Concentratie wordt in het Pali, de taal van de boeddhistische geschriften, vaak samādhi genoemd. Samādhi is afkomstig van ‘sam-a-dha’, wat zoveel betekent als ‘verzamelen’ of ‘samenbrengen’. Dit verwijst naar concentratie of unificatie van het bewustzijn.

Het woord samādhi is bijna synoniem met het woord ‘samatha’, kalmte. In de samenstelling samatha-bhāvanā betekent dit de beoefening van concentratie-meditatie.

Wij beoefenen samatha-meditatie op ‘buddho’. Dit is een vorm van Buddhanusati-meditatie, het richten van de mind op de kwaliteiten van de Boeddha.

Je kunt concentratie niet forceren. Met samatha-meditatie op ‘buddho’ ontwikkel je een zuivere en helder bewustzijn. Als je bewustzijn zuiver en helder is dan komt concentratie vanzelf.

Ahba leert dat het ontwikkelen van inzicht door middel van vipassanā- (inzicht-) meditatie zinloos is zolang er geen fundament van concentratie is. Je bouwt immers ook geen huis zonder fundering. Pas als er een stevige fundering ligt metsel je de muren en plaats je het dak. Het inrichten van het huis is dan een gemakkelijke zaak.

Concentratie is het fundament. Als de concentratie eenmaal diep en stevig is ontstaat er ruimte voor het opkomen van wijsheid.

Ahba geeft als voorbeeld een raam waardoor je naar buiten kijkt. Als het raam vies is zie je niet wat zich buiten afspeelt. Als je het raam een beetje schoonmaakt kun je er een beetje doorheen kijken. Als je het raam volledig zuiver en schoon hebt gemaakt kun je er precies en zonder vervorming door heen kijken. Net zo is het met het zuiveren van het bewustzijn door middel van concentratie-meditatie waarna je de dingen kunt zien zoals ze zijn.

Naast concentratie ontwikkel je met samatha-meditatie op ‘buddho’ tal van andere heilzame mentale kwaliteiten zoals bewuste aandacht (vaak vertaald als mindfulness), energie, geduld en liefdevolle-vriendelijkheid.

Lees verder voor meer informatie over:

Het Belang van Samatha


De concentratie die nodig is voor het ontwikkelen van wijsheid ligt vele malen hoger dan vandaag de dag vaak wordt gedacht.

Het is niet een kwestie van een paar keer ademhalen en dan is het stil genoeg, maar het vermogen om wanneer je maar wilt het bewustzijn volledig gefocust te houden op een object naar keuze, zonder het opkomen van een enkele gedachte of andere mentale verstoring.

Het gaat om diepe concentratie, niet af en toe, niet even, maar zolang als je wilt.

Pas als een bewustzijn dusdanig kalm en sereen is, hanteerbaar, kneedbaar, licht en werkbaar, is het in staat om het opkomen en vergaan van fenomenen waar te nemen, met name het zelf kunnen zien van de vergankelijkheid van nāma-rūpa (de mentale processen en materie).

Zonder concentratie is het bewustzijn simpelweg niet snel genoeg om dit proces te kunnen observeren.

Bij het beoefenen van concentratie-meditatie kan het in eerste instantie lijken alsof het bewustzijn alleen maar onrustiger wordt. Dit komt omdat met een steeds grotere loep wordt gekeken en met toenemende verfijning onrust kan worden waargenomen.

Elke keer als een nieuw punt van rust wordt bereikt raakt men er op den duur van doordrongen dat ook dit punt in wezen nog steeds onrustig is.

In zijn boek “The Heart of Compassion” schrijft Dilgo Khyentse Rinpoche mooi over dit proces door vijf stadia van concentratie te noemen:

(1) Meditatie als een waterval die over een afgrond dendert. De gedachten volgen elkaar continu op, en het lijkt in eerste instantie alsof je veel meer gedachten hebt. Dat komt omdat je je gewaar bent geworden van het bewegen van het bewustzijn.

