Ajahn Suwat Suvaco (1919–2002), geboren in Thailand, trad op 20 jarige leeftijd toe tot de Sangha. Twee of drie jaar later werd hij een leerling van Ajahn Funn Acaro. Hij was ook korte tijd een leerling van Ajahn Mun. Na Ajahn Funn’s overlijden bleef Ajahn Suwat in diens klooster om de koninklijke begrafenis van zijn leraar en de constructie van een monument en museum ter ere van Ajahn Funn te overzien. In de jaren ’80 ging Ajahn Suwat naar de Verenigde Staten waar hij vier kloosters stichtte. In 1996 keerde hij terug naar Thailand.

Onderstaande toespraak is door buddho.nl naar het Nederlands vertaald. De Engelse versie “Right Concentration” werd naar het Engels vertaald door Thanissaro Bhikkhu en staat op Acces to insight.


In het algemeen betekent Juiste Concentratie het op een juiste manier richten van de mind. Op een bepaalde manier geldt dit voor alle factoren van het pad. Je moet beginnen door de mind op Juiste Zienswijze te richten. Met andere woorden, je gebruikt je onderscheidend vermogen om alle Dhamma die je hebt gehoord te verzamelen. Dan richt je je mind op Juiste Intentie, dat is ook een manier van juist richten. Dan richt je je op Juiste Spraak, alleen maar juist spreken. Je richt je op Juist Handelen door je daden te onderzoeken en jezelf dan te dwingen, jezelf in de gaten houdend, je handelen ferm in lijn te houden met wat juist is. Wat Juist Levensonderhoud betreft richt je je mind op het jezelf enkel op een juiste manier voorzien van wat nodig is. Je bent ferm in het niet voorzien van levensonderhoud op manieren die onjuist zijn, niet handelen op verkeerde wijzen, niet corrupt of verkeerd spreken. Je hebt geen intenties gericht op wegen die je van het pad af wenden, je geeft geen aandacht aan dingen die buiten het pad liggen. Deze belofte doe je jezelf met krachtige vastberadenheid. Dit is een manier van het op een juiste manier richten van de mind.

Maar waar ik het vandaag over wil hebben is Juiste Concentratie op het gebied van meditatie: met andere woorden, juiste meditatie, zowel in het gebied van kalmte meditatie (samatha) als het gebied van inzichtmeditatie (vipassana). Je gebruikt de technieken van kalmte meditatie om je mind tot stilte te brengen. Als je de mind stil maakt, stevig gevestigd in heilzame kwaliteiten, dan is dat een aspect van Juiste Concentratie. Als de mind niet stevig gevestigd is in heilzame kwaliteiten, dan kan hij niet stil worden. Als onheilzame kwaliteiten in de mind opkomen, dan kan hij niet tot rust komen en concentratie in gaan. Dit is de reden dat, als de Boeddha beschrijft hoe de mind concentratie in gaat, hij zegt “Vivecca kamehi”: Afgezonderd van zintuiglijkheid. De mind is niet verwikkeld, neigt niet naar visuele objecten die aanleiding geven voor het opkomen van verzotheid en verlangen. Hij neigt niet naar geluiden waar hij van houdt, naar aroma’s, smaken, of tactiele sensaties waar hij bezeten door is als gevolg van de macht van verlangen. Tegelijkertijd neigt de mind niet naar het verlangen voor zulke dingen. Voordat de mind geconcentreerd kan raken moet het deze vijf obsessies laten gaan. Dit wordt vivicceva kamehi genoemd, afgezonderd van zintuiglijkheid.

Vivicca akusalehi dhammehi: afgezonderd van onheilzame kwaliteiten, namelijk de vijf hindernissen. Bijvoorbeeld, de eerste hindernis is zintuigelijke begeerte. Als je mediteert en een mentale vervuiling komt op in de mind, als je ergens aan denkt en verlangen voor een interne of externe vorm voelt, als je bedwelmd raakt met de dingen die je in het verleden hebt gezien en ervaren, dat is zintuigelijke begeerte.

Of als je ergens aan denkt waar je ontevreden over bent tot het punt dat kwade gedachten over bepaalde mensen of objecten boven komen, dat is de hindernis aversie. Dingen uit het verleden waar je boos over was komen plotseling keer op keer in het heden boven, dringen zich binnen om de stilte van je mind te verhinderen. Als de mind op die manier van streek raakt, dan is dat een onheilzame mentale staat die als obstakel voor concentratie werkt.

