Concentratie wordt in het Pali, de taal van de boeddhistische geschriften, vaak ‘samadhi’ genoemd. ‘Samadhi’ is afkomstig van ‘sam‐a‐dha’, wat zoveel betekent als ‘verzamelen’ of ‘samenbrengen’. Dit verwijst naar concentratie of unificatie van het bewustzijn.

Het woord ‘samadhi’ is bijna synoniem met het woord ‘samatha’, kalmte. In de samenstelling ‘samatha‐bhavana’ betekent dit de beoefening van concentratie meditatie.

Door middel van meditatie op Buddho ontwikkel je een schoon en helder bewustzijn. Als je bewustzijn schoon en helder is dan komt concentratie vanzelf.

Als concentratie eenmaal diep en stevig is ontstaat er ruimte voor het opkomen van wijsheid.

Ahba geeft als voorbeeld een raam waardoor je naar buiten kijkt. Als het raam vies is zie je niet wat zich buiten afspeelt. Als je het raam een beetje schoonmaakt kun je er een beetje doorheen kijken. Als je het raam volledig zuiver en schoon hebt gemaakt kun je er precies en zonder vervorming door heen kijken. Net zo is het met het zuiveren van het bewustzijn door middel van concentratie meditatie.

Met een schoon en zuiver bewustzijn zie je de dingen zoals ze werkelijk zijn.

Ahba leert dat het ontwikkelen van inzicht door middel van vipassanā (inzichts) meditatie zinloos is zolang er geen fundament van concentratie is.

Je bouwt immers ook geen huis zonder fundering! Pas als er een stevige fundering ligt metsel je de muren en plaats je het dak. Het inrichten van het huis is dan een gemakkelijke zaak.

De concentratie die nodig is voor het ontwikkelen van wijsheid ligt vele male hoger dan vandaag de dag vaak wordt gedacht. Het is niet een kwestie van een paar keer ademhalen en dan is het stil genoeg, maar het vermogen om wanneer je maar wilt het bewustzijn volledig gefocust te houden op een object naar keuze, zonder het opkomen van een enkele gedachte of andere mentale verstoring.

Het gaat om diepe concentratie, niet af en toe, niet even, maar zolang als je wilt.

Pas als een bewustzijn dusdanig kalm en sereen is, hanteerbaar, kneedbaar, licht en werkbaar, is het in staat om het opkomen en vergaan van fenomenen waar te nemen, met name het zelf kunnen zien van de vergankelijkheid van nāma‐rūpa (het mentale/bewustzijn en materie).

Zonder concentratie is het bewustzijn simpelweg niet snel genoeg om dit proces te kunnen observeren.

Bij het beoefenen van concentratie meditatie kan het in eerste instantie lijken alsof het bewustzijn alleen maar onrustiger wordt. Dit komt omdat met een steeds grotere loep wordt gekeken en met toenemende verfijning onrust kan worden waargenomen.

Elke keer als een nieuw punt van rust wordt bereikt raakt men er op den duur van doordrongen dat ook dit punt in wezen nog steeds onrustig is.

In zijn boek “The Heart of Compassion” schrijft Dilgo Khyentse Rinpoche mooi over dit proces door vijf stadia van concentratie te noemen:

(1) Meditatie als een waterval die over een afgrond dendert. De gedachten volgen elkaar continu op, en het lijkt in eerste instantie alsof je veel meer gedachten hebt. Dat komt omdat je je gewaar bent geworden van het bewegen van het bewustzijn.

(2) Meditatie als een rivier die door een bergkloof stroomt. Het bewustzijn wisselt af tussen perioden van kalmte en turbulentie.

(3) Meditatie als een wijde rivier die gemakkelijk stroomt. Het bewustzijn beweegt als het verstoord word door omstandigheden, maar anders rust het in kalmte.

(4) Meditatie als een meer, licht verstoord door oppervlakkige golfjes. Het bewustzijn is in lichte mate oppervlakkig geagiteerd maar blijft kalm en aanwezig in de diepte.

(5) Meditatie als een stille oceaan. Een onwankelbare, moeiteloze concentratie waarin middelen tegen gedachten niet meer noodzakelijk zijn.

