Con­cen­tra­tie wordt in het Pali, de taal van de boed­dhis­ti­sche geschrif­ten vaak ‘sama­dhi’ genoemd. ‘Sama­dhi’ is afkom­stig van ‘sam-a-dha’, wat zoveel bete­kend als ‘ver­za­me­len’ of ‘samen bren­gen’. Dit wijst op con­cen­tra­tie of uni­fi­ca­tie van het bewust­zijn.

Het woord ‘sama­dhi’ is bij­na syno­niem met het woord ‘samat­ha’, kalm­te, wat in samen­stel­ling ‘samatha-bhavana’ de beoe­fe­ning van con­cen­tra­tie medi­ta­tie bete­kent.

Door mid­del van medi­ta­tie op Bud­dho ont­wik­kel je een schoon en hel­der bewust­zijn. Als je bewust­zijn schoon en hel­der is dan komt con­cen­tra­tie van­zelf.

Als con­cen­tra­tie een­maal diep en ste­vig is ont­staat er ruim­te voor het opko­men van wijs­heid.

Ahba geeft als voor­beeld een raam waar­door je naar bui­ten kijkt. Als het raam vies is zie je niet wat zich bui­ten afspeelt. Als je het raam een beet­je schoon­maakt kun je er een beet­je door­heen kij­ken. Als je het raam vol­le­dig zui­ver en schoon hebt gemaakt kun je er pre­cies en zon­der ver­vor­ming door heen kij­ken. Net zo is het met het zui­ve­ren van het bewust­zijn door mid­del van con­cen­tra­tie medi­ta­tie.

Met een schoon en zui­ver bewust­zijn zie je de din­gen zoals ze wer­ke­lijk zijn.

Ahba leert dat het ont­wik­ke­len van inzicht door mid­del van vipas­sanā (inzichts) medi­ta­tie zin­loos is zolang er geen fun­da­ment van con­cen­tra­tie is.

Je bouwt immers ook geen huis zon­der fun­de­ring! Pas als er een ste­vi­ge fun­de­ring ligt met­sel je de muren en plaats je het dak. Het inrich­ten van het huis is dan een hele gemak­ke­lij­ke zaak.

De con­cen­tra­tie die nodig is voor het ont­wik­ke­len van wijs­heid ligt vele male hoger dan van­daag de dag vaak wordt gedacht. Het is niet een kwes­tie van een paar keer adem­ha­len en dan is het stil genoeg, maar het ver­mo­gen om wan­neer en waar dan ook het bewust­zijn vol­le­dig gefo­cust te hou­den op het object naar keu­ze zon­der het opko­men van een enke­le gedach­te of ande­re men­ta­le ver­sto­ring.

Die­pe con­cen­tra­tie, niet af en toe, niet even, maar wan­neer je maar wil, uren­lang.

Pas als een bewust­zijn dus­da­nig kalm en sereen is, han­teer­baar, kneed­baar, licht en werk­baar, is het in staat om het opko­men en ver­gaan van feno­me­nen waar te nemen, met name het zelf kun­nen zien van de ver­gan­ke­lijk­heid van nāma-rūpa (het mentale/bewustzijn en mate­rie).

Zon­der con­cen­tra­tie is het bewust­zijn sim­pel­weg niet snel genoeg om dit pro­ces te kun­nen obser­ve­ren.

Bij het beoe­fe­nen van con­cen­tra­tie medi­ta­tie kan het in eer­ste instan­tie lij­ken als­of het bewust­zijn alleen maar onrus­ti­ger wordt. Dit komt omdat met een steeds gro­te­re loep wordt geke­ken en een steeds ver­fijn­de­re onrust kan wor­den waar­ge­no­men.

Elke keer als een nieuw punt van rust wordt bereikt raakt men er op den duur van door­dron­gen dat ook dit punt in wezen nog steeds onrus­tig is.

In zijn boek “The Heart of Com­pas­si­on” schrijft Dil­go Khy­ent­se Rin­po­che mooi over dit pro­ces door vijf sta­dia van con­cen­tra­tie te noe­men:

(1) Medi­ta­tie als een water­val die over een afgrond den­dert. De gedach­ten vol­gen elkaar con­ti­nu op, en het lijkt in eer­ste instan­tie als­of je veel meer gedach­ten hebt. Dat komt omdat je je gewaar bent gewor­den van het bewe­gen van het bewust­zijn.

(2) Medi­ta­tie als een rivier die door een berg­kloof stroomt. Het bewust­zijn wis­selt af tus­sen peri­o­den van kalm­te en tur­bu­len­tie.

