• 8min

Thuis via de app, bij de yogales of op het werk, mindfulness ‘zonder boeddhisme’ vind je tegenwoordig overal. Meestal wordt het als meditatievorm onderwezen door mensen die een daarvoor bestemde opleiding hebben gevolgd. Soms resteert er bij docent en cursist nog een vage notie waar mindfulness oorspronkelijk vandaan komt, soms is de bron simpelweg vergeten of wordt hij actief vermeden.

Voor de mensen die mindfulness als ontspanningsoefening zien, of mindfulness in therapievorm beoefenen, is daar niets mis mee. Ben je echter op zoek naar werkelijke verdieping in je meditatie, naar wijsheid en inzicht ten aanzien van de werking van je eigen bewustzijn en de wereld, dan kom je mogelijk bedrogen uit.

De mindfulness-meditatietechnieken zijn in essentie afgeleiden van het boeddhistische sati (op deze site vertaald met ‘bewuste aandacht’ om het duidelijk te onderscheiden van de moderne variant ‘mindfulness’). Sati is in de overtocht naar het Westen langzaam maar zeker overgenomen en aangepast, waardoor het enerzijds een breder publiek aanspreekt, anderzijds het fundament, de context en diepgang van de complete boeddhistische beoefening, heeft verloren.

Dat laatste is niet zonder gevolgen. Door mindfulness als aparte entiteit te zien en het oorspronkelijke kader waarin het zijn plek had te verwijderen zit er een plafond aan de beoefening. Dat wil zeggen, op een gegeven moment kun je geen verdere verdieping meer bereiken. Het is alsof je een huis wil bouwen met slechts een muur, vroeger of later merk je dat je er geen dak up kunt zetten, laat staan het huis inrichten en bewonen.

Het probleem zit hem echter niet alleen in het gebrek aan fundament. Er zit nog een tweede kant aan het moderne mindfulness. Zo nu en dan zitten er aspecten aan die vanuit een boeddhistisch perspectief niet alleen beperkend maar zelfs een averechts effect hebben.

Je leest en hoort bijvoorbeeld wel eens hoe je meer kunt genieten door mindfulness, bijvoorbeeld door mindful te eten, mindful een massage te ondergaan of mindful een wandeling te maken. Mindfulness wordt al snel in een soort ‘carpe diem’ gegoten, in de zin dat je mindful het meeste  uit je leven en de wereld kunt halen.

Dat soort ‘mindfulness’ werkt soms zelfs nadrukkelijk op het vergroten van genot en zo het onderliggende verlangen. Dat staat haaks op de oorspronkelijke betekenis en het doel van sati zoals de Boeddha het onderwees.

Deze inherente beperkingen van het moderne mindfulness worden duidelijker en duidelijker naarmate je er langer mee bezig bent. Het is dan ook niet vreemd als een mindfulness-leraar zelf op zoek gaat naar andere meditatiesystemen, bijvoorbeeld naar sati volgens de Boeddha.

‘Mindfulness’ Volgens de Boeddha

Het sati van de Boeddha is naar binnen gericht. Als je een geit laat grazen op een groot grasveld gaat hij alle kanten op. Als je de geit vastbindt aan een touw en het touw aan een paal, dan graast de geit alleen in een cirkel om de paal. Het touw is net als sati en de geit net als het bewustzijn. Sati houdt het bewustzijn bij zichzelf.

Sati is datgene dat weet waar het bewustzijn is, zodat je niet verwikkeld raakt in de wereldse beslommeringen. Met sati bouw je minder en minder luchtkastelen, ga je minder op in de externe en interne wispelturigheden omdat je ze ziet voor wat ze zijn. Zo kom je steeds meer los van verlangen en het leed dat daaruit voort komt.

Sati is geen passieve ontspanning maar de waakhond van het bewustzijn die te allen tijde in opperste alertheid verkeert. De waakhond is continu alert op waar je bewustzijn, en in het verlengde daarvan het lichaam, mee bezig is. Het is dan ook niet vreemd dat de beoefening van moraliteit (sīla) in de vorm van de vijf leefregels (pañca-sīla) heel dicht tegen sati aan ligt, want voor een hoge mate van sīla is een hoge mate van sati noodzakelijk. En omgekeerd komt een gebrek aan sīla vaak voort uit een gebrek aan sati.