Concentratie gaat rechtstreeks in tegen verlangen. Als er concentratie is, dan is er geen verlangen en visa versa.

Als je van verlangen houdt kun je dan ook beter niet gaan mediteren, maar als je inziet dat alle (echt alle) problemen door jezelf worden gemaakt, ons niet overkomen maar letterlijk door ons bewustzijn worden gemaakt, als gevolg van verlangen, dan heeft het zin om te gaan mediteren.

Het pad van meditatie is geen snel pad.

Het vergt moed, doorzettingsvermogen, geduld en liefde voor jezelf. Toch hoeven deze kwaliteiten niet bij de start aanwezig te zijn want je ontwikkelt ze vanzelf als je met het proces aan de slag gaat! Verderop staat hier meer over geschreven. Gedachten als “ik kan niet mediteren” kunnen dus los worden gelaten.

Eenieder die tijd in het proces steekt zet stappen.

Ahba legt heel vaak de nadruk op deze graduele ontwikkeling.

De Dhamma, zo zegt hij, is het allermooist als je hem langzaam te zien krijgt, beetje bij beetje. Wat je snel krijgt ben je ook snel weer kwijt, maar datgene waar je hard voor hebt gewerkt, wat langzaam is gekomen, dat blijft.

Ga niet zitten met verlangen naar concentratie of inzicht, want dit verlangen is een nieuwe belemmering op zich!

Het feit dat je de tijd neemt om te mediteren is genoeg, wat er daarna ook gebeurt. Het is gewoon een kwestie van door gaan en heel veel blijven proberen. Langzaam maar zeker. Misschien 10 minuten of 20 minuten per dag. Wel elke dag, dat is heel belangrijk.

Als je bewustzijn helder en schoon is, dan komt concentratie vanzelf. Verlangen, haat en onwetendheid nemen af en het aandachtige bewustzijn wordt ontvankelijk voor wijsheid. Met deze wijsheid weet je hoe de dingen werken, in jezelf en in de wereld.

Je leven wordt dan heel gemakkelijk.

Begin met mediteren

Lees verder voor meer verdieping

Buddhanussati


Om de concentratie te ontwikkelen die nodig is voor het ontstaan van inzicht onderwees de Boeddha 40 verschillende meditatie objecten.

Hij heeft nooit gezegd dat één van de objecten beter is dan de ander, ze kunnen allemaal gebruikt worden.

De Buddho concentratie meditatie methode is een vorm van buddhanussati meditatie, één van deze 40 objecten.

Buddhanussati wil zeggen het in gedachten brengen van de kwaliteiten van de Boeddha.

Traditioneel wordt bij deze vorm van meditatie nagedacht over de kwaliteiten, bijvoorbeeld om inspiratie en energie op te wekken. De Buddho meditatie is een afgeleide hiervan.

Het geluid dat ontstaat door het woord hardop te herhalen vertegenwoordigt en belichaamt de kwaliteiten van de Boeddha. Het is de bedoeling dat er slechts één intentie in het bewustzijn is, een object van aandacht, namelijk de Boeddha.

Het is dus in essentie de bedoeling om alleen naar het geluid te luisteren, en niets anders te doen.

Heel simpel!

De meditatie is dan ook makkelijk, maar het bewustzijn is moeilijk, het maakt moeilijkheden. Daarom is herhaaldelijke en continue beoefening zo belangrijk.

Ahba leert dat concentratie op geluid zeer geschikt is voor onze westerse geest.

Door te gaan zitten en de ogen te sluiten schakelen wij twee van de sterkste zintuigen uit, maar het gehoor blijft. Elk omgevingsgeluid is een mogelijke afleiding.

Door het gebruik van geluid kan het gehoor en daarmee het bewustzijn verder beschermd worden voor externe afleiding.

Een verder voordeel van meditatie op geluid is de toenemende duidelijkheid bij toenemende concentratie.

Bij de meditatie op de ademhaling bijvoorbeeld, neemt de duidelijkheid van het object (de adem bij de punt van de neus) af bij stijgende concentratie.

Bij geluid hoort men bij stijgende concentratie steeds beter en dat kan ervoor zorgen dat een opwaartse spiraal van aandacht gegenereerd wordt.