(3) Medi­ta­tie als een wij­de rivier die gemak­ke­lijk stroomt. Het bewust­zijn beweegt als het ver­stoord word door omstan­dig­he­den, maar anders rust het in kalm­te.

(4) Medi­ta­tie als een meer, licht ver­stoord door opper­vlak­ki­ge golf­jes. Het bewust­zijn is in lich­te mate opper­vlak­kig gea­gi­teerd maar blijft kalm en aan­we­zig in de diep­te.

(5) Medi­ta­tie als een stil­le oce­aan. Een onwan­kel­ba­re, moei­te­lo­ze con­cen­tra­tie waar­in mid­de­len tegen gedach­ten niet meer nood­za­ke­lijk zijn.

Con­cen­tra­tie gaat recht­streeks in tegen ver­lan­gen. Als er con­cen­tra­tie is, dan is er geen ver­lan­gen en visa ver­sa.

Als je van ver­lan­gen houdt kun je dan ook beter niet gaan medi­te­ren, maar als je inziet dat alle (echt alle) pro­ble­men door jezelf wor­den gemaakt, ons niet over­ko­men maar let­ter­lijk door ons bewust­zijn wor­den gemaakt, als gevolg van ver­lan­gen, dan heeft het zin om te gaan medi­te­ren.

Het pad van medi­ta­tie is geen snel pad.

Het vergt moed, door­zet­tings­ver­mo­gen, geduld en lief­de voor jezelf. Toch hoe­ven deze kwa­li­tei­ten niet bij de start aan­we­zig te zijn want je ont­wik­kelt ze van­zelf als je met het pro­ces aan de slag gaat! Ver­der­op staat hier meer over geschre­ven. Gedach­ten als “ik kan niet medi­te­ren” kun­nen dus los wor­den gela­ten.

Een ieder die tijd in het pro­ces steekt zet stap­pen.

Ahba legt heel vaak de nadruk op deze gra­du­e­le ont­wik­ke­ling.

De Dham­ma, zo zegt hij, is het aller­mooist als je hem lang­zaam te zien krijgt, beet­je bij beet­je. Alles dat je snel krijgt ben je ook snel weer kwijt, maar dat­ge­ne waar je hard voor hebt gewerkt, wat lang­zaam is geko­men, dat blijft.

Ga niet zit­ten met ver­lan­gen naar con­cen­tra­tie of inzicht, want dit ver­lan­gen is een nieu­we belem­me­ring op zich!

Het feit dat je de tijd neemt om te medi­te­ren is genoeg, wat er daar­na ook gebeurt. Het is gewoon een kwes­tie van door gaan en heel veel blij­ven pro­be­ren. Lang­zaam maar zeker. Mis­schien 10 minu­ten of 20 minu­ten per dag. Wel elke dag, dat is heel belang­rijk.

Als je bewust­zijn hel­der en schoon is, dan komt con­cen­tra­tie van­zelf. Ver­lan­gen, boos­heid en onwe­tend­heid nemen af en het aan­dach­ti­ge bewust­zijn wordt ont­van­ke­lijk voor wijs­heid. Met deze wijs­heid weet je hoe de din­gen wer­ken, in jezelf en in de wereld.

Je leven wordt dan heel gemak­ke­lijk.

Begin met medi­te­ren

Lees verder voor meer verdieping

Buddhanussati


Om de con­cen­tra­tie te ont­wik­ke­len die nodig is voor het ont­staan van inzicht onder­wees de Boed­dha 40 ver­schil­len­de medi­ta­tie objec­ten.

Hij heeft nooit gezegd dat een van de objec­ten beter is dan de ander, ze kun­nen alle­maal gebruikt wor­den.

De Bud­dho con­cen­tra­tie medi­ta­tie metho­de is een vorm van bud­dha­nus­sa­ti medi­ta­tie, één van deze 40 objec­ten.

Bud­dha­nus­sa­ti wil zeg­gen het in gedach­ten bren­gen van de kwa­li­tei­ten van de Boed­dha.

Tra­di­ti­o­neel wordt bij deze vorm van medi­ta­tie nage­dacht over de kwa­li­tei­ten, bij­voor­beeld om inspi­ra­tie en ener­gie op te wek­ken. De Bud­dho medi­ta­tie is een afge­lei­de hier­van.

Het geluid dat ont­staat door het woord hard­op te her­ha­len ver­te­gen­woor­digt en beli­chaamt de kwa­li­tei­ten van de Boed­dha. Het is de bedoe­ling dat er slechts een inten­tie in het bewust­zijn is, een object van aan­dacht en wel de Boed­dha.