De Boeddha onderwees vier beoefeningen om sati te ontwikkelen:

  1. Kāyānupassanā Satipaṭṭhāna – het tot stand brengen van bewuste aandacht gericht op het lichaam. Bijvoorbeeld lichaamshoudingen (waaronder lopen), de ademhaling, de materiële elementen etc.
  2. Vedanānupassanā Satipaṭṭhāna – het tot stand brengen van bewuste aandacht gericht op gevoel. Dat wil zeggen neutraal, aangenaam of onaangenaam gevoel (dus niet wat wij emoties noemen).
  3. Cittānupassanā Satipaṭṭhāna – het tot stand brengen van bewuste aandacht gericht op de kwaliteit van het bewustzijn. Bijvoorbeeld is het bewustzijn boos of niet, vol verlangen of niet, geconcentreerd of niet, liefdevol of niet, etc.
  4. Dhammānupassanā Satipaṭṭhāna – het tot stand brengen van bewuste aandacht gericht op mentale objecten. Bijvoorbeeld de mentale hindernissen, aggregaten, factoren van verlichting etc.

Sati als Onderdeel van het Pad

De Boeddha gaf vaak aan dat sati heel belangrijk is, maar als het gaat om de ontwikkeling van het bewustzijn onderwees hij niet alleen sati. Zijn onderwijs begint bij dāna (vrijgevigheid), sīla (moraliteit) en dan bhāvanā (beoefening) waaronder samatha-meditatie (concentratie-meditatie) en daarna de ontwikkeling van vipassanā (inzicht). Sati maakt onderdeel uit van elk van deze onderdelen maar staat niet los.

Een leuke manier om dit te zien is door bijvoorbeeld naar de bojjhaṅga (de zeven factoren van verlichting) te kijken. Dit zijn zeven mentale kwaliteiten die essentieel zijn op het boeddhistische pad. Pas als ze in balans zijn en tot een zeer hoog niveau zijn ontwikkeld kun je de volledige bevrijding bereiken.

De zeven factoren zijn sati (bewuste aandacht), dhammavicaya (het onderzoeken van de werkelijkheid), viriya (energie), pīti (vreugde), passaddhi (rust), samādhi (concentratie) en upekkhā (gelijkmoedigheid).

Sati kan in deze context op twee manieren worden gezien. Als eerste is de ontwikkeling van sati een voorwaarde voor de ontwikkeling van dhammavicaya (het onderzoeken van de werkelijkheid), en die twee samen zijn weer een voorwaarde voor viriya (energie). Deze drie factoren maken op hun beurt het bereiken van hoge concentratie (samādhi) mogelijk. Deze hoge concentratie staat aan de basis van de overige drie factoren pīti (vreugde), passaddhi (rust), en upekkhā (gelijkmoedigheid).

Als tweede is sati datgene dat de kracht van de bojjhaṅga in het bewustzijn continu in de gaten houdt zodat de balans bewaard blijft tussen de activerende aspecten van dhammavicaya, viriya en pīti enerzijds en de kalmerende krachten van passaddhi, samādhi en upekkhā anderzijds. In die zin is sati een belangrijke overkoepelende kwaliteit, maar niet meer of minder belangrijk dan de andere factoren.

De ontwikkeling en balans van alle zeven factoren is belangrijk omdat zo de mentale hindernissen worden tegengegaan die verdieping in de meditatie anders onmogelijk maken, en de voorwaarden ontstaan voor het doorgronden van de werkelijkheid en het opkomen van wijsheid. Elke factor heeft op zich een specifieke rol die noodzakelijk is voor de uiteindelijke bevrijding van het bewustzijn.

Sati, Samatha en Vipassanā

Als het gaat om samatha-meditatie op buddho dan geldt dat sati essentieel is. Heb je weinig sati dan kun je maar lage concentratie krijgen, heb je veel sati kun je hoge concentratie krijgen, en kan wijsheid opkomen.

Met sati weet je of het bewustzijn bij het meditatie-object is of dat het is afgedwaald naar bijvoorbeeld de boodschappen die nog gedaan moeten worden. Concentratie helpt op zijn beurt om de mentale kracht en scherpte te ontwikkelen om sati veel verder te verdiepen, zodat sati niet alleen af en toe de grove aspecten van het bewustzijn ziet, maar steeds meer mentale momenten, misschien wel meer dan een miljoen momenten per seconde.