Uiteindelijk is het mogelijk een dermate hoge concentratie te bereiken dat alle zintuig deuren worden gesloten en enkel het bewustzijn dat waarneemt over blijft.

Ahba gebruikt deze meditatie dan ook als sleutel om de poort tot concentratie te openen, waarna op zijn aangeven een ander object kan worden gebruikt om verdere verdieping te bewerkstelligen.

Als de concentratie diep, stevig en betrouwbaar is geworden in die zin dat het altijd ontstaat zodra men gaat zitten, dan is het mogelijk om andere meditatie objecten te gebruiken, zoals de ademhaling, mettā (liefde) of vipassanā (inzicht).

Met Buddho als object is dit echter niet persé noodzakelijk, want de wijsheid van de Boeddha komt in de kielzoog van de concentratie mee.

Vipassana


Vipassanā betekent zoveel als inzicht en wordt vaak vertaald als inzichts‐meditatie. Soms wordt dit gezien als een aparte vorm van boeddhistische meditatie.

Veel mensen willen meteen dit inzicht, daar gaat het toch om?!

Ze hebben gehoord dat de directe beoefening van vipassanā zonder er aan voorafgaande hoge concentratie de snelste weg is.

Wat misschien niet iedereen zich beseft is dat de vorm van vipassanā zoals vandaag de dag wordt beoefend vrij nieuw is. Het betreft bijna altijd een afgeleide van de nieuw Birmese methode zoals bijvoorbeeld onderwezen door Mahasi Sayadaw, een zeer vooraanstaand leraar uit de 20ste eeuw.

Vipassanā als los systeem stamt uit ongeveer die tijd, begin 20ste eeuw, en werd daarvoor niet dusdanig als een apart systeem beoefend. Natuurlijk beroept deze methode zich op oude commentaren, maar in de Pali canon (het woord van de Boeddha zelf) wordt niet over vipassanā als losse meditatie techniek gesproken.

Dat deze meditatie methode zoveel bekendheid heeft gekregen is niet omdat het een beter systeem is, maar veelmeer socio‐politiek van aard.

De militaire junta die in Myanmar (waar vipassanā vandaag komt) de macht in handen had bang voor samatha leraren. Hun mentale krachten en zuivere mind voormde een bedreiging, want zij gingen in de regel niet mee met de koers die de junta had ingeslagen.

Er heerste dan ook een verbod op samatha onderwijs en leraren die bekend raakten om hun samatha meditatie werden vervolgt. Ook Ahba moest Myanmar uiteindelijk ontvluchten toen steeds meer hoge regeringsfunctionarissen naar hem toe kwamen voor advies.

Daarnaast waren er rijke Birmese discipelen van Mahasi Sayadaw die vipassanā promoten en meditatie centra opzetten. Deze centra mochten van de militaire junta gewoon blijven bestaan en werden niet als bedreiging gezien.

Hierdoor werd de methode toegankelijk werd voor veel van de eerste westerse beoefenaren die het systeem op hun beurt meenamen naar Europa en Amerika. Ook het huidige mindfulness vind zijn oorsprong in dit systeem.

Als gevolg van de populariteit van het (jonge) vipassanā systeem heerst de gedachte dat concentratie niet belangrijk is. Soms denken mensen zelfs dat concentratie gevaarlijk is omdat het plezier van hoge concentratie zo groot zou zijn dat het tot nieuw en sterk verlangen zou leiden.

Vaak wordt in deze context ook naar de jhāna verwezen, dat zijn toestanden van uiterst diepe concentratie waarbij het bewustzijn volledig geabsorbeerd is in het object waar het zich op richt.

Tegenwoordig wordt in het westen veel te makkelijk over het behalen van hoge concentratie, laat staan jhāna, gedacht. Ahba heeft wel eens verteld dat er vandaag de dag vrijwel niemand is die jhāna kan bereiken door de enorme mentale zuiverheid die daarvoor nodig is.

De Boeddha spreekt juist heel vaak over concentratie en ook jhāna, als hij spreekt over meditatie. Hij simuleert juist het streven hiernaar als onderdeel van het pas naar wijsheid.

Ahba onderwijst concentratie als voorwaarde voor inzicht.