Het is dus in essen­tie de bedoe­ling om alleen naar het geluid te luis­te­ren, en niets anders te doen.

Heel sim­pel!

De medi­ta­tie is dan ook mak­ke­lijk, maar het bewust­zijn is moei­lijk, het maakt moei­lijk­he­den. Daar­om is her­haal­de­lij­ke en con­ti­nue beoe­fe­ning zo belang­rijk.

Ahba leert dat con­cen­tra­tie op geluid zeer geschikt is voor onze wes­ter­se geest.

Door te gaan zit­ten en de ogen te slui­ten scha­ke­len wij twee van de sterk­ste zin­tui­gen uit, maar het gehoor blijft. Elk omge­vings­ge­luid is een moge­lij­ke aflei­ding.

Door het gebruik van geluid kan het gehoor en daar­mee het bewust­zijn ver­der beschermd wor­den voor exter­ne aflei­ding.

Een ver­der voor­deel van medi­ta­tie op geluid is de toe­ne­men­de dui­de­lijk­heid bij toe­ne­men­de con­cen­tra­tie.

Bij de medi­ta­tie op de adem­ha­ling bij­voor­beeld neemt de dui­de­lijk­heid van het object (de adem bij de punt van de neus) af bij stij­gen­de con­cen­tra­tie.

Bij geluid hoort men bij stij­gen­de con­cen­tra­tie steeds beter en dat kan ervoor zor­gen dat een opwaart­se spi­raal van aan­dacht gege­ne­reerd wordt.

Uit­ein­de­lijk is het moge­lijk een der­ma­te hoge con­cen­tra­tie te berei­ken dat alle zin­tuig deu­ren wor­den geslo­ten en enkel het bewust­zijn dat waar­neemt over blijft.

Ahba gebruikt deze medi­ta­tie dan ook als sleu­tel om de poort tot con­cen­tra­tie te ope­nen, waar­na op zijn aan­ge­ven een ander object kan wor­den gebruikt om ver­de­re ver­die­ping te bewerk­stel­li­gen.

Als de con­cen­tra­tie diep, ste­vig en betrouw­baar is gewor­den in die zin dat het altijd ont­staat als men gaat zit­ten, zodra men gaat zit­ten, dan is het moge­lijk om ande­re medi­ta­tie objec­ten te gebrui­ken, zoals de adem­ha­ling of Met­tā (lief­de).

Vipassana


Op aan­ge­ven van de leraar, als de con­cen­tra­tie goed is, kan ook vipas­sanā (inzicht) wor­den beoe­fend.

Omdat het fun­da­ment dan erg goed is, is vipas­sanā mak­ke­lijk en gaat het ver­wer­ven van wijs­heid van­zelf.

Ahba volgt hier­mee het gra­du­e­le pad (of mis­schien beter de opwaart­se spi­raal) van mora­li­teit, con­cen­tra­tie en wijs­heid dat reeds door de Boed­dha werd onder­we­zen.

Veel men­sen wil­len ech­ter alleen inzicht, daar gaat het toch om?!

Ze heb­ben gehoord dat vipas­sanā medi­ta­tie zon­der er aan voor­af­gaan­de hoge con­cen­tra­tie de snel­ste weg is.

Wat mis­schien niet ieder­een zich beseft is dat de vorm van vipas­sanā zoals van­daag de dag wordt beoe­fend vrij nieuw is. Het betreft bij­na altijd een afge­lei­de van de nieuw Bir­me­se metho­de zoals bij­voor­beeld onder­we­zen door Maha­si Saya­daw, een zeer voor­aan­staand leraar uit de 20ste eeuw.

Vipas­sanā als los sys­teem stamt uit onge­veer die tijd, begin 20ste eeuw, en werd daar­voor niet dus­da­nig als een apart sys­teem beoe­fend. Natuur­lijk beroept deze metho­de zich op oude com­men­ta­ren, maar in de Pali canon (het woord van de Boed­dha zelf) wordt niet over vipas­sanā als los­se medi­ta­tie tech­niek gespro­ken.

De reden dat deze medi­ta­tie zoveel bekend­heid heeft gekre­gen zit hem voor­na­me­lijk in de pro­mo­tie door rij­ke Bir­me­se dis­ci­pe­len van Maha­si Saya­daw waar­door het toe­gan­ke­lijk werd voor veel van de eer­ste wes­ter­se beoe­fe­na­ren die het sys­teem op hun beurt mee namen naar Euro­pa en Ame­ri­ka.

