, hoe kun­nen ze dan kerst­mis vie­ren? Is dat niet een Chris­te­lij­ke vie­ring?”

In mijn Dham­ma preek leg­de ik uit hoe alle men­sen in de wereld fun­da­men­teel het­zelf­de zijn. Ze Euro­pe­a­nen, Ame­ri­ka­nen, of Thai noe­men geeft alleen maar aan waar ze zijn gebo­ren of wat voor kleur haar ze heb­ben, maar ze heb­ben eigen­lijk alle­maal dezelf­de soort mind en lichaam; ze horen alle­maal tot dezelf­de fami­lie van men­sen die gebo­ren wor­den, oud wor­den, en ster­ven. Wan­neer je dit begrijpt, wor­den ver­schil­len onbe­lang­rijk. Op dezelf­de manier geldt dat, als kerst­mis een bezig­heid is waar men­sen een extra inzet leve­ren om op een bepaal­de manier goeds te doen en vrien­de­lijk en behulp­zaam te zijn voor ande­ren, dan is dat belang­rijk en mooi, onge­acht wat voor sys­tem je gebruikt om het te beschrij­ven.

Dus ver­tel­de ik de dor­pe­lin­gen, “Van­daag noe­men we dit ‘Kerst­boed­dha­mis’.” Zolang als men­sen op de juis­te manier beoe­fe­nen, beoe­fe­nen zij Christelijk-Boeddhisme, en is het goed.

Ik onder­wijs op deze manier om het men­sen moge­lijk te maken hun gehecht­heid aan ver­schei­de­ne con­cep­ten los te laten en te zien wat er gebeurt, op een direc­te en natuur­lij­ke wij­ze. Alles wat ons inspi­reert om te zien wat waar is en te doen wat goed is, is juis­te beoe­fe­ning. Je mag het zo noe­men als je wilt.

V: Denkt u dat de mind van Azi­a­ten en Wes­ter­lin­gen ver­schill?

A: In prin­ci­pe is er geen ver­schil. Uiter­lij­ke gewoon­ten of de taal lij­ken moge­lijk anders, maar de men­se­lij­ke mind heeft natuur­lij­ke ken­mer­ken die het­zelf­de zijn voor ieder­een. Heb­be­rig­heid en haat zijn het­zelf­de in een Oos­ter­se of een Wes­ter­se mind. Lij­den en het ophou­den van het lij­den zijn het zelf­de voor alle men­sen.

V: Is het raad­zaam om veel te lezen of de tek­sten te bestu­de­ren als onder­deel van de beoe­fe­ning?

A: De Dham­ma van de Boed­dha wordt niet gevon­den in boe­ken. Als je echt zelf wilt zien waar de Boed­dha het over had, dan hoef je je niet bezig te hou­den met boe­ken. Kijk naar je eigen mind. Onder­zoek hoe gevoe­lens en gedach­ten komen en gaan. Hecht aan niets, wees gewoon mind­ful voor alles wat er te zien is. Dit is de weg naar de waar­he­den van de Boed­dha. Wees natuur­lijk. Alles wat je in dit leven hier doet is een kans om te beoe­fe­nen. Het is alle­maal Dham­ma. Als je je klus­jes doet, pro­beer mind­ful te zijn. Of je nou een spuw­bak leegt of een toi­let schoon­maakt, voel het niet als een gunst die je voor iemand anders doet. Er zit Dham­ma in het legen van spuw­bak­ken. Voel het niet zo als­of je alleen maar beoe­fent als je met gekruis­te benen stil zit. Som­mi­gen van jul­lie heb­ben zich beklaagd dat er niet genoeg tijd is om te medi­te­ren. Is er genoeg tijd om te ade­men? Dit is je medi­ta­tie: mind­ful­ness, natuur­lijk­heid, in alles wat je doet.

V: Waar­om heb­ben we geen dage­lijk­se gesprek­ken met de leraar?

A: Als je vra­gen hebt, ben je op elk moment wel­kom om te komen en ze te stel­len. Maar we heb­ben hier geen dage­lijk­se gesprek­ken nodig. Als ik elke klei­ne vraag beant­woord, begrij­pen jul­lie nooit het pro­ces van twij­fel in je eigen mind. Het is essen­ti­eel dat je leert jezelf te onder­zoe­ken, jezelf te spre­ken. Luis­ter elke paar dagen voor­zich­tig naar het onder­wijs, gebruik dit onder­wijs als ver­ge­lij­kings­ma­te­ri­aal met je eigen medi­ta­tie. Is het het­zelf­de? Is het anders? Heb je twij­fels? Wie is het die twij­felt? Alleen door zelf-onderzoek kan je begrij­pen.