Om het belang van het ontwikkelen van concentratie voor het ontwikkelen van inzicht in het begin te benadrukken geeft Ahba het voorbeeld van een lichaam. Als je een vies lichaam hebt, vol korsten, puisten, bloed en vervormingen, en je hangt er juwelen om heen, bijvoorbeeld een ketting en oorbellen, is het dan plotseling een mooi lichaam? Nee! Als je een schoon lichaam hebt, helemaal zuiver, geen vlekken of vervormingen te bekennen, zacht en soepel, maar zonder juwelen, is dit dan een mooi lichaam? Ja! Stel je hangt om dit mooie lichaam juwelen, wordt het dan nog mooier? Ja! Net zo is het met concentratie en inzicht. Zonder concentratie is het bewustzijn als een vies lichaam waar je met vipassanā juweeltjes aan probeert te hangen. Het schone, heldere, zuivere en werkbare geconcentreerde bewustzijn is als het schone lichaam, waarvoor de juwelen van inzicht passend zijn.

Hij volgt hiermee het graduele pad (of misschien beter de opwaartse spiraal) van moraliteit (sila), concentratie (samadhi) en wijsheid (pañña) dat reeds door de Boeddha werd onderwezen.

Op aangeven van de leraar, als de concentratie goed is, kan  zonder problemen vipassanā (inzicht) worden beoefend.

Omdat het fundament dan erg goed is, is vipassanā gemakkelijk en gaat het verwerven van wijsheid vanzelf.

Zonder concentratie is de beoefening van vipassanā zinloos.

Het idee dat een weg de ‘snelste’ is past bij de moderne mens. De ontwikkeling van het bewustzijn door middel van meditatie kent echter geen snelste weg.

De Boeddha onderwees de weg van moraliteit, concentratie en wijsheid en het is niet mogelijk om zomaar het stuk concentratie over te slaan omdat wij denken dit vandaag de dag niet meer nodig te hebben.

De ontwikkeling van het bewustzijn vergt nou eenmaal geduld, toewijding en inspanning, maar elke stap is er een!

Wie zich afvraagt of Ahba de enige is die zich tegen het ontwikkelen van inzicht zonder concentratie uitspreekt zou bijvoorbeeld eens een tekst van grote meditatie meesters en leraren als Ajahn Mun, Ajahn Sao, Ajahn Thate, Ajahn Chah, Ajahn Sumedho of Pa‐Auk Sayadaw kunnen lezen.

Echter ook de teksten van Ledi Sayadaw, een andere voorvader van het hedendaagse vipassanā, benadrukken (bijvoorbeeld in zijn werk “Bodhipakkhiya Dipani”) keer op keer op zeer confronterende toon het belang van concentratie in combinatie met inzicht en het onvermogen van veel hedendaagse mensen om het bewustzijn voldoende te concentreren voor het ontwikkelen van inzicht.

Wie denkt dat vipassanā voldoende is voor een zuiver bewustzijn hoeft helaas niet verder te kijken dan het begin van vipassanā in Nederland.

Ahba leert dat de leraar als een trein is en de leerlingen als passagiers. Als de trein de verkeerde kant op gaat gaan alle passagiers onherroepelijk dezelfde kant op.

Zonder moraliteit geen concentratie, zonder concentratie geen wijsheid, zonder wijsheid geen verdere ontwikkeling van moraliteit en concentratie.

Er is geen ‘snelste’ weg.

Mindfulness


Het woord ‘mindfulness’ vond zijn intreden in het westen toen John Kabat‐Zinn in 1979 zijn programma van ‘Mindfulness‐Based Stress Reduction’ (MBSR) aan de Universiteit van het Massachusetts Medical Center opstartte.

Sindsdien wordt mindfulness door therapeuten gebruikt in de behandeling tegen stress, pijn, angst en ga zo maar door. Maar ook werkgevers bieden mindfulness aan en er zijn inmiddels tal van boeken die mindfulness koppelen aan koken, bloemschikken, wandelen, werken, verzin het maar.

Het mindfulness fenomeen is big business geworden.

Mindfulness vindt zijn oorsprong echter in de Dhamma, de leer van de Boeddha.

Daar heeft het een zeer prominente plek in de weg die voert tot bevrijding van het lijden. De moderne variant is volledig losgemaakt van deze diepe leer om het toegankelijker te maken voor de westerse mens.