Als gevolg van de popu­la­ri­teit van het (jon­ge) vipas­sanā sys­teem heerst de gedach­te dat con­cen­tra­tie niet belang­rijk is. Soms den­ken men­sen zelfs dat con­cen­tra­tie gevaar­lijk is omdat het ple­zier van hoge con­cen­tra­tie in de jhā­na (absorp­tie) zo groot is dat het tot nieuw en sterk ver­lan­gen leidt.

Daar­mee wordt ech­ter veel te mak­ke­lijk over het beha­len van jhā­na gedacht. Ahba heeft wel eens ver­teld dat er van­daag de dag vrij­wel nie­mand is die jhā­na kan berei­ken sim­pel­weg door de enor­me men­ta­le zui­ver­heid die daar­voor nodig is.

Daar­naast kan met de Bud­dho medi­ta­tie in prin­ci­pe geen jhā­na wor­den bereikt van­we­ge de groots­heid van de kwa­li­tei­ten van het object, name­lijk de Boed­dha. De angst voor jhā­na con­cen­tra­tie met dit sys­teem is dan ook onno­dig.

Het idee dat een weg de ‘snel­ste’ is past bij de moder­ne mens. De ont­wik­ke­ling van het bewust­zijn door mid­del van medi­ta­tie kent ech­ter geen snel­ste weg.

De Boed­dha onder­wees de weg van mora­li­teit, con­cen­tra­tie en wijs­heid en het is niet moge­lijk om zomaar het stuk con­cen­tra­tie over te slaan omdat wij den­ken dit van­daag de dag niet meer nodig te heb­ben.

De ont­wik­ke­ling van het bewust­zijn vergt nou een­maal geduld, toe­wij­ding en inspan­ning, maar elke stap is er een!

Wie zich afvraagt of Ahba de eni­ge is die zich tegen het ont­wik­ke­len van inzicht zon­der con­cen­tra­tie uit­spreekt zou bij­voor­beeld eens een tekst van gro­te medi­ta­tie mees­ters en lera­ren als Ajahn Mun, Ajahn Sao, Ajahn Tha­te, Ajahn Chah, Ajahn Sumedho of Pa-Auk Saya­daw kun­nen lezen.

Ech­ter ook de tek­sten van Ledi Saya­daw, een ande­re voor­va­der van het heden­daag­se vipas­sanā, bena­druk­ken (bij­voor­beeld in zijn werk “Bod­hi­pak­khiya Dipa­ni”) keer op keer in zeer con­fron­te­ren­de toon het belang van con­cen­tra­tie in com­bi­na­tie met inzicht en het onver­mo­gen van veel heden­daag­se men­sen om het bewust­zijn vol­doen­de te con­cen­tre­ren voor het ont­wik­ke­len van inzicht.

Om het belang van het ont­wik­ke­len van con­cen­tra­tie voor het ont­wik­ke­len van inzicht in het begin te bena­druk­ken geeft Ahba het voor­beeld van een lichaam. Als je een vies lichaam hebt, vol kor­sten, puis­ten, bloed en ver­vor­min­gen, en je hangt er juwe­len om heen, bij­voor­beeld een ket­ting en oor­bel­len, is het dan plot­se­ling een mooi lichaam? Nee! Als je een schoon lichaam hebt, hele­maal zui­ver, geen vlek­ken of ver­vor­min­gen te beken­nen, zacht en soe­pel, maar zon­der juwe­len, is dit dan een mooi lichaam? Ja! Stel je hangt om dit mooie lichaam juwe­len, wordt het dan nog mooi­er? Ja! Net zo is het met con­cen­tra­tie en inzicht. Zon­der con­cen­tra­tie is het bewust­zijn als een vies lichaam waar je met vipas­sanā juweel­tjes aan pro­beert te han­gen. Het scho­ne, hel­de­re, zui­ve­re en werk­ba­re gecon­cen­treer­de bewust­zijn is als het scho­ne lichaam, waar­voor de juwe­len van inzicht pas­send zijn.

Wie denkt dat vipas­sanā vol­doen­de is voor een zui­ver bewust­zijn hoeft helaas niet ver­der te kij­ken dan het begin van vipas­sanā in Neder­land.

Ahba leert dat de leraar als een trein is en de leer­lin­gen als pas­sa­giers. Als de trein de ver­keer­de kant op gaat gaan alle pas­sa­giers onher­roe­pe­lijk dezelf­de kant op.

