Mālā is Sans­kriet voor ket­ting. Spe­ci­fiek wordt hier­mee de kra­len­ket­ting bedoeld die vaak wordt gebruikt tij­dens het medi­te­ren.

Wan­neer de mens begon met het gebrui­ken van de kra­len­ket­ting voor medi­ta­tie is niet zeker. De oud­ste beel­te­nis van een kra­len­ket­ting in reli­gi­eu­ze con­text komt uit het oude Grie­ken­land (rond 1700 v.Chr). Het gebruik is ech­ter waar­schijn­lijk terug te voe­ren op de medi­ta­tie­ve stro­min­gen bin­nen de Indus‐beschaving (3000–1500 v Chr).

Naast het Boed­dhis­me ken­nen ook ande­re heden­daag­se reli­gies ver­ge­lijk­ba­re ket­tin­gen. Denk aan de Chris­te­lij­ke rozen­krans of de Isla­mi­ti­sche mis­ba­ha.

In het Boed­dhis­me wordt de mālā meest­al gebruikt tij­dens het reci­te­ren van tek­sten of mantra’s, bescher­men­de ver­zen. Voor­al in het Mahaya­na en Vaj­raya­na Boed­dhis­me wordt de mālā veel gebruikt.

Met uit­zon­de­ring van Myan­mar komt het gebruik van de mālā in The­ra­va­da boed­dhis­ti­sche lan­den min­der vaak voor. Moge­lijk wijst dit op de invloe­den van het Mahaya­na en Vaj­raya­na in het The­ra­va­da Boed­dhis­me van Myan­mar, waar al deze stro­min­gen bij elkaar zijn geko­men.

De boed­dhis­ti­sche mālā telt meest­al 108 kra­len, soms zie je klei­ne­re ver­sies van 54 of 27 kra­len (afge­lei­den van 108). Het gebruik van 108 kra­len in de ket­ting lijkt terug te voe­ren op de Mokugen­ji Sutra:

Een koning genaamd Haruri sprak eens in ver­driet tot de Boed­dha: ”In de afge­lo­pen jaren heb­ben hon­gers­nood en ziek­te mijn klei­ne land geplaagd. De men­sen zijn bedroefd. Ik