Daarmee is echter ook de diepgang verloren gegaan en is de ware betekenis van ‘mindfulness’ wellicht zoek geraakt.

Voor de goede orde, er is niets mis met het gebruik van mindfulness voor therapie. Echter, als men begint aan het boeddhistische pad naar bevrijding middels concentratie meditatie krijgt ‘mindfulness’ een andere lading.

We beginnen met de vertaling ‘mindfulness’. Dit is namelijk een vertaling van het Pali woord ‘sati’.

Bhikkhu Bodhi maakt in zijn essay What does mindfulness really mean? duidelijk wat sati betekent:

Sat betekent het zich herinneren van, en de lucide aandacht van huidige gebeurtenissen. Sati zorgt ervoor dat het waargenomen object duidelijk en levendig op de voorgrond van het bewustzijn komt te staan. Als het object dat wordt waargenomen te maken heeft met het verleden – als het iets betreft dat eerder werd gedaan, gedacht of gesproken – dan heeft de heldere presentatie de vorm van herinneren. Als het object een lichamelijk proces betreft, zoals in‐ en uitademen of heen en weer lopen, of als het een mentale gebeurtenis is zoals een gevoel of gedachte, dan heeft de heldere presentatie de vorm van lucide gewaarwording van het heden.

In de Pali sutta’s heeft sati nog andere taken in relatie tot meditatie maar deze bekrachtigen haar karakteristieken in termen van lucide gewaarwording en heldere presentatie. De teksten spreken bijvoorbeeld over typen sati als het in gedachten brengen van de Boeddha (buddhanussati), het contempleren van de weerzinwekkendheid van het lichaam (asubhasanna), en mindfulness ten aanzien van de dood (maranasati); want elk van deze typen brengt het object helder in het bewustzijn. De Mettā sutta refereert zelfs naar de meditatie op liefde‐vriendelijkheid als een soort mindfulness. In elk van deze situaties is het object een conceptueel fenomeen – de kwaliteiten van de Boeddha, de weerzinwekkendheid van het lichaam, het onontkoombare van de dood, of liefde voor levende wezens – en toch wordt de mentale houding die er aandacht aan geeft mindfulness genoemd. Wat al deze dingen gemeenschappelijk hebben, vanuit het subject gezien, is de lucide gewaarwording en helderheid van de aandacht, en vanuit het object, de heldere presentatie.

Sati wordt vaak ingedeeld in vier satipatthana’s, dat wil zeggen vier fundamenten van bewuste aandacht. Dit zijn vier verschillende domeinen waarop de aandacht zich kan richten om sati te ontwikkelen. De vier zijn lichaam, gevoel, bewustzijn en dhamma’s. We zullen in dit schrijven niet verder op deze vier in gaan maar verwijzen hiervoor naar de uitstekende uiteenzetting over de satipatthana sutta door Bhikkhu Analaya in zijn boek “Satipatthana, the Direct Path to Realization”.

Ahba leert dat mindfulness een cruciaal onderdeel in het pad van concentratie en inzicht is en niet los gezien kan worden van concentratie.

Het moet zo vaak mogelijk worden beoefend gedurende de dag.

Als je zwakke mindfulness hebt krijg je lage concentratie, stevige mindfulness geeft hoge concentratie.

Mindfulness is de waakhond die ziet waar het bewustzijn mee bezig is.

Je dient dan ook altijd je bewustzijn te kennen, te weten waar het is, en tijdens de meditatie het bewustzijn binnen te houden en op het meditatie object te richten.

Mindfulness is dan ook niet direct het doel op zich maar een van de factoren van het proces.

Wel waarschuwt Ahba ervoor om te makkelijk over sati te denken. Over sati spreken is namelijk heel makkelijk, maar het doen is verschrikkelijk moeilijk, anders hadden we ons immers allen allang bevrijd van al het lijden.