Zon­der mora­li­teit geen con­cen­tra­tie, zon­der con­cen­tra­tie geen wijs­heid, zon­der wijs­heid geen ver­de­re ont­wik­ke­ling van mora­li­teit en con­cen­tra­tie.

Er is geen ‘snel­ste’ weg.

Mindfulness


Het woord ‘mind­ful­ness’ vond zijn intre­den in het wes­ten toen John Kabat-Zinn in 1979 zijn pro­gram­ma van ‘Mindfulness-based Stress Reduc­ti­on’ in de Uni­ver­si­teit van het Mas­sa­chu­setts Medi­cal Cen­ter opstart­te.

Sinds dien wordt mind­ful­ness door the­ra­peu­ten gebruikt in de behan­de­ling tegen stress, pijn, angst en ga zo maar door. Maar ook werk­ge­vers bie­den mind­ful­ness aan en er zijn inmid­dels tal van boe­ken die mind­ful­ness kop­pe­len aan koken, bloem­schik­ken, wan­de­len, wer­ken, ver­zin het maar.

Het mind­ful­ness feno­meen is big busi­ness gewor­den.

Mind­ful­ness vind zijn oor­sprong ech­ter in de Dham­ma, de leer van de Boed­dha.

Daar heeft het een zeer pro­mi­nen­te plek in de weg die voert tot bevrij­ding van het lij­den. De moder­ne vari­ant is vol­le­dig los­ge­maakt van deze die­pe leer om het toe­gan­ke­lij­ker te maken voor de wes­ter­se mens.

Daar­mee is ech­ter ook de diep­gang ver­lo­ren gegaan en is de ware bete­ke­nis van ‘mind­ful­ness’ wel­licht zoek geraakt.

Voor de goe­de orde, er is niets mis met het gebruik van mind­ful­ness voor the­ra­pie. Ech­ter, als men begint aan het boed­dhis­ti­sche pad naar bevrij­ding mid­dels con­cen­tra­tie medi­ta­tie krijgt ‘mind­ful­ness’ een ande­re lading.

We begin­nen met de ver­ta­ling ‘mind­ful­ness’. Dit is name­lijk een ver­ta­ling van het Pali woord ‘sati’.

Bhik­khu Bodhi maakt in zijn essay “What does mind­ful­ness real­ly mean? ” dui­de­lijk wat sati bete­kent:

Het zich her­in­ne­ren en de luci­de aan­dacht van hui­di­ge gebeur­te­nis­sen. Sati zorgt ervoor dat het waar­ge­no­men object dui­de­lijk en leven­dig in de voor­grond van het bewust­zijn komt. Als het object dat wordt waar­ge­no­men te maken heeft met het ver­le­den – als het iets betreft dat eer­der werd gedaan, gedacht of gespro­ken – dan heeft de hel­de­re pre­sen­ta­tie de vorm van her­in­ne­ren. Als het object een licha­me­lijk pro­ces zoals in- en uit­a­de­men of heen en weer lopen betreft, of als het een men­ta­le gebeur­te­nis is zoals een gevoel of gedach­te, dan heeft de hel­de­re pre­sen­ta­tie de vorm van luci­de gewaar­wor­ding van het heden.

In de Pali sutta’s heeft sati nog ande­re taken in rela­tie tot medi­ta­tie maar deze bekrach­ti­gen haar karak­te­ris­tie­ken in ter­men van luci­de gewaar­wor­ding en hel­de­re pre­sen­ta­tie. De tek­sten spre­ken bij­voor­beeld over typen sati als het in gedach­ten bren­gen van de Boed­dha (bud­dha­nus­sa­ti), het con­tem­ple­ren van de afsto­te­lijk­heid van het lichaam (asub­hasan­na), en mind­ful­ness ten aan­zien van de dood (mara­na­sa­ti); want elk van deze typen brengt het object hel­der in het bewust­zijn. De Met­tā sut­ta refe­reert zelfs naar de medi­ta­tie op liefde-vriendelijkheid als een soort mind­ful­ness. In elk van deze situ­a­ties is het object een con­cep­tu­eel feno­meen – de kwa­li­tei­ten van de Boed­dha, de afsto­te­lijk­heid van het lichaam, het onont­koom­ba­re van de dood, of lief­de voor leven­de wezens – en toch wordt de men­ta­le hou­ding die er aan­dacht aan geeft mind­ful­ness genoemd. Wat al deze din­gen gemeen­schap­pe­lijk heb­ben, van­uit het sub­ject gezien, is de luci­de gewaar­wor­ding en hel­der­heid van de aan­dacht, en van­uit het object, de hel­de­re pre­sen­ta­tie.