(2) Meditatie als een rivier die door een bergkloof stroomt. Het bewustzijn wisselt af tussen perioden van kalmte en turbulentie.

(3) Meditatie als een wijde rivier die gemakkelijk stroomt. Het bewustzijn beweegt als het verstoord wordt door omstandigheden, maar anders rust het in kalmte.

(4) Meditatie als een meer, licht verstoord door oppervlakkige golfjes. Het bewustzijn is in lichte mate oppervlakkig geagiteerd maar blijft kalm en aanwezig in de diepte.

(5) Meditatie als een stille oceaan. Een onwankelbare, moeiteloze concentratie waarin middelen tegen gedachten niet meer noodzakelijk zijn.

Concentratie gaat rechtstreeks in tegen verlangen. Als er concentratie is, dan is er geen verlangen en visa versa.

Als je van verlangen houdt kun je dan ook beter niet gaan mediteren, maar als je inziet dat alle (echt alle) problemen door jezelf worden gemaakt, ons niet overkomen maar letterlijk door ons bewustzijn worden gemaakt, als gevolg van verlangen, dan heeft het zin om te gaan mediteren.

Het pad van meditatie is geen snel pad.

Het vergt moed, doorzettingsvermogen, geduld en liefde voor jezelf. Toch hoeven deze kwaliteiten niet bij de start aanwezig te zijn want je ontwikkelt ze vanzelf als je met het proces aan de slag gaat! Verderop staat hier meer over geschreven. Gedachten als ‘ik kan niet mediteren’ kunnen dus worden logelaten.

Eenieder die tijd in het proces steekt zet stappen.

Ahba legt heel vaak de nadruk op deze graduele ontwikkeling.

De Dhamma, zo zegt hij, is het allermooist als je hem langzaam te zien krijgt, beetje bij beetje. Wat je snel krijgt ben je ook snel weer kwijt, maar datgene waar je hard voor hebt gewerkt, wat langzaam is gekomen, dat blijft.

Ga niet zitten met verlangen naar concentratie of inzicht, want dit verlangen is een nieuwe belemmering op zich!

Het feit dat je de tijd neemt om te mediteren is genoeg, wat er daarna ook gebeurt. Het is gewoon een kwestie van doorgaan en heel veel blijven proberen. Langzaam maar zeker. Misschien 10 minuten of 20 minuten per dag. Wel elke dag, dat is heel belangrijk.

Als je bewustzijn helder en schoon is, dan komt concentratie vanzelf. Verlangen, haat en onwetendheid nemen af en het aandachtige bewustzijn wordt ontvankelijk voor wijsheid. Met deze wijsheid weet je hoe de dingen werken, in jezelf en in de wereld.

Je leven wordt dan heel gemakkelijk.

Samatha door Buddhānusati


Om de concentratie te ontwikkelen die nodig is voor het ontstaan van inzicht onderwees de Boeddha 40 verschillende meditatie objecten.

Hij heeft nooit gezegd dat één van de objecten beter is dan de ander, ze kunnen allemaal gebruikt worden.

De buddho-concentratie-meditatie methode is een vorm van buddhānussati meditatie, één van deze 40 objecten.

Buddhānussati wil zeggen het in gedachten brengen van de kwaliteiten van de Boeddha.

Traditioneel wordt bij deze vorm van meditatie nagedacht over de kwaliteiten, bijvoorbeeld om inspiratie en energie op te wekken. De buddho-meditatie is een afgeleide hiervan.

Het geluid dat ontstaat door het woord hardop te herhalen vertegenwoordigt en belichaamt de kwaliteiten van de Boeddha. Het is de bedoeling dat er slechts één intentie in het bewustzijn is, één object van aandacht, namelijk de Boeddha.

Het is dus in essentie de bedoeling om alleen naar het geluid te luisteren, en niets anders te doen.

Heel simpel!