Of dufheid en traagheid: een gevoel van luiheid en onoplettendheid als de mind zich niet op zijn taak wil richten en los laat uit luiheid en nalatigheid. De mind wordt slaperig zodat hij zich niet meer op meditatie kan richten. Je zit buddho, buddho te denken maar in plaats van je mind te richten en stevig te vestigen zodat kennis en inzicht uit buddho voort kan komen gooi je buddho weg om met iets anders bezig te zijn. Als de aandacht verfijnder raakt, val je in slaap of laat je onwetendheid je mind overspoelen. Dit is een onheilzame mentale staat die dufheid en traagheid wordt genoemd.

Dan is er onrust en piekeren, als mindfulness geen controle heeft over dingen en de mind de obsessies volgt die ontstaan door dingen waar je van houdt en niet houdt. De normale staat van de mind van mensen is dat, als mindfulness niet de baas is, de mind niet stil kan zitten. Het is zeker dat hij aan 108 verschillende dingen blijft denken. Als je dus concentratie meditatie beoefent dan moet je zelfcontrole oefenen, je moet voorzichtig zijn dat de mind niet uiteenvalt. Je moet mindful zijn over het heden en tegelijkertijd ook alert zijn op het heden. Als je buddho in je mind probeert te houden, moet je tegelijkertijd alert zijn om over je buddho te waken. Of als je mindfulness wil richten op delen van het lichaam – zoals haar op het hoofd, haar op het lichaam, nagels, tanden huid – dan moet je je op een deel tegelijk richten, er op lettend dat je zowel mindful bent als alert op je mindfulness, om er zeker van te zijn dat je niet vertrekt en mindful bent van andere dingen. Dat is hoe je onrust en piekeren tegen kan gaan.

Als je mindful blijft van hetzelfde ding voor een lange tijd, zal het lichaam langzaam maar zeker kalmeren en ontspannen. De obsessies van de mind zullen ook kalmeren, zodat de mind stil kan worden. Hij komt tot stilte omdat je hem onder controle houdt. Je verzwakt zijn weerbarstigheid – net als wanneer je de brandstof van een vuur verwijdert. Als je brandstof weg blijft halen, dan wordt het vuur langzaam maar zeker zwakker en zwakker. En wat is de brandstof voor de weerbarstigheid van de mind? Vergeetachtigheid. Onoplettendheid. Deze onoplettendheid is de brandstof voor onrust en piekeren en voor dufheid en traagheid. Als je mindfulness en alertheid in de leiding houdt, dan snij je vergeetachtigheid en onoplettendheid weg. Als deze vormen van illusie worden onderworpen verliezen zij hun macht. Ze vallen geleidelijk uiteen en laten niets anders dan aandacht op buddho over, of wat je meditatie object ook is. Als je ferm aandacht aan je meditatie object blijft besteden, zonder onoplettend te raken, dan zal onrust verdwijnen. Dufheid zal verdwijnen. De mind zal zich stevig vestigen in Juiste Concentratie

Dit is hoe je Juiste Concentratie in gaat. Je moet vertrouwen op mindfulness en alertheid tezamen. Juiste Concentratie kan niet simpelweg uit zichzelf opkomen. Het heeft ondersteunende factoren nodig. De eerste zeven factoren van het pad zijn de steunen voor Juiste Concentratie, of voor de voorwaarden ervoor, de dingen die het nodig heeft en van afhangt. Het heeft juiste zienswijze, juiste intentie, juiste spraak, juist handelen, juist levensonderhoud, juiste inspanning, en juiste aandacht nodig. Als je de eerdere factoren van het pad blijft ontwikkelen, wordt concentratie verfijnder en verfijnder, stap voor stap. Als de mind zo getraind is en doordrongen van deze kwaliteiten, dan kan het de zintuigelijke obsessies laten gaan, dan kan het de onheilzame mentale aspecten laten gaan. Vivicceva kamehi vivicca akusalehi dhammehi. Afgezonderd van zintuiglijkheid en afgezonderd van onheilzame kwaliteiten, kan de mind concentratie bereiken. Hij ervaart stilte, verrukking, plezier, eenpuntigheid. Zowel lichaam als mind voelen dan licht aan.