Sati wordt vaak inge­deeld in vier satipatthana’s, dat wil zeg­gen vier fun­da­men­ten van bewus­te aan­dacht. Dit zijn vier ver­schil­len­de domei­nen waar­op de aan­dacht zich kan rich­ten om sati te ont­wik­ke­len. De vier zijn lichaam, gevoel, bewust­zijn en dhamma’s. We zul­len in dit schrij­ven niet ver­der op deze vier in gaan maar ver­wij­zen hier­voor naar de bril­jan­te uit­een­zet­ting over de sati­pat­t­ha­na sut­ta door Bhik­khu Ana­laya in zijn boek “Sati­pat­t­ha­na, the Direct Path to Rea­li­za­ti­on”.

Ahba leert dat mind­ful­ness een cru­ci­aal onder­deel in het pad van con­cen­tra­tie en inzicht is en niet los gezien kan wor­den van con­cen­tra­tie.

Het moet zo vaak moge­lijk wor­den beoe­fend gedu­ren­de de dag.

Als je zwak­ke mind­ful­ness hebt krijg je lage con­cen­tra­tie, ste­vi­ge mind­ful­ness geeft hoge con­cen­tra­tie.

Mind­ful­ness is de waak­hond die ziet waar het bewust­zijn mee bezig is.

Je dient dan ook altijd je bewust­zijn te ken­nen, te weten waar het is, en tij­dens de medi­ta­tie het bewust­zijn bin­nen te hou­den en op het medi­ta­tie object te rich­ten.

Mind­ful­ness is dan ook niet direct het doel op zich maar een van de fac­to­ren van het pro­ces.

Wel waar­schuwt Ahba ervoor om te mak­ke­lijk over sati te den­ken. Over sati spre­ken is name­lijk heel mak­ke­lijk, maar het doen is ver­schrik­ke­lijk moei­lijk, anders had­den we ons immers allen al lang bevrijd van al het lij­den.

Ook Tha­nis­sa­ro Bhik­khu sch­tijft hier­over in zijn tekst “The Path of Con­cen­tra­ti­on and Mind­ful­ness”:

Veel men­sen ver­tel­len ons dat de Boed­dha twee ver­schil­len­de soor­ten medi­ta­tie onder­wees – mind­ful­ness medi­ta­tie en con­cen­tra­tie medi­ta­tie. Mind­ful­ness medi­ta­tie, zo zeg­gen ze, is de direc­te weg, ter­wijl het ont­wik­ke­len van con­cen­tra­tie de scenic-route is die je op eigen risi­co moet nemen omdat het heel mak­ke­lijk is om beto­verd te raken en niet meer los te komen. Maar als je echt kijkt naar wat de Boed­dha onder­wees, dan zie je dat hij de twee beoe­fe­nin­gen nooit heeft geschei­den. Het zijn bei­den onder­de­len van een geheel. Elke keer als hij mind­ful­ness en de plek daar­van op de weg uit­legt, maakt hij dui­de­lijk dat de bedoe­ling van mind­ful­ness is om het bewust­zijn tot juis­te con­cen­tra­tie te bren­gen – ervoor te zor­gen dat het bewust­zijn tot rust komt en een plek vindt waar het echt sta­biel is, thuis is, waar het stand­vas­tig naar din­gen kan kij­ken en ze kan zien voor wat ze daad­wer­ke­lijk zijn.

Sati, of je het nou ver­taald met mind­ful­ness, luci­de gewaar­wor­ding of bewus­te aan­dacht is dus een belang­rijk onder­deel van het gehe­le boed­dhis­ti­sche pad van mora­li­teit, con­cen­tra­tie en wijs­heid dat voert tot het los­ko­men van ver­lan­gen en het ver­wer­ven van men­ta­le bevrij­ding.

Het maakt onder­deel uit van het gehe­le pad en is daar­om ook zelf afhan­ke­lijk van ande­re fac­to­ren voor ver­der ont­wik­ke­ling en ver­die­ping.

Saddha, Viriya, Sati, Samadhi, Panna, Khanti, Metta


Om wat meer hand­va­ten te geven voor het beoe­fe­nen van medi­ta­tie spreekt Ahba met regel­maat over de reeks Sad­dhā, viriya, sati, sama­dhi, pañ­ña en over­koe­pe­lend over khan­ti en Met­tā.