De meditatie is dan ook makkelijk, maar het bewustzijn is moeilijk, het maakt moeilijkheden. Daarom is herhaaldelijke en continue beoefening zo belangrijk.

Ahba leert dat concentratie op geluid zeer geschikt is voor onze westerse geest.

Door te gaan zitten en de ogen te sluiten schakelen wij twee van de sterkste zintuigen uit, maar het gehoor blijft. Elk omgevingsgeluid is een mogelijke afleiding.

Door het gebruik van geluid kan het gehoor en daarmee het bewustzijn verder beschermd worden voor externe afleiding.

Een ander voordeel van meditatie op geluid is de toenemende duidelijkheid bij toenemende concentratie.

Bij de meditatie op de ademhaling bijvoorbeeld, neemt de duidelijkheid van het object (de adem bij de punt van de neus) af bij stijgende concentratie.

Bij geluid hoort men bij stijgende concentratie steeds beter en dat kan ervoor zorgen dat een opwaartse spiraal van aandacht gegenereerd wordt.

Uiteindelijk is het mogelijk een dermate hoge concentratie te bereiken dat alle zintuiglijke deuren worden gesloten en enkel het bewustzijn dat waarneemt over blijft.

Ahba gebruikt deze meditatie dan ook als sleutel om de poort tot concentratie te openen, waarna op zijn aangeven een ander object kan worden gebruikt om verdere verdieping te bewerkstelligen.

Als de concentratie diep, stevig en betrouwbaar is geworden in die zin dat het altijd ontstaat zodra men gaat zitten, dan is het mogelijk om andere meditatie-objecten te gebruiken, zoals de ademhaling, mettā (liefde) of vipassanā (inzicht).

Met ‘buddho’ als object is dit echter niet persé noodzakelijk, want de wijsheid van de Boeddha komt in de kielzog van de concentratie mee.

Samatha en Sati (Bewuste Aandacht)


Sati (Op deze website vertaald als bewuste aandacht) is in het westen beter bekend onder het daarvan afgeleide ‘mindfulness’. Het woord ‘mindfulness’ vond zijn intreden in het westen toen John Kabat-Zinn in 1979 zijn programma van ‘Mindfulness-Based Stress Reduction’ (MBSR) aan de Universiteit van het Massachusetts Medical Center opstartte.

Sindsdien wordt mindfulness door therapeuten gebruikt in de behandeling tegen stress, pijn, angst en ga zo maar door. Maar ook werkgevers bieden mindfulness aan en er zijn inmiddels tal van boeken die mindfulness koppelen aan koken, bloemschikken, wandelen, werken, verzin het maar.

Het mindfulness-fenomeen is big business geworden.

Mindfulness vindt zijn oorsprong echter in de Dhamma, de leer van de Boeddha.

Daar heeft het een zeer prominente plek in de weg die voert tot bevrijding van het lijden. De moderne variant is volledig losgemaakt van deze diepe leer om het toegankelijker te maken voor de westerse mens.

Voor de goede orde, er is niets mis met het gebruik van mindfulness voor therapie. Echter, als men begint aan het boeddhistische pad naar bevrijding middels concentratie-meditatie krijgt ‘mindfulness’ een andere lading.

We beginnen met de vertaling ‘mindfulness’. Dit is namelijk een vertaling van het Pali woord sati.

Bhikkhu Bodhi maakt in zijn essay What does mindfulness really mean? duidelijk wat sati betekent:

Sati betekent het zich herinneren van, en de lucide aandacht voor huidige gebeurtenissen. Sati zorgt ervoor dat het waargenomen object duidelijk en levendig op de voorgrond van het bewustzijn komt te staan. Als het object dat wordt waargenomen te maken heeft met het verleden – als het iets betreft dat eerder werd gedaan, gedacht of gesproken – dan heeft de heldere presentatie de vorm van herinneren. Als het object een lichamelijk proces betreft, zoals in- en uitademen of heen en weer lopen, of als het een mentale gebeurtenis is zoals een gevoel of gedachte, dan heeft de heldere presentatie de vorm van lucide gewaarwording van het heden.