V: Wat kan ik tegen twij­fel doen? Op som­mi­ge dagen word ik las­tig geval­len door twij­fels over de medi­ta­tie of mijn eigen voor­uit­gang of de leraar.

A: Twij­fe­len is natuur­lijk. Ieder­een begint met twij­fels. Je kan een hele­boel van ze leren. Wat belang­rijk is, is dat je jezelf niet met ze iden­ti­fi­ceert. Dat wil zeg­gen, raak er niet in ver­stren­gelt, laat je mind niet in ein­de­lo­ze cir­kels draai­en. Bekijk in plaats daar­van het hele pro­ces van twij­fe­len, van je din­gen afvra­gen. Zie wie het is die twij­felt. Zie hoe de twij­fels komen en gaan. Dan zal je niet lan­ger het slacht­of­fer van je twij­fels zijn. Je zult er uit stap­pen, en je mind zal rus­tig zijn. Je kan zien hoe alle din­gen komen en gaan. Laat dat waar aan je gehecht bent gewoon gaan. Laat je twij­fels gewoon gaan en kijk sim­pel­weg. Dit is hoe je het twij­fe­len beëin­digt.

V: Hoe zit het met ande­re metho­den? Van­daag de dag lij­ken er zo veel ver­schil­len­de lera­ren en zo veel ver­schil­len­de medi­ta­tie sys­te­men te zijn dat het heel ver­war­rend is.

A: Het is net als naar de stad gaan. Je kan van het noor­den, van het zuid-oosten, van aller­lei ver­schil­len­de rich­tin­gen er naar toe gaan. Vaak ver­schil­len de sys­te­men alleen aan de bui­ten­kant. Of je nou op de ene of de ande­re manier loopt, snel of lang­zaam, als je mind­ful bent, is het alle­maal het­zelf­de. Er is een essen­ti­eel punt waar alle goe­de manie­ren van medi­ta­tie op gege­ven moment naar toe moe­ten lei­den – niet-vastklampen. Uit­ein­de­lijk moet je alle medi­ta­tie sys­te­men laten gaan. En je kan je ook niet aan de leraar vast­klam­pen. Als een sys­teem tot los­la­ten voert, tot niet-vastklampen, dan is het een juis­te medi­ta­tie.

Mis­schien wil je wel rei­zen, ver­schil­len­de lera­ren bezoe­ken en ande­re sys­te­men pro­be­ren. Som­mi­gen van jul­lie heb­ben dat al gedaan. Dit is een natuur­lijk ver­lan­gen. Je zal te weten komen dat een dui­zend gestel­de vra­gen en ken­nis van vele sys­te­men je niet tot de waar­heid bren­gen. Uit­ein­de­lijk zal je ver­veeld raken. Je zult zien dat alleen door te stop­pen en je eigen hart te onder­zoe­ken, je te weten kan komen waar de Boed­dha het over had. Het is niet nodig om bui­ten jezelf te zoe­ken. Uit­ein­de­lijk moet je terug komen om je eigen ware natuur het hoofd te bie­den. Pre­cies waar je bent is waar je de Dham­ma kunt begrij­pen.

V: Vaak lijkt het als­of veel mon­ni­ken hier niet aan het medi­te­ren zijn. Ze lij­ken slor­dig en onop­merk­zaam, en dat stoort mij.

A: Ziend dat ande­re mon­ni­ken zich slecht gedra­gen, raak je geïr­ri­teerd en lijd je onno­dig daar­on­der, den­kend, “Hij is niet zo strikt als ik ben. Zij zijn niet zo seri­eus bezig met medi­ta­tie als wij, Zij zijn geen goe­de mon­ni­ken.”

Pro­be­ren om ieder­een zich zo te laten gedra­gen als jij wil dat ze zich gedra­gen zal er alleen maar voor zor­gen dat jij lijdt. Nie­mand kan voor jou medi­te­ren, net zoals jij niet voor iemand anders kunt medi­te­ren. Kij­ken naar ande­ren zal jou medi­ta­tie niet hel­pen; kij­ken naar ande­ren zal niet voor de ont­wik­ke­ling van wijs­heid zor­gen. Het is een gro­te ver­ont­rei­ni­ging aan jouw kant.