In het eerste stadium is de mind nog niet volledig verfijnd omdat hij nog gericht denken en overwegen als factoren van concentratie heeft. Als je mindfulness van goede kwaliteit is en het object zonder aflaten in de mind kan houden, als je inspanning juist is en alertheid de wacht over dingen houdt, dan zullen de grovere aspecten van je concentratie weg vallen en de mind zal stapsgewijs verfijnder raken. Gericht denken en overwegen – de grovere aspecten – zullen wegvallen omdat ze niet kunnen blijven bestaan in de verfijndere stadia. Alles dat overblijft is verrukking, plezier en eenpuntigheid. Als je onophoudend blijft mediteren wordt het steeds verfijnder, stap voor stap. Verrukking, wat grover is dan plezier, zal wegvallen, alleen plezier over latend. Plezier is grover dan gelijkmoedigheid. Als je blijft mediteren en de mind nog verfijnder raakt zal plezier verdwijnen en enkel gelijkmoedigheid overblijven. Zolang er nog plezier is kan gelijkmoedigheid niet opkomen. Zolang als de mind zich nog steeds voedt aan plezier is het nog bezig met iets grofs. Maar als je je vasthoudende inspanning volhoudt totdat je ziet dat dit plezier nog steeds onder de Drie Karakteristieken van veranderlijkheid, lijden en niet‐zelf valt, dat het onderdeel is van het aggregaat van gevoel, zal de mind dit grove aspect loslaten en tot bedaren komen met gelijkmoedigheid. Ook al is gelijkmoedigheid ook onderdeel van het aggregaat van gevoel is het een gevoel dat verfijnd genoeg is om de mind te zuiveren tot op het punt dat kennis van de verfijndere niveaus van de Dhamma kan opkomen.

Als de mind dit niveau bereikt is hij ferm en standvastig omdat hij volledig neutraal is. Hij wankelt niet als het oog een vorm ziet, het oog geluid hoort, de neus een aroma ruikt, de tong een smaak proeft, het lichaam een tactiele sensatie ervaart, of een idee in de mind boven komt. Geen van deze dingen kan de mind tot wankelen brengen als het de factoren van jhana heeft. Het behoudt een hoog niveau van zuiverheid. Dit is Juiste Concentratie.

We zouden allemaal kalmte meditatie moeten beoefenen, wat ervoor kan zorgen dat lijden en stress tijdelijk stopt. Maar in een toestand als deze heb je simpelweg mindfulness aan het roer staan. Het onderscheidend vermogen is nog te zwak om de meest verfijnde niveaus van vervuilingen en latente neigingen (anusaya) te ontwortelen. Daarom, om onze Juiste Concentratie compleet te maken, wordt ons onderwezen niet mee te gaan in het gevoel van plezier dat het brengt. Als de mind lang genoeg stil is geweest, dan moeten we de mind richten op het onderscheiden van de vijf aggregaten, want deze aggregaten zijn de basis voor inzichtmeditatie. Je kunt geen inzicht ontwikkelen buiten deze vijf aggregaten – het aggregaat van vorm, gevoel, perceptie, intenties, en bewustzijn – want deze aggregaten zijn in ons te vinden. Ze zijn heel dichtbij, altijd bij ons.

Dus. Hoe ontwikkel je het aggregaat van vorm als basis voor inzichtsmeditatie? Je moet het helder zien, in lijn met de waarheid dat vorm veranderlijk is. Dit is hoe je begint. Als je inzichtsmeditatie ontwikkelt moet je dit tot in de details overpeinzen. Wat is vorm? Vorm houdt in het haar van het hoofd, haar van het lichaam, nagels, tanden, huid, en alle vier de grote elementen die we kunnen aanraken of zien. Wat afgeleide vormen betreft, die kunnen niet met het oog worden gezien maar wel worden aangeraakt, en ze zijn afhankelijk van de vier grote elementen. Bijvoorbeeld geluid is een soort vorm, een type afgeleide vorm. Aroma’s, smaken, tactiele sensaties zijn afgeleide vormen die afhankelijk zijn van de vier grote elementen. De zintuigelijke krachten van oog, oor, neus, tong, en lichaam zijn afgeleide vormen – het zijn fysieke manifestaties, niet mentale manifestaties. Dan is er nog mannelijkheid en vrouwelijkheid, waardoor het lichaam man of vrouw wordt, en waardoor er verschillen ontstaan tussen man en vrouw als stem, gedrag en andere karakteristieken. Dan is er het hart, en dan viññati‐rupa, waardoor het lichaam kan bewegen, en taal kan worden gesproken.