In de Pali sutta’s heeft sati nog andere taken in relatie tot meditatie maar deze bekrachtigen haar karakteristieken in termen van lucide gewaarwording en heldere presentatie. De teksten spreken bijvoorbeeld over typen sati als het in gedachten brengen van de Boeddha (buddhānussati), het contempleren van de weerzinwekkendheid van het lichaam (asubhasaññā), en bewuste aandacht ten aanzien van de dood (maraṇasati); want elk van deze typen brengt het object helder in het bewustzijn. De Mettā sutta refereert zelfs naar de meditatie op liefde-vriendelijkheid als een soort bewuste aandacht. In elk van deze situaties is het object een conceptueel fenomeen – de kwaliteiten van de Boeddha, de weerzinwekkendheid van het lichaam, het onontkoombare van de dood, of liefde voor levende wezens – en toch wordt de mentale houding die er aandacht aan geeft bewuste aandacht genoemd. Wat al deze dingen gemeenschappelijk hebben, vanuit het subject gezien, is de lucide gewaarwording en helderheid van de aandacht, en vanuit het object, de heldere presentatie.

Sati wordt vaak ingedeeld in vier Satipaṭṭhāna’s, dat wil zeggen vier fundamenten van bewuste aandacht. Dit zijn vier verschillende domeinen waarop de aandacht zich kan richten om sati te ontwikkelen. De vier zijn lichaam, gevoel, bewustzijn en dhamma’s. We zullen in dit schrijven niet verder op deze vier in gaan maar verwijzen hiervoor naar de uitstekende uiteenzetting over de Satipaṭṭhāna sutta door Bhikkhu Analaya in zijn boek Satipatthana, the Direct Path to Realization.

Ahba leert dat sati een cruciaal onderdeel van het pad van concentratie en inzicht is en niet los gezien kan worden van concentratie.

Het moet zo vaak mogelijk worden beoefend gedurende de dag.

Als je zwakke sati hebt krijg je lage concentratie, stevige sati geeft hoge concentratie.

Je dient dan ook altijd je bewustzijn te kennen, te weten waar het is, en tijdens de meditatie het bewustzijn binnen te houden en op het meditatie object te richten.

Sati is dan ook niet direct het doel op zich maar een van de factoren van het proces.

Wel waarschuwt Ahba ervoor om te makkelijk over sati te denken. Over sati spreken is namelijk heel makkelijk, maar het doen is verschrikkelijk moeilijk, anders hadden we ons immers allen allang bevrijd van al het lijden.

Ook Thanissaro Bhikkhu schrijft hierover in zijn tekst “The Path of Concentration and Mindfulness”:

Veel mensen vertellen ons dat de Boeddha twee verschillende soorten meditatie onderwees – mindfulness-meditatie en concentratie-meditatie. Mindfulness-meditatie, zo zeggen ze, is de directe weg, terwijl het ontwikkelen van concentratie de scenic-route is die je op eigen risico moet nemen omdat het heel makkelijk is om betoverd te raken en niet meer los te komen. Maar als je echt kijkt naar wat de Boeddha onderwees, dan zie je dat hij de twee beoefeningen nooit heeft gescheiden. Het zijn beiden onderdelen van een geheel. Elke keer als hij bewuste aandacht (sati) en de plek daarvan op de weg uitlegt, maakt hij duidelijk dat de bedoeling van bewuste aandacht (sati) is om het bewustzijn tot juiste concentratie te brengen – ervoor te zorgen dat het bewustzijn tot rust komt en een plek vindt waar het echt stabiel is, thuis is, waar het standvastig naar dingen kan kijken en ze kan zien voor wat ze daadwerkelijk zijn.

Sati, of je het nu vertaalt met mindfulness, lucide gewaarwording of bewuste aandacht is dus een belangrijk onderdeel van het gehele boeddhistische pad van moraliteit, concentratie en wijsheid dat voert naar het loskomen van verlangen en het verwerven van mentale bevrijding.