Misschien is het verschil tussen sati en concentratie moeilijk te zien. Sati is dat aspect van het bewustzijn dat weet waar het mee bezig is, samādhi is het verzamelen en richten van het bewustzijn op een object, het vestigen van bewustzijn op niets anders dan het object zodat het bewustzijn kalm wordt en de ware natuur van de fenomenen kan zien.

Naarmate de concentratie krachtiger en zelfstandiger wordt komt er meer nadruk op dat laatste, dat is vipassanā. Sati is dan hetgeen dat, ondersteund door de bestendigheid en kracht van concentratie, het opkomen en vergaan van nāma-rūpa (mentale processen en materie) kan zien.

Door dit in de talloze momenten te zien die zich in een ogenschijnlijk continue stroom aan ons voor lijken te doen, raak je er steeds dieper van doordrongen dat alles vergankelijk (anicca) is. Je weet dan op ervaringsniveau dat verlangen de oorzaak is van al het leed, want verlangen naar, grijpen van en vastklampen aan datgene dat continu vergankelijk is, dat is onbevredigend (dukkha). Je ziet dan dat er enkel losse vergankelijke momenten zijn die onderling afhankelijk en geconditioneerd zijn. Er is geen ik, geen zelf (anattā) die dit allemaal aanstuurt.

Hoe meer je dit ziet, hoe meer je los laat, totdat je volledig kunt loslaten en de geconditioneerde werkelijkheid achter je laat en de ongeconditioneerde bevrijding Nibbāna (Nirwana) waarneemt.

Denk Niet te Makkelijk Over Sati

Er wordt veel gepraat over mindfulness. Soms lijkt het of mindfulness heel snel ontwikkeld kan worden en met gemak een onderdeel van het dagelijks leven wordt. Misschien dat dit voor het moderne mindfulness ook daadwerkelijk geldt. Voor sati geldt het in ieder geval niet.

Praten over sati is makkelijk, maar het daadwerkelijk dag in dag uit beoefenen is heel, heel erg moeilijk. De Boeddha heeft wel eens gezegd dat wie één dag volledig met sati zou doorbrengen Nibbāna zou bereiken. Als het echt zo makkelijk zou zijn waren we inmiddels allemaal al lang verlicht.

De vergissing dat het makkelijk is ontstaat omdat wat je kunt zien aan mentale momenten in het begin heel erg beperkt is. Voor je het weet denk je dat je best wel aandachtig bent simpelweg omdat je 99.99% van je mentale momenten niet bewust waarneemt. Dat is natuurlijk een voedingsbodem voor hoogmoed of misplaatste arrogantie. De oorzaak hiervan is, zoals we boven beschreven, een gebrek van verdieping van sati door concentratie.

Het vele gepraat over mindfulness is mogelijk ook een gevolg van ongeduld en te snel willen. Als je er gemakkelijk over praat dan lijkt het alsof je snel bent. Om dat wat te nuanceren het volgende voorbeeld.

De oude geschriften geven het voorbeeld van de eerwaarde Tissa die zijn bewustzijn continu bij zijn meditatie-object probeerde te houden. Dus continue probeerde te weten waar zijn bewustzijn was. Of het nu tijdens zittende concentratie-meditatie, onderweg op bedelronde, tijdens het eten of waar dan ook was. Als hij zijn object tijdens het lopen vergat dan liep hij terug naar het punt waarop hij het voor het laatst in zijn bewustzijn had gehad en ging vanaf daar weer verder. Zo beoefende hij dag en nacht, dag in dag uit, en binnen een mum van tijd bereikte hij verlichting.

Een mum van tijd, dat is toch heel snel denk je misschien. Dit mum van tijd, zo schrijven de commentaren, was 26 jaar. 26 jaar onafgebroken beoefening van bewuste aandacht, energie, vertrouwen en concentratie. Dag in dag uit, als monnik.

Denk niet te makkelijk over sati. Wil niet te snel. Voorkom dat je vol hoogmoed je eigen proces beoordeelt. Wees niet bezig met wat er te bereiken valt, met inzicht, met waar je op het pad staat. Blijf gewoon geduldig proberen. Elke dag, langzaam maar zeker.