Nu is het goed denk­baar dat er bij het lezen van deze ter­men niet direct een lamp­je gaat bran­den, lees dan gerust ver­der.

Saddha

Sad­dhā’ bete­kent zoveel als ver­trou­wen of zoals Ahba het ver­taald, geloof.

In eer­ste instan­tie begint het hier alle­maal mee, name­lijk het ver­trou­wen of geloof dat het zin­vol is om het bewust­zijn mid­dels medi­ta­tie te ont­wik­ke­len. Zon­der ver­trou­wen in het sys­teem en de leraar zal je geen stap zet­ten.

Als je dan een­maal bezig bent ver­vult Sad­dhā een ande­re rol, name­lijk die van het ver­trou­wen dat ook jij zelf stap­pen kunt zet­ten. Daar komen we later nog eens op terug.

Zie voor meer infor­ma­tie over ver­trou­wen de tekst Devo­tie in het Boed­dhis­me door Nyanapo­n­i­ka The­ra.

Viriya

Viriya’ kan ver­taald wor­den als ener­gie, maar Ahba kiest voor de veel tast­baar­de­re ver­ta­ling ‘heel veel pro­be­ren’.

Het is dat­ge­ne dat er voor zorgt dat we dage­lijks gaan zit­ten, dat we ener­gie ste­ken in het pro­ces. Mis­schien Eens op retrai­te gaan.

Maar ook de dage­lijk­se inspan­ning om mora­li­teit en sati te beoe­fe­nen, dit is alle­maal viriya.

Ahba leert dat als je maar blijft pro­be­ren het resul­taat gega­ran­deerd komt. We krij­gen wat we wil­len, als we ver­lan­gen wil­len krij­gen we ver­lan­gen, als we con­cen­tra­tie en wijs­heid wil­len krij­gen we con­cen­tra­tie en wijs­heid.

Als we ons maar blij­ven inspan­nen.

Sati

sati’ wordt vaak ver­taald met mind­ful­ness.

Het is het ver­mo­gen om te zien waar het bewust­zijn mee bezig is. Het is de lijn die het bewust­zijn aan het medi­ta­tie object bindt en regi­streert als we afge­leid zijn, als er gedach­ten zijn opge­ko­men.

Daar­naast is het gedu­ren­de de dag ons ver­mo­gen om con­ti­nu gewaar te zijn van waar we mee bezig zijn en ons bewust­zijn bij een ding tege­lijk te hou­den.

Samadhi

Sama­dhi’ is con­cen­tra­tie.

Als we met ver­trou­wen gaan zit­ten en maar blij­ven pro­be­ren om onze aan­dacht bij het object te hou­den, dan komt con­cen­tra­tie van­zelf.

Con­cen­tra­tie kan je niet for­ce­ren of maken.

Je kunt enkel de voor­waar­den laten ont­staan die het opko­men van con­cen­tra­tie moge­lijk maken, name­lijk Sad­dhā, viriya en sati.

Het voor­gaan­de is niet zozeer een stij­gen­de lijn als meer een opwaart­se spi­raal.

Als het ons door veel pro­be­ren name­lijk lukt om meer sati te heb­ben tij­dens de beoe­fe­ning dan geeft dit meer ver­trou­wen. De toe­na­me in ver­trou­wen geeft ons het ver­mo­gen meer ener­gie in het pro­ces te ste­ken wat uit­ein­de­lijk resul­teert in ver­de­re toe­na­me van sati.

De spi­raal blijft door­gaan.

Eerst komt zwak­ke con­cen­tra­tie, dan ste­vi­ge­re con­cen­tra­tie, dan vol­le­di­ge con­cen­tra­tie.

Eerst af en toe, dan steeds vaker, dan altijd.

Pañña

Pañ­ña’ is de vol­gen­de stap in de reeks en bete­kend zoveel als wijs­heid.

Het is het direc­te gevolg van con­cen­tra­tie op Bud­dho en komt als het ware in de kiel­zog mee.

Als het ten goe­de komt van de ont­wik­ke­ling van wijs­heid kan de leraar hier aan­wij­zin­gen geven voor vipas­sanā medi­ta­tie, met name het zien van de ver­gan­ke­lijk­heid van Nāma-rūpa.

Ook geeft Ahba aan dat dit het moment is om onder­wijs te krij­gen over de ware natuur van de din­gen, een hel­der bewust­zijn is name­lijk veel beter in staat om het gege­ven onder­richt te ver­wer­ken en in de wereld met eigen erva­ring te toet­sen.