Samatha en Vipassanā (Inzicht)


Vipassanā betekent zoveel als inzicht en wordt vaak vertaald als inzichtmeditatie. Soms wordt dit gezien als een aparte vorm van boeddhistische meditatie.

Veel mensen willen meteen dit inzicht, daar gaat het toch om?!

Ze hebben gehoord dat de directe beoefening van vipassanā zonder er aan voorafgaande hoge concentratie de snelste weg is.

Wat misschien niet iedereen zich beseft is dat de vorm van vipassanā zoals vandaag de dag wordt beoefend vrij nieuw is. Het betreft bijna altijd een afgeleide van de nieuw Birmese methode zoals bijvoorbeeld onderwezen door Mahasi Sayadaw, een zeer vooraanstaand leraar uit de 20ste eeuw.

Vipassanā als los systeem stamt uit ongeveer die tijd, begin 20ste eeuw, en werd daarvoor niet dusdanig als een apart systeem beoefend. Natuurlijk beroept deze methode zich op oude commentaren, maar in de Pali Canon (het woord van de Boeddha zelf) wordt niet over vipassanā als losse meditatietechniek gesproken.

Mahasi Sayadaw zag het grote belang van samatha in, maar zag ook dat het voor veel mensen te frustrerend was om het pad van concentratie te volgen. Daarom onderwees hij vipassanā, zodat degenen voor wie mediteren anders te frustrerend zou zijn toch zouden kunnen beginnen, om eventueel later alsnog concentratie te kunnen ontwikkelen. Zo maakte hij mediteren toegankelijker.

Ook de teksten van Ledi Sayadaw, een andere voorvader van het hedendaagse vipassanā, benadrukt (bijvoorbeeld in zijn werk “Bodhipakkhiya Dipani”) keer op keer op zeer confronterende toon het belang van concentratie in combinatie met inzicht en het onvermogen van veel hedendaagse mensen om het bewustzijn voldoende te concentreren voor het ontwikkelen van inzicht. Hij schrijft onder andere:

Alleen de zeer wijzen met grote verworvenheid kunnen de jhāna meester worden en ze gebruiken als basis voor inzicht. Desalniettemin dienen alle vormen van kusala (heilzaamheid) – waarvan samatha (concentratie) een van de hoogste is – ontwikkeld te worden, want alle kusala ondersteunen inzicht.

Dat de vipassanā-meditatie methode zoveel bekendheid heeft gekregen is niet omdat het een beter of hoger systeem is dan samatha, maar veel meer vanwege deze toegankelijkheid in combinatie met socio-politieke omstandigheden.

Mahasi Sayadaw had vooraanstaande en rijke Birmese discipelen die vipassanā promoten door het opzetten van meditatiecentra. Deze centra mochten later van de militaire junta gewoon blijven bestaan en werden niet als bedreiging gezien terwijl de junta wel bang was voor de samatha-leraren. De mentale krachten en zuivere mind van samatha-leraren vormden een bedreiging omdat zij in de regel niet mee gingen met de koers die de junta had ingeslagen.

Er heerste dan ook een verbod op samatha-onderwijs en leraren die bekend raakten om hun samatha-meditatie werden vervolgd. Ook Ahba moest Myanmar uiteindelijk ontvluchten toen steeds meer hoge regeringsfunctionarissen naar hem toe kwamen voor advies.

Hierdoor was het vipassanā waarmee de eerste Westerse beoefenaren in contact kwamen. Zij namen het systeem op hun beurt mee naar Europa en Amerika.

In de loop der jaren lijkt de oorspronkelijke gedachte van Mahasi Sayadaw met name ten aanzien van concentratie te zijn vergeten. Tegenwoordig wordt vaak gesteld dat vipassanā het hoogste en beste is, en concentratie niet belangrijk is of zelfs moet worden gemeden. Soms stellen mensen zelfs dat concentratie gevaarlijk is omdat het plezier van hoge concentratie zo groot zou zijn dat het tot nieuw en sterk verlangen zou leiden.