Ook Thanissaro Bhikkhu schrijft hierover in zijn tekst “The Path of Concentration and Mindfulness”:

Veel mensen vertellen ons dat de Boeddha twee verschillende soorten meditatie onderwees – mindfulness meditatie en concentratie meditatie. Mindfulness meditatie, zo zeggen ze, is de directe weg, terwijl het ontwikkelen van concentratie de scenic‐route is die je op eigen risico moet nemen omdat het heel makkelijk is om betoverd te raken en niet meer los te komen. Maar als je echt kijkt naar wat de Boeddha onderwees, dan zie je dat hij de twee beoefeningen nooit heeft gescheiden. Het zijn beiden onderdelen van een geheel. Elke keer als hij mindfulness en de plek daarvan op de weg uitlegt, maakt hij duidelijk dat de bedoeling van mindfulness is om het bewustzijn tot juiste concentratie te brengen – ervoor te zorgen dat het bewustzijn tot rust komt en een plek vindt waar het echt stabiel is, thuis is, waar het standvastig naar dingen kan kijken en ze kan zien voor wat ze daadwerkelijk zijn.

Sati, of je het nou vertaalt met mindfulness, lucide gewaarwording of bewuste aandacht is dus een belangrijk onderdeel van het gehele boeddhistische pad van moraliteit, concentratie en wijsheid dat voert tot het loskomen van verlangen en het verwerven van mentale bevrijding.

Het maakt onderdeel uit van het gehele pad en is daarom ook zelf afhankelijk van andere factoren voor verder ontwikkeling en verdieping.

Saddha, Viriya, Sati, Samadhi, Panna, Khanti, Metta


Om wat meer handvaten te geven voor het beoefenen van meditatie spreekt Ahba met regelmaat over de reeks saddhā, viriya, sati, samadhi, pañña en overkoepelend over khanti en mettā.

Nu is het goed denkbaar dat er bij het lezen van deze termen niet direct een lampje gaat branden, lees dan gerust verder.

Saddha

Saddhā’ betekent zoveel als vertrouwen of zoals Ahba het vertaald, geloof.

In eerste instantie begint het hier allemaal mee, namelijk het vertrouwen of geloof dat het zinvol is om het bewustzijn middels meditatie te ontwikkelen. Zonder vertrouwen in het systeem en de leraar zal je geen stap zetten.

Als je dan eenmaal bezig bent vervult Saddhā een andere rol, namelijk die van het vertrouwen dat ook jij zelf stappen kunt zetten. Daar komen we later in deze tekst nog eens op terug.

Zie voor meer informatie over vertrouwen de tekst Devotie in het Boeddhisme door Nyanaponika Thera.

Viriya

Viriya’ kan vertaald worden als energie, maar Ahba kiest voor de veel tastbaardere vertaling ‘heel veel proberen’.

Het is datgene dat er voor zorgt dat we dagelijks gaan zitten, dat we energie steken in het proces. Misschien eens op retraite gaan.

Maar ook de dagelijkse inspanning om moraliteit en sati te beoefenen, dit is allemaal viriya.

Ahba leert dat als je maar blijft proberen het resultaat gegarandeerd komt. We krijgen wat we willen, als we verlangen willen krijgen we verlangen, als we concentratie en wijsheid willen krijgen we concentratie en wijsheid.

Als we ons maar blijven inspannen.

Sati

sati’ wordt vaak vertaald met mindfulness.

Het is het vermogen om te zien waar het bewustzijn mee bezig is. Het is de lijn die het bewustzijn aan het meditatie object bindt en registreert als we afgeleid zijn, als er gedachten zijn opgekomen.

Daarnaast is het gedurende de dag ons vermogen om continu gewaar te zijn van waar we mee bezig zijn en ons bewustzijn bij één ding tegelijk te houden.

Samadhi

Samadhi’ is concentratie.

Als we met vertrouwen gaan zitten en maar blijven proberen om onze aandacht bij het object te houden, dan komt concentratie vanzelf.

Concentratie kan je niet forceren of maken.

Je kunt enkel de voorwaarden laten ontstaan die het opkomen van concentratie mogelijk maken, namelijk Saddhā, viriya en sati.

Het voorgaande is niet zozeer een stijgende lijn als meer een opwaartse spiraal.

Als het ons door veel proberen namelijk lukt om meer sati te hebben tijdens de beoefening dan geeft dit meer vertrouwen. De toename in vertrouwen geeft ons het vermogen meer energie in het proces te steken wat uiteindelijk resulteert in verdere toename van sati.