Ver­ge­lijk niet. Dis­cri­mi­neer niet. Dis­cri­mi­ne­ren is gevaar­lijk, net als een weg met een hele scher­pe bocht. Als we den­ken dat ande­ren slech­ter zijn, beter zijn, of het­zelf­de zijn dan wij, dan vlie­gen we uit de bocht. Als we dis­cri­mi­ne­ren, lij­den we daar alleen maar onder. Het is niet aan jou om te oor­de­len of iemands dis­ci­pli­ne slecht is of dat zij goe­de mon­ni­ken zijn. De dis­ci­pli­ne van mon­ni­ken is een werk­tuig om te gebrui­ken in je eigen medi­ta­tie, niet als wapen voor het bekri­ti­se­ren of het vin­den van fou­ten.

Laat je ziens­wij­zen gaan en kijk naar jezelf. Dat is onze Dham­ma. Als je geïr­ri­teerd bent, kijk naar de irri­ta­tie in je eigen mind. Let gewoon mind­ful op je eigen han­de­lin­gen; onder­zoek sim­pel­weg jezelf en je gevoe­lens. Dan zul je begrij­pen. Dit is de manier om te beoe­fe­nen.

V: Ik ben erg voor­zich­tig geweest om de beheer­sing van de zin­tui­gen te beoe­fe­nen. Ik kijk altijd omlaag en let mind­ful op elke han­de­ling die ik ver­richt. Wan­neer ik eet, bij­voor­beeld, neem ik lang de tijd en pro­beer ik elke stap te onder­schei­den, kau­wen, proe­ven, slik­ken, en zo voort – en ik neem elke stap bewust en voor­zich­tig. Beoe­fen ik op de juis­te manier?

A: Het beheer­sen van de zin­tui­gen is een juis­te beoe­fe­ning. We moe­ten er gedu­ren­de de dag goed op let­ten. Maar over­drijf het niet. Loop, eet, en han­del op natuur­lijk wij­ze, en ont­wik­kel dan natuur­lij­ke mind­ful­ness op wat er in jezelf gebeurt. Je medi­ta­tie for­ce­ren of jezelf for­ce­ren om vreem­de gewoon­ten aan te nemen is een ande­re vorm van ver­lan­gen. Geduld en uit­hou­dings­ver­mo­gen zijn nood­za­ke­lijk. Als je op natuur­lij­ke manier han­delt en mind­ful bent, zal wijs­heid op natuur­lijk wij­ze komen.

V: Wat is uw advies dan voor nieu­we beoe­fe­naars?

A: Het­zelf­de als voor oude beoe­fe­naars! Blijf door­gaan.

V: Ik kan woe­de obser­ve­ren en wer­ken met heb­be­rig­heid, maar hoe kan ik onwe­tend­heid obser­ve­ren?

A: Je rijdt op een paard en vraagt “Waar is het paard?” Let op.

V: Hoe zit het met slaap? Hoe­veel moet ik sla­pen?

A: Dat moet je niet aan mij vra­gen, ik kan het je niet ver­tel­len. Wat ech­ter wel belang­rijk is, is dat je zelf kijkt en weet. Als je pro­beert met te wei­nig slaap rond te komen, zal het lichaam zich oncom­for­ta­bel voe­len, en het zal moei­lijk zijn om mind­ful­ness te behou­den. Te veel slaap, aan de ande­re kant, zorgt voor een saaie of rus­te­lo­ze mind. Vind de natuur­lij­ke balans voor jezelf. Kijk voor­zich­tig naar mind en lichaam, en hou de slaap­be­hoef­te bij tot­dat je het opti­mum vindt. Wak­ker wor­den en je dan omdraai­en voor een snooze is een ver­ont­rei­ni­ging. Ves­tig mind­ful­ness zodra je je ogen opent.

Wat sla­pe­rig­heid betreft, er zijn veel manie­ren om dat te over­win­nen. Als je in het don­ker zit, ga dan naar een lich­te plaats. Open je ogen. Sta op en was of sla je gezicht, of neem een bad. Als je sla­pe­rig bent, ver­an­der van hou­ding. Loop veel. Loop ach­ter­uit. De angst om ergens tegen aan te lopen zal je wak­ker hou­den. Als dit mis­lukt, sta stil, maak de mind hel­der, en stel je voor dat het hel­der dag­licht is. Of ga op de rand van een hoog klif of een die­pe put zit­ten. Je zult niet dur­ven sla­pen! Als niets werkt, ga dan gewoon sla­pen. Ga voor­zich­tig lig­gen, en pro­beer bewust te zijn tot het moment dat je in slaap valt. Sta, zodra je wak­ker wordt, met­een op.

V: Hoe zit het met eten? Wat is de juis­te hoe­veel­heid om te eten?

A: Eten is het­zelf­de als sla­pen. Je moet het zelf te weten komen. Voed­sel moet gecon­su­meerd wor­den om aan de licha­me­lij­ke behoef­ten te vol­doen. Zie je voed­sel als medi­cijn. Eet je zoveel dat je je na de maal­tijd sla­pe­rig voelt en elke dag vet­ter wordt? Pro­beer min­der te eten. Onder­zoek je eigen lichaam en mind, zodra nog vijf eet­le­pels je vol maken, stop dan en drink water tot­dat je goed vol zit. Ga dan zit­ten. Kijk naar je sla­pe­rig­heid en hon­ger. Je moet leren om je eten in balans te bren­gen. Als je medi­ta­tie zich ver­diept, voel je je van­zelf ener­gie­ker en eet je min­der. Maar je moet jezelf aan­pas­sen.

V: Is het nodig om hele lan­ge tij­den te zit­ten?

A: Nee, uren ach­ter elkaar zit­ten is niet nodig. Som­mi­ge men­sen den­ken dat hoe lan­ger je kunt zit­ten, des te wij­zer je waar­schijn­lijk bent. Ik heb kip­pen dagen ach­ter elkaar op hun nest zien zit­ten. Wijs­heid komt van mind­ful zijn in alle hou­din­gen. Je beoe­fe­ning moet begin­nen zodra je wak­ker wordt in de och­tend en moet door­gaan tot­dat je in slaap valt. Hou je niet bezig met hoe lang je zit. Het eni­ge dat belang­rijk is, is dat je mind­ful blijft, of je nou loopt, zit, of naar de toi­let gaat.

Ieder indi­vi­du heeft zijn eigen natuur­lij­ke tem­po. Som­mi­gen onder jul­lie zul­len op vijf­tig­ja­ri­ge leef­tijd ster­ven, som­mi­gen met vijf­en­zes­tig, en som­mi­gen op negen­tig­ja­ri­ge leef­tijd. Net zo zal jul­lie medi­ta­tie niet iden­tiek zijn. Denk hier niet aan, maak je er geen zor­gen om. Pro­beer mind­ful te zijn, en laat de din­gen hun natuur­lij­ke beloop nemen. Dan zal je mind in elke omge­ving stil wor­den, net als een stil­le woud­vij­ver. Aller­lei won­der­baar­lij­ke, zeld­za­me die­ren zul­len komen om bij de vij­ver te drin­ken, en je zult hel­der de ware natuur van alle din­gen zien. Je zult veel vreem­de en won­der­baar­lij­ke din­gen zien komen en gaan, maar jij zult stil zijn. Dit is de blijd­schap van de Boed­dha.

V: ik heb nog steeds veel gedach­ten, en mijn mind dwaalt vaak rond, ook al pro­beer ik mind­ful te zijn.

A: Maak je hier geen zor­gen over. Pro­beer gewoon je mind in het heden te hou­den. Wat er ook in de mind opkomt, kijk er gewoon naar en laat het gaan. Wens niet eens om van alle gedach­ten af te komen. Dan zal de mind naar zijn natuur­lij­ke toe­stand terug keren. Geen gedis­cri­mi­neer tus­sen goed en slecht, warm en koud, snel en lang­zaam. Geen mij en geen jou, geen enkel zelf – gewoon wat er is. Als je loopt is het niet nodig om iets spe­ci­aals te doen. Loop sim­pel­weg en zie wat er is. Het is niet nodig om aan iso­le­ment of afzon­de­ring vast te hou­den. Waar je ook bent, ken jezelf door natuur­lijk te zijn en te kij­ken. Als twij­fels opko­men, kijk en zie ze komen en gaan. Het is heel sim­pel. Hou ner­gens aan vast.

Het is als­of je een weg af loopt. Regel­ma­tig zul je obsta­kels tegen komen. Als je ver­ont­rei­ni­gin­gen ont­moet, zie ze gewoon en over­win ze door ze te laten gaan. Denk niet aan de obsta­kels die je al gepas­seerd bent; maak je geen zor­gen om dege­nen die je nog niet hebt gezien. Blijf bij het heden. Wees niet bezorgd om de leng­te van de weg of de bestem­ming. Alles ver­an­dert. Wat je ook pas­seert, klamp je er niet aan vast. Uit­ein­de­lijk zal de mind zijn natuur­lij­ke balans berei­ken, waar­in medi­ta­tie auto­ma­tisch is. Alle din­gen zul­len van­zelf komen en gaan.

V: Hoe zit het met die hin­der­nis­sen die moei­lijk zijn? Bij­voor­beeld, hoe kun­nen we lust in onze medi­ta­tie over­win­nen? Soms heb ik het gevoel een slaaf te zijn van mijn sek­su­e­le ver­lan­gen.

A: Lust moet geba­lan­ceerd wor­den door de over­pein­zing van wal­ge­lijk­heid. Hech­ting aan licha­me­lij­ke vorm is een extre­me, en men moet het tegen­over­ge­stel­de in gedach­ten hou­den. Onder­zoek het lichaam als­of het een lijk is en zie het pro­ces van ont­bin­ding, of denk aan de onder­de­len van het lichaam, zoals lon­gen, de milt, vet, ont­las­ting, en zo voort. Het je her­in­ne­ren van deze din­gen en het visu­a­li­se­ren van de wal­ge­lij­ke aspec­ten van het lichaam zul­len je bevrij­den van lust.

V: Hoe zit het met woe­de? Wat moet ik doen als ik woe­de voel opko­men?

A: Je kan het gewoon laten gaan, of anders leren om liefdevolle-vriendelijkheid te gebrui­ken. Wan­neer sterk met woe­de ver­vul­de toe­stan­den van de mind opko­men, breng ze dan in balans door gevoe­lens van liefdevolle-vriendelijkheid te ont­wik­ke­len. Als iemand iets slechts doet of boos wordt, wordt dan niet zelf ook boos. Als je dat wel doet dan ben je nog onwe­ten­der dan zij zijn. Wees wijs. Hou mede­do­gen in je mind, want die per­soon lijdt. Vul je mind met liefdevolle-vriendelijkheid als­of hij een gelief­de broer is. Con­cen­treer je op het gevoel van liefdevolle-vriendelijkheid als een medi­ta­tie onder­werp. Ver­spreid het naar alle wezens in de wereld. Alleen door liefdevolle-vriendelijkheid wordt haat over­won­nen.

V: Waar­om moe­ten we zo veel bui­gen?

A: Bui­gen is een hele belang­rij­ke uiter­lij­ke vorm van beoe­fe­ning en dient cor­rect gedaan te wor­den. Breng je voor­hoofd hele­maal naar de grond. Hou de elle­bo­gen dicht bij de knie­ën, onge­veer 7 cm uit elkaar. Buig lang­zaam, minid­ful van je lichaam. Dit is een goe­de reme­die tegen onze hoog­moed. We moe­ten vaak bui­gen. Wan­neer je drie keer buigt, denk aan de kwa­li­tei­ten van de Boed­dha de Dham­ma en de Sang­ha, dat wil zeg­gen, de kwa­li­tei­ten van puur­heid, pracht en vre­de. We gebrui­ken de uiter­lij­ke vorm om ons­zelf te trai­nen, om lichaam en mind in har­mo­nie te bren­gen. Maak niet de fout om te kij­ken hoe ande­ren bui­gen. Als jon­ge novi­cen slor­dig zijn of oude mon­ni­ken onop­merk­zaam lij­ken, dan is het niet aan jou om hier­over te oor­de­len. Het kan moei­lijk zijn om men­sen te trai­nen. Som­mi­gen leren snel, maar ande­ren leren lang­zaam. Ande­ren ver­oor­de­len zal alleen je trots ver­ster­ken. Kijk in plaats daar­van naar jezelf. Buig vaak; Raak je trots kwijt.

Zij die echt har­mo­ni­eus gewor­den zijn met de Dham­ma gaan veel ver­der dan de uiter­lij­ke vorm. Want zij heb­ben het ego­ïs­me over­ste­gen, alles wat ze doen is een manier van bui­gen – lopend, bui­gen ze; etend, bui­gen ze; zich ont­las­tend, bui­gen ze.

V: Wat is het groot­ste pro­bleem voor uw nieu­we dis­ci­pe­len?

A: Opi­nies. Ziens­wij­zen en idee­ën over alle din­gen, over zich­zelf, over de medi­ta­tie, over de leer van de Boed­dha. Veel van dege­nen die hier komen heb­ben een hoge rang in de maat­schap­pij. Ze zijn rij­ke han­de­la­ren, afge­stu­deer­den, lera­ren, over­heids­func­ti­o­na­ris­sen. Hun minds zijn gevuld met opi­nies over din­gen, en ze zijn te slim om naar ande­ren te luis­te­ren. Dege­nen die te slim zijn gaan na kor­te tijd weer weg; ze leren het nooit. Je moet je slim­heid kwijt raken. Een kop­je gevuld met vies, bedor­ven water is onbruik­baar. Pas als het oude water is weg­ge­gooid is het kop­je weer bruik­baar. Jul­lie moe­ten je minds legen van opi­nies; dan zul­len jul­lie zien. Onze beoe­fe­ning gaat voor­bij slim­heid of dom­heid. Als je denkt, “Ik ben slim, ik ben rijk, ik ben belang­rijk, ik begrijp alles van het Boed­dhis­me”, dan ver­berg je de waar­heid van anat­ta, ofte­wel niet-zelf. Alles wat je zult zien is zelf, ik, mijn. Maar het Boed­dhis­me is het laten gaan van het zelf – leeg­te, Nib­bā­na. Als je denkt dat je beter bent dan ande­ren, dan zul je alleen maar lij­den.

V: Zijn ver­ont­rei­ni­gin­gen zoals heb­be­rig­heid of boos­heid alleen maar illu­sies, of zijn ze echt?

A: Ze zijn bei­de. De ver­ont­rei­ni­gin­gen die we lust of heb­be­rig­heid, boos­heid en onwe­tend­heid noe­men, zijn alleen uiter­lij­ke namen en voor­ko­mens, net als dat we een schaal groot, klein, of mooi noe­men. Als we een gro­te­re schaal wil­len, noe­men we deze klein. We cre­ë­ren zul­ke con­cep­ten van­we­ge ons ver­lan­gen. Ver­lan­gen ver­oor­zaakt dis­cri­mi­na­tie, ter­wijl de waar­heid alleen maar is wat is. Kijk er zo naar. Ben je een man? Ja? Dat is het voor­ko­men van din­gen. Maar je bent eigen­lijk alleen maar een com­bi­na­tie van ele­men­ten of een groep van ver­an­de­ren­de aggre­ga­ten. Als de mind vrij is dis­cri­mi­neert hij niet. Geen groot en klein, geen jij en ik, niets. We zeg­gen anat­ta, ofte­wel niet-zelf, maar eigen­lijk, uit­ein­de­lijk, is er nog atta nog anat­ta.

V: Zou u iets meer kun­nen uit­leg­gen over kam­ma (kar­ma)?

A: Kam­ma is actie. Kam­ma is vast­klam­pen. Lichaam, spraak, en mind maken alle­maal kam­ma als ze vast­klam­pen. We cre­ë­ren gewoon­ten die in de toe­komst voor lij­den kun­nen zor­gen. Dit is de vrucht van onze hech­ting, van onze vroe­ge­re ver­ont­rei­ni­ging.

Toen we jong waren, wer­den onze ouders wel eens boos en straf­ten ze ons om ons te hel­pen. We raak­ten van streek als ouders en lera­ren ons bekri­ti­seer­den, maar later begre­pen we waar­om ze dit deden. Dat is net als kam­ma. Stel je voor dat je een dief was voor­dat je een mon­nik werd. Je stal, maak­te ande­ren, inclu­sief je ouders, onge­luk­kig. Nu ben je mon­nik, maar als je terug denkt aan hoe je ervoor gezorgd hebt dat ande­ren onge­luk­kig wer­den, dan voel je je slecht en ervaar je zelfs van­daag nog lij­den. Of als je in het ver­le­den iets vrien­de­lijks gedaan hebt en er van­daag de dag aan terug denkt, dan voel je je geluk­kig, en deze geluk­ki­ge toe­stand van de mind is het gevolg van kam­ma van het ver­le­den.

Ver­geet niet, niet alleen lichaam maar ook spraak en men­ta­le actie kan een con­di­tie zijn voor toe­kom­sti­ge gevol­gen. Alle din­gen zijn gecon­di­ti­o­neerd door oor­za­ken, zowel lan­ge ter­mijn als moment-op-moment. Maar je hoeft geen moei­te te doen om te den­ken aan het ver­le­den, heden, of toe­komst; Kijk alleen maar nu naar lichaam en mind. medi­teer en je zult dui­de­lijk zien. Na lang geme­di­teerd te heb­ben zul je weten.

Zorg er ech­ter voor dat je ande­ren zich met hun eigen kam­ma bezig laat hou­den. Klamp je niet vast aan, of kijk niet naar ande­ren. Als ik gif in neem, dan lijd ik; het is niet nodig dat jij dit met mij deelt. Neem het goe­de dat je leraar te bie­den heeft aan. Dan zal je mind vre­dig wor­den, net als de mind van je leraar.

V: Soms lijkt het als­of, sinds ik een mon­nik ben gewor­den, mijn moei­lijk­he­den en lij­den alleen maar zijn toe­ge­no­men.

A: Ik weet dat som­mi­gen van jul­lie een ach­ter­grond van mate­ri­eel com­fort en uiter­lij­ke vrij­heid heb­ben gehad. Ter ver­ge­lij­king, je leeft nu een strikt bestaan. In de medi­ta­tie laat ik je vaak zit­ten en vele uren wach­ten, en voed­sel en kli­maat zijn anders dan waar je van­daan komt. Maar ieder­een moet enke­le van deze din­gen onder­gaan – het lij­den dat voert tot het ein­de van het lij­den – om te leren.

Al mijn leer­lin­gen zijn als mijn kin­de­ren. Ik heb alleen maar liefdevolle-vriendelijkheid en hun wel­zijn in mijn mind. Als het lijkt als­of ik je laat lij­den, dan is dat voor je eigen best­wil. Als je boos wordt of mede­lij­den met jezelf krijgt, is dat een gewel­di­ge kans om de mind te begrij­pen. De Boed­dha noem­de de ver­ont­rei­ni­gin­gen onze lera­ren. Men­sen met wei­nig oplei­ding en wereld­se ken­nis kun­nen mak­ke­lijk medi­te­ren, maar ik weet dat som­mi­gen van jul­lie goed opge­leid zijn en veel ken­nis in huis heb­ben. Het is als­of jul­lie wes­ter­lin­gen een heel groot huis heb­ben om schoon te maken. Wan­neer je het huis schoon gemaakt hebt, zul je veel leef­ruim­te heb­ben. Je moet gedul­dig zijn. Geduld en vol­har­ding zijn essen­ti­eel in onze medi­ta­tie.

Toen ik nog een jon­ge mon­nik was, had ik het niet zo zwaar als jul­lie. Ik ken­de de taal en at mijn gebrui­ke­lij­ke voed­sel. Maar toch, op som­mi­ge dagen was ik wan­ho­pig. Ik wil­de het gewaad afleg­gen of zelfs zelf­moord ple­gen. Dit soort lij­den komt door ver­keer­de ziens­wij­zen. Wan­neer je ech­ter de waar­heid hebt gezien, wordt je bevrijd van ziens­wij­zen en opi­nies. Alles wordt vre­dig.

V: Ik heb hele vre­di­ge toe­stan­den in de mind ont­wik­keld door medi­ta­tie. Wat moet ik nu doen?

A: Dat is goed. Maak de mind vre­dig, gecon­cen­treerd, en gebruik deze con­cen­tra­tie om de mind en het lichaam te onder­zoe­ken. Wan­neer het hart en de mind niet vre­dig zijn, moet je ook kij­ken. Dan zal je ware vre­de ken­nen. Waar­om? Omdat je ver­an­der­lijk­heid ziet. Zelfs vre­de moet als ver­gan­ke­lijk gezien wor­den. Als je gehecht bent aan vre­di­ge toe­stan­den van de mind, dan zal je lij­den als je deze niet hebt. Geef alles op, zelfs vre­de.

V: Hoor­de ik u zeg­gen dat u bang bent van hele vol­har­den­de leer­lin­gen?

A: Ja, dat klopt. Ik ben bang dat ze te seri­eus zijn. Ze doen te hard hun best, zon­der wijs­heid, zich­zelf in onno­dig lij­den duwend. Som­mi­gen van jul­lie heb­ben beslo­ten om ver­licht te raken. Jul­lie knar­sen je tan­den en strij­den de hele tijd. Jul­lie doen gewoon te hard je best. Jul­lie zou­den gewoon moe­ten zien dat men­sen alle­maal het­zelf­de zijn – ze ken­nen de aard van de din­gen niet. Alle for­ma­ties, mind en lichaam, zijn ver­gan­ke­lijk. Kijk sim­pel­weg en klamp je niet vast.

V: Ik medi­teer al vele jaren. Mijn mind is open en vre­dig in bij­na alle omstan­dig­he­den. Nu zou ik graag terug­ke­ren en pro­be­ren om hoge toe­stan­den van con­cen­tra­tie ofte­wel absorp­ties te berei­ken.

A: Zul­ke beoe­fe­nin­gen zijn heil­za­me men­ta­le gym­nas­tiek. Als je wijs­heid hebt, raak je niet ver­knocht aan gecon­cen­treer­de toe­stan­den van de mind. Op dezelf­de manier is lang wil­len zit­ten als trai­ning pri­ma, maar beoe­fe­ning staat eigen­lijk los van wel­ke hou­ding dan ook. Direct kij­ken naar de mind is wijs­heid. Wan­neer je de mind onder­zocht en begre­pen hebt, heb je de wijs­heid om de limie­ten van con­cen­tra­tie of boe­ken te ken­nen. Als je beoe­fend hebt en niet-vastklampen hebt begre­pen, kan je terug­ke­ren naar de boe­ken als een lek­ker toe­tje, en ze kun­nen je ook hel­pen om ande­ren te onder­wij­zen. Of je kan terug­ke­ren om absorptie-concentratie te beoe­fe­nen met de wijs­heid ner­gens aan vast te hou­den.

V: Zegt u als­tu­blieft meer over hoe we de Dham­ma kun­nen delen met ande­ren.

A: Han­de­len op manie­ren die vrien­de­lijk en heil­zaam zijn is de meest fun­da­men­te­le manier om de leer van de Boed­dha te ver­sprei­den. Doen wat goed is, ande­re men­sen hel­pen, wer­ken met wel­da­dig­heid en mora­li­teit, brengt goed resul­taat, levert een koe­le en geluk­ki­ge mind voor jezelf en ande­ren.

Ande­re men­sen onder­wij­zen is een prach­ti­ge en belang­rij­ke ver­ant­woor­de­lijk­heid die men van har­te dient te accep­te­ren. De manier om het juist te doen is door te begrij­pen dat door ande­ren te onder­wij­zen je altijd jezelf moet onder­wij­zen. Je moet zor­gen voor je eigen beoe­fe­ning en je eigen puur­heid. Het is niet genoeg om sim­pel­weg ande­ren te ver­tel­len wat niet cor­rect is. Je moet in je eigen hart wer­ken met wat je onder­wijst, onwan­kel­baar eer­lijk met jezelf en ande­ren zijnd. Erken wat puur is en wat niet. De essen­tie van de leer van de Boed­dha is om te leren de din­gen op een eer­lij­ke, vol­le­di­ge en hel­de­re manier te zien. Het zien van de waar­heid brengt in zich­zelf vrij­heid.

V: Kunt u de belang­rijk­ste pun­ten uit onze dis­cus­sie bespre­ken?

A: Je moet jezelf onder­zoe­ken. Weet wie je bent. Ken je lichaam en mind door sim­pel­weg te kij­ken. Ken tij­dens het zit­ten, sla­pen, eten, je limie­ten. Gebruik wijs­heid. De beoe­fe­ning is niet te pro­be­ren iets te berei­ken. Wees gewoon mind­ful voor wat is. Onze hele medi­ta­tie is direct kij­ken naar het hart. Je zult lij­den zien; de oor­zaak daar­van, en het ein­de daar­van. Maar je moet gedul­dig en vol­har­dend zijn. Lang­zaam maar zeker zal je leren. De Boed­dha onder­wees zijn leer­lin­gen om ten min­ste vijf jaar bij hun leraar te blij­ven.

Beoe­fen niet te streng. Raak niet ver­strikt in uiter­lij­ke vorm. Wees sim­pel­weg natuur­lijk en kijk daar naar. De monniks-discipline en monniks-regels zijn heel belang­rijk. Ze zor­gen voor een sim­pel en har­mo­ni­eus mili­eu. Gebruik ze goed. Maar ont­houd, de essen­tie van de monniks-discipline is kij­ken naar inten­ties, het onder­zoe­ken van het hart. Je moet wijs­heid heb­ben.

Kij­ken naar ande­ren is slech­te beoe­fe­ning. Dis­cri­mi­neer niet. Zou je over­stuur raken over een klei­ne boom in het bos omdat hij niet zo groot en recht is als de ande­ren? Oor­deel niet over ande­re men­sen. Je hebt zo veel vari­ë­teit – het is niet nodig om de last te dra­gen ze alle­maal te wil­len ver­an­de­ren.

Je moet de waar­de leren van geven en toe­wij­ding. Wees gedul­dig; beoe­fen mora­li­teit; leef sim­pel en natuur­lijk; kijk naar de mind. Deze beoe­fe­ning zal tot onzelf­zuch­tig­heid en vre­de voe­ren.

Schrijf je in voor nieuws en updates!

Contact


Neem contact op voor meer informatie over de meditatie of voor het maken van een afspraak (het kost geen geld, wel eigen inspanning).

Is de stap naar meditatie nog te groot? Kom dan bijvoorbeeld langs voor een gesprek over zingeving. Wat zijn voor jou de belangrijke dingen in het leven? Waar staat spanning op de boog?