Deze gehe­le spi­raal kan alleen suc­ces­vol wor­den beoe­fend door het tege­lij­ker­tijd ont­wik­ke­len van ‘khan­ti’ en ‘Met­tā’.

Khanti

Khan­ti’ kan wor­den ver­taald met geduld.

Dit is niet een afwach­ten­de vorm van geduld, geen lais­sez fai­re hou­ding van ‘ach, het komt alle­maal wel eens’.

Het is het geduld van dege­ne die met ver­trou­wen inspan­ning levert.

Het is het geduld dat hoe het ook gaat, wat er in de medi­ta­tie ook boven­komt, onge­acht het resul­taat, je altijd weer kan zeg­gen ‘mor­gen zal ik het gewoon weer pro­be­ren’.

Het werkt in dat licht nauw samen met viriya. Waar viriya de ener­gie is om elke dag weer te pro­be­ren is khan­ti het los­ko­men van het resul­taat, los­ko­men van beoor­de­len en het inzien dat of het pro­ces nog één jaar, hon­derd jaar of hon­derd levens kost, dit niet meer uit­maakt, dat de nodi­ge inspan­ning gele­verd zal wor­den.

Het ver­sterkt in die zin ook ver­trou­wen, name­lijk het ver­trou­wen dat de beoe­fe­ning vroe­ger of later zijn vruch­ten zal afwer­pen.

Metta

Met­tā’ is lief­de, of liefdevolle-vriendelijkheid om het af te zet­ten tegen het sen­su­e­le ver­lan­gen dat wij vaak aan lief­de kop­pe­len.

Er zijn die­pe vor­men van ‘Mettā-bhavana’, medi­ta­tie op lief­de, waar­in zoals eer­der al genoemd Met­tā het object van con­cen­tra­tie is. Daar heb­ben we het hier nog niet over.

Hier is Met­tā de lief­de naar jezelf, de zacht­heid die aan khan­ti wordt gege­ven.

Het lachen om je eigen onrus­ti­ge bewust­zijn en de soms vreem­de en con­fron­te­ren­de din­gen die boven komen.

Het is het laten gaan van de gedach­te ‘ik kan dit niet’.

In het Bud­dho con­cen­tra­tie medi­ta­tie sys­teem doen wij voor en na het rich­ten van de aan­dacht op de Boed­dha een sim­pe­le kor­te Met­tā medi­ta­tie om deze zacht­heid naar ons­zelf en alle ande­re leven­de wezens op te roe­pen.

Zie voor een uit­ge­brei­de uit­leg Met­ta: De filo­so­fie en beoe­fe­ning van Uni­ver­se­le Lief­de door Acha­rya Bud­dha­rak­khi­ta.

Je ontwikkeld dus meer dan alleen concentratie

Het boven­ge­noem­de toont heel mooi dat tij­dens het beoe­fe­nen van con­cen­tra­tie medi­ta­tie niet alleen con­cen­tra­tie wordt ont­wik­keld.

Door het sim­pel­weg oefe­nen van het rich­ten van de aan­dacht op een object wor­den onder water heel veel posi­tie­ve kwa­li­tei­ten gege­ne­reerd en ver­sterkt.

In het begin heb je hier mis­schien nog geen zicht op en levert Bud­dho medi­ta­tie wel­licht enkel wat hel­der­heid aan het begin of rust aan het ein­de van een stress­vol­le dag.

Door lan­ge­re beoe­fe­ning wordt ech­ter steeds dui­de­lij­ker dat het effect zich over een veel gro­ter domein uit­strekt. Dat men gedul­di­ger en lief­de­vol­ler met zich­zelf en ande­ren om gaat, dat de men­ta­le ener­gie, door­zet­tings­ver­mo­gen en vol­har­dend­heid in aller­lei situ­a­ties van het dage­lijks leven toe­neemt. Dat men zich more­ler gaat gedra­gen, zich bewus­ter wordt van dat­ge­ne dat zich in het bewust­zijn afspeelt en uit­ein­de­lijk steeds beter begrijpt hoe de din­gen wer­ken.

En dat is mis­schien nog maar het begin.

Je moet het alleen zelf doen, want nie­mand anders dan jij zelf kan jou bewust­zijn ont­wik­ke­len!

Contact


Neem contact op voor meer informatie over de meditatie of voor het maken van een afspraak (het kost geen geld, wel eigen inspanning).

Is de stap naar meditatie nog te groot? Kom dan bijvoorbeeld langs voor een gesprek over zingeving. Wat zijn voor jou de belangrijke dingen in het leven? Waar staat spanning op de boog?