De spiraal blijft doorgaan.

Eerst komt zwakke concentratie, dan stevigere concentratie, dan volledige concentratie.

Eerst af en toe, dan steeds vaker, dan altijd.

Pañña

Pañña’ is de volgende stap in de reeks en betekent wijsheid.

Het is het directe gevolg van concentratie op Buddho en komt als het ware in de kielzog mee.

Als het ten goede komt van de ontwikkeling van wijsheid kan de leraar hier aanwijzingen geven voor vipassanā meditatie, met name het zien van de vergankelijkheid van nāma‐rūpa, de mentale en materiële fenomenen.

Ook geeft Ahba aan dat dit het moment is om onderwijs te krijgen over de ware natuur van de dingen, een helder bewustzijn is namelijk veel beter in staat om het gegeven onderricht te verwerken en in de wereld met eigen ervaring te toetsen.

Deze gehele spiraal kan alleen succesvol worden beoefend door het tegelijkertijd ontwikkelen van ‘khanti’ en ‘mettā’.

Khanti

Khanti’ kan worden vertaald met geduld.

Dit is niet een afwachtende vorm van geduld, geen laissez faire houding van ‘ach, het komt allemaal wel eens’.

Het is het geduld van degene die met vertrouwen inspanning levert.

Het is het geduld dat hoe het ook gaat, wat er in de meditatie ook bovenkomt, ongeacht het resultaat, je altijd weer kan zeggen ‘morgen zal ik het gewoon weer proberen’.

Het werkt in dat licht nauw samen met viriya. Waar viriya de energie is om elke dag weer te proberen is khanti het loskomen van het resultaat, loskomen van beoordelen en het inzien dat of het proces nog één jaar, honderd jaar of honderd levens kost, dit niet meer uitmaakt, dat de nodige inspanning geleverd zal worden.

Het versterkt in die zin ook vertrouwen, namelijk het vertrouwen dat de beoefening vroeger of later zijn vruchten zal afwerpen.

Metta

Mettā’ is liefde, of liefdevolle‐vriendelijkheid om het af te zetten tegen het sensuele verlangen dat wij vaak aan liefde koppelen.

Er zijn diepe vormen van ‘Mettā‐bhavana’, meditatie op liefde, waarin zoals eerder al genoemd Mettā het object van concentratie is. Daar hebben we het hier nog niet over.

Hier is Mettā de liefde naar jezelf, de zachtheid die aan khanti wordt gegeven.

Het lachen om je eigen onrustige bewustzijn en de soms vreemde en confronterende dingen die boven komen.

Het is het laten gaan van de gedachte ‘ik kan dit niet’.

In het Buddho concentratie meditatie systeem doen wij voor en na het richten van de aandacht op de Boeddha een simpele korte Mettā meditatie om deze zachtheid naar onszelf en alle andere levende wezens op te roepen.

Zie voor een uitgebreide uitleg Metta: De filosofie en beoefening van Universele Liefde door Acharya Buddharakkhita.

Je ontwikkelt dus meer dan alleen concentratie

Het bovengenoemde toont heel mooi dat tijdens het beoefenen van concentratie meditatie niet alleen concentratie wordt ontwikkeld.

Door het simpelweg oefenen van het richten van de aandacht op een object worden onder water heel veel positieve kwaliteiten gegenereerd en versterkt.

In het begin heb je hier misschien nog geen zicht op en levert Buddho meditatie wellicht enkel wat helderheid aan het begin of rust aan het einde van een stressvolle dag.

Door langere beoefening wordt echter steeds duidelijker dat het effect zich over een veel groter domein uitstrekt. Dat men geduldiger en liefdevoller met zichzelf en anderen omgaat, dat de mentale energie, doorzettingsvermogen en volhardendheid in allerlei situaties van het dagelijks leven toeneemt. Dat men zich moreler gaat gedragen, zich bewuster wordt van datgene dat zich in het bewustzijn afspeelt en uiteindelijk steeds beter begrijpt hoe de dingen werken.

En dat is misschien nog maar het begin.

Je moet het alleen zelf doen, want niemand anders dan jij zelf kan jou bewustzijn ontwikkelen!