De Boeddha onderwees dus dat we vorm in al zijn aspecten moeten onderzoeken om het inzicht te verkrijgen dat ons in staat stelt alle vastklampende veronderstellingen te verwijderen dat ze ‘ik’ of ‘van mij’ zijn. Hoe gebeurt dit? Als we onderzoeken, dan zien we yam kiñci rupam atitanagata‐paccuppannam: vorm – verleden, toekomstig of heden; intern of extern; grof of subtiel; gewoon of subliem; ver weg of dichtbij – is veranderlijk, onbevredigend, en niet‐zelf. Het valt allemaal onder de Drie Karakteristieken. Als we hierover nadenken, noemt men dat pariyatti‐dhamma, de Dhamma van studie. Als we we de dingen daadwerkelijk ontrafelen en een voor een doorgronden tot op het punt dat we ware kennis en inzicht verwerven, noemt men dat de beoefening van inzichtmeditatie, het onderscheidende vermogen dat opkomt in lijn met hoe de dingen werkelijk zijn.

Dit is een korte uitleg over inzichtmeditatie, enkel gericht op het aggregaat van vorm. Wat gevoel betreft – plezier, pijn, en gevoelens van noch plezier noch pijn in ons – zodra we vorm waarachtig hebben gezien zullen we inzien dat hetzelfde geldt voor gevoel. Het is veranderlijk. Als het veranderlijk is, dan zal het voor onbevredigdheid en stress zorgen vanwege die veranderlijkheid. Zo stapelen we lijden op lijden. In werkelijkheid is er geen reden waarom de mind zou moeten lijden door deze dingen, maar we krijgen het toch voor elkaar om onszelf erdoor te laten lijden. Ook al is het niet‐zelf, er is lijden omdat we niet weten. Er is veranderlijkheid omdat we niet weten. Zolang we geen inzichtmeditatie ontwikkelen om helder en werkelijk te weten, zullen we de subtiele en latente neigingen van onwetendheid, de latente neigingen van worden, de latente neigingen van zintuiglijkheid niet in onszelf kunnen vernietigen.

Maar als we in staat zijn om inzichtmeditatie te beoefenen tot het punt waarop we vorm helder zien in termen van de Drie Karakteristieken van veranderlijkheid, onbevredigdheid en niet‐zelf, dan zal de betovering verbreken. Als de latente neigingen van onwetendheid en worden vernietigd zijn, dan zal de latente neiging van zintuiglijkheid geen poot meer hebben om op te staan. Er is dan niets meer dat het kan verzinnen, want er is geen begoocheling meer. Als onwetendheid uiteenvalt dan vallen de verzinsels uiteen. Als de verzinsels uiteen vallen, dan zal de onbevredigdheid die afhankelijk is van de verzinsels ook uiteen moeten vallen.

Dit is de reden dat we meditatie moeten beoefenen in lijn met de factoren van het nobele achtvoudige pad zoals onderwezen door de Boeddha. Om het nog verder samen te vatten zijn er drie trainingen: moraliteit, concentratie, en wijsheid. Moraliteit – zelfbedwang beoefenen ten aanzien van onze woorden en daden – is onderdeel van het pad. Kalmte meditatie en inzichtmeditatie vallen onder concentratie. Zodoende omvatten moraliteit, concentratie en wijsheid het pad. Of als je het nog verder wil condenseren, er zijn fysieke fenomenen en mentale fenomenen – dat wil zeggen, het lichaam en de mind. Als we de karakteristieke van het lichaam juist begrijpen, dan zullen we doorgronden hoe lichaam en mind samenhangen. Dan kunnen we ze uit elkaar halen. We zullen zien wat niet‐zelf is en niet niet‐zelf is. De dingen an sich zijn niet niet‐zelf, want ze bestaan in‐ en op zichzelf. Het is niet zo dat er helemaal niets is. Als er niets zou zijn, hoe zou er dan contact kunnen zijn? Denk er maar eens over na. Neem het vuur element: wie zou het kunnen vernietigen? Hoewel het niet‐zelf is, heeft het wel een in‐ en op zichzelf. Hetzelfde geldt voor de andere elementen. Met andere woorden, deze dingen bestaan nog steeds, er is alleen geen vastklampen meer.

Ik vraag jullie dit te begrijpen en het op een juiste manier te beoefenen zodat jullie geluk en vooruitgang zullen ervaren.

Dat is genoeg uitleg voor nu. Blijf mediteren totdat de tijd om is.