Vaak wordt in deze context ook naar de jhāna’s verwezen, toestanden van uiterst diepe concentratie waarbij het bewustzijn volledig geabsorbeerd is in het object waar het zich op richt.

Tegenwoordig wordt in het westen veel te makkelijk over het behalen van hoge concentratie, laat staan jhāna, gedacht. Ahba heeft wel eens verteld dat er vandaag de dag vrijwel niemand is die jhāna kan bereiken door de enorme mentale zuiverheid die daarvoor nodig is.

En wat het mogelijke gevaar betreft als reden om geen concentratie te ontwikkelen kan het beste naar de Boeddha zelf worden gekeken. De Boeddha spreekt heel vaak over concentratie, ook jhāna, als hij over meditatie spreekt en herhaaldelijk stimuleert hij de monniken hiernaar te streven als voorwaarde voor wijsheid. Nergens in de oude geschriften geeft hij aan dat je geen concentratie zou moeten ontwikkelen omdat het gevaarlijk zou zijn.

Net als de Boeddha onderwijst ook Ahba concentratie als voorwaarde voor inzicht.

Om het belang van het ontwikkelen van concentratie voor het ontwikkelen van inzicht te benadrukken geeft Ahba het voorbeeld van een lichaam. Als je een vies lichaam hebt, vol korsten, puisten, bloed en vervormingen, en je hangt er juwelen om heen, bijvoorbeeld een ketting en oorbellen, is het dan plotseling een mooi lichaam? Nee! Als je een schoon lichaam hebt, helemaal zuiver, geen vlekken of vervormingen te bekennen, zacht en soepel, maar zonder juwelen, is dit dan een mooi lichaam? Ja! Stel je hangt om dit mooie lichaam juwelen, wordt het dan nog mooier? Ja! Net zo is het met concentratie en inzicht. Zonder concentratie is het bewustzijn als een vies lichaam waar je met vipassanā juweeltjes aan probeert te hangen. Het schone, heldere, zuivere en werkbare geconcentreerde bewustzijn is als het schone lichaam, waarvoor de juwelen van inzicht passend zijn.

Hij volgt hiermee het graduele pad (of misschien beter de opwaartse spiraal) van moraliteit (sīla), concentratie (samādhi) en wijsheid (paññā), ofwel het Achtvoudige Pad.

Op aangeven van de leraar kan, als de concentratie goed is, zonder problemen vipassanā (inzicht) worden beoefend.

Omdat het fundament dan erg goed is, is vipassanā gemakkelijk en gaat het verwerven van wijsheid vanzelf.

Zonder concentratie is de beoefening van vipassanā zinloos.

Het idee dat een weg de ‘snelste’ is past bij de moderne mens. De ontwikkeling van het bewustzijn door middel van meditatie kent echter geen snelste weg. De Boeddha onderwees de weg van moraliteit, concentratie en wijsheid en het is niet mogelijk om zomaar het stuk concentratie over te slaan omdat wij denken dit vandaag de dag niet meer nodig te hebben.

De ontwikkeling van het bewustzijn vergt nu eenmaal geduld, toewijding en inspanning, maar elke stap is er een!

Wie zich afvraagt of Ahba de enige is die zich tegen het ontwikkelen van inzicht zonder concentratie uitspreekt zou bijvoorbeeld eens een tekst van grote meditatiemeesters en leraren als Ajahn Mun, Ajahn Sao, Ajahn Thate, Ajahn Chah, Ajahn Sumedho of Pa-Auk Sayadaw kunnen lezen.

Zonder moraliteit geen concentratie, zonder concentratie geen wijsheid, zonder wijsheid geen verdere ontwikkeling van moraliteit en concentratie.

Er is geen ‘snelste’ weg.