De Visud­dhimag­ga – In het Neder­lands de ver­ta­len naar Weg naar Zui­ver­heid – is een van de kroon­ju­we­len van het The­ra­va­da Boed­dhis­me. Het is een samen­vat­ting van de gehe­le boed­dhis­ti­sche leer geschre­ven in de 5de eeuw door de eer­waar­de Bud­dha­go­sa, een gede­tail­leer­de uit­een­zet­ting van de weg naar bevrij­ding in drie delen: mora­li­teit (sila), con­cen­tra­tie (sama­dhi) en wijs­heid (pañ­ña). In zuid‐oost Azië geldt dit werk, samen met de Abhi­d­ham­mat­t­ha Sangaha van de eer­waar­de Anurud­dha, als stan­daard tekst. In het kloos­ter van Ahba wordt de Visud­dhimag­ga door de top pali stu­den­ten vol­le­dig uit het hoofd geleerd (en dan ook nog eens ver­schil­len­de ver­sies). Wij heb­ben het bericht van de Dalai Lama in de intro­duc­tie van de tekst ver­taald omdat wij dit een mooie inlei­ding tot het werk vin­den. Wij hopen in de ver­re toe­komst het gehe­le werk te kun­nen ver­ta­len.

Bericht van Zijne Heiligheid de Dalai

De geschie­de­nis van de boed­dhis­ti­sche lite­ra­tuur lijkt zich te ken­mer­ken door peri­o­den waar­in ont­van­gen les­sen en reeds bestaan­de tek­sten ver­werkt en beves­tigd wor­den en peri­o­den van vol­was­sen cre­a­ti­vi­teit waar­in de essen­tie van de deze over­dracht opnieuw tot uit­druk­king wordt gebracht. Bha­danta­ca­riya Buddhaghosa’s Visud­dhimag­ga is een klas­siek voor­beeld van het laat­ste type. Het is de beli­cha­ming van de Pali boed­dhis­ti­sche lite­ra­tuur, zijn vele dra­den samen wevend om zo dit prach­ti­ge medi­ta­tie hand­boek te maken dat van­daag de dag nog net zo dui­de­lijk en hel­der is als toen het werd geschre­ven.

Er zijn momen­ten dat men­sen veel nadruk leg­gen op de ver­meen­de ver­schil­len tus­sen de diver­se boed­dhis­ti­sche tra­di­ties die in ver­loop van tijd en plaats zijn ont­staan. Wat ik bij­zon­der bemoe­di­gend vind aan een boek zoals dit is dat het zo hel­der laat zien hoe­veel alle boed­dhis­ti­sche stro­min­gen fun­da­men­teel met elkaar gemeen heb­ben. In een struc­tuur geba­seerd op de tra­di­ti­o­ne­le drie trai­nin­gen van mora­li­teit (ethi­sche dis­ci­pli­ne), con­cen­tra­tie en wijs­heid staan gede­tail­leer­de instruc­ties over het op een ethi­sche manier bena­de­ren van het leven, hoe te medi­te­ren en de mind te kal­me­ren en hier­op voort­bou­wend hoe een cor­rect begrip van de rea­li­teit te ont­wik­ke­len. We vin­den prak­tisch advies over het schep­pen van een juis­te omge­ving om te medi­te­ren, het belang van het ont­wik­ke­len van lief­de en mede­do­gen en een bespre­king over afhan­ke­lijk ont­staan welk onder­lig­gend is aan de boed­dhis­ti­sche kijk op de rea­li­teit. Zelfs de titel van het werk, de Weg naar Zui­ver­heid, ver­wijst naar het cru­ci­a­le boed­dhis­ti­sche begrip van de fun­da­men­te­le natuur van het bewust­zijn als zijn­de hel­der en aan­dach­tig, onbe­lem­merd door ver­ont­rus­ten­de emo­ties. Deze kwa­li­teit bezit ieder waar­ne­mend wezen en kan een ieder zelf erva­ren door de weg te vol­gen.

Soms wordt aan mij gevraagd of het Boed­dhis­me wel geschikt is voor Wes­ter­lin­gen. Ik geloof dat de essen­tie van alle reli­gies gaat over de fun­da­men­te­le men­se­lij­ke pro­ble­men en het Boed­dhis­me is hier­in geen uit­zon­de­ring. Zolang wij het fun­da­men­te­le men­se­lij­ke lij­den van geboor­te, ziek­te, ouder­dom en dood blij­ven onder­vin­den is het is de vraag niet of het wel of niet geschikt is als reme­die. Inner­lij­ke vre­de is de sleu­tel. In die men­ta­le toe­stand kun je alle moei­lijk­he­den met kalm­te en rede aan. De lerin­gen over lief­de, vrien­de­lijk­heid en ver­draag­zaam­heid, een geweld­lo­ze hou­ding en voor­al de boed­dhis­ti­sche the­o­rie dat alle din­gen rela­tief zijn kun­nen een bron zijn voor die inner­lij­ke vre­de.

Ter­wijl de essen­tie van het Boed­dhis­me niet ver­an­derd doen opper­vlak­ki­ge cul­tu­re aspec­ten dat wel. Maar hoe ze ver­an­de­ren op een spe­ci­fie­ke plaats kun­nen we niet voor­spel­len. Het ont­vouwt zich met de tijd. Toen het Boed­dhis­me voor het eerst uit India naar lan­den zoals Sri Lanka of Tibet kwam, evo­lu­eer­de het lang­zaam maar zeker en na ver­loop van tijd ont­stond er een unie­ke tra­di­tie. Dit gebeurt ook in het Wes­ten en gaan­de­weg kan het Boed­dhis­me samen­smel­ten met de Wes­ter­se cul­tuur.

Een groot ver­schil tus­sen de heden­daag­se situ­a­tie in ver­ge­lij­king met vroe­ger is natuur­lijk dat van­daag de dag vrij­wel alle boed­dhis­ti­sche tra­di­ties en lerin­gen die zich ergens anders heb­ben ont­wik­keld voor een ieder die geïn­te­res­seerd is toe­gan­ke­lijk zijn. En het is in deze con­text dat ik deze nieu­we edi­tie van Bhik­khu Ñāṇamoli’s gevier­de Engel­se ver­ta­ling van de Weg naar Zui­ver­heid ver­wel­kom. Ik bid dat de lezers, waar ze ook moge zijn, er advies en inspi­ra­tie in zul­len vin­den om die inner­lij­ke vre­de te ont­wik­ke­len die een bij­dra­ge zal leve­ren aan het schep­pen van een geluk­ki­ge­re en vreed­za­me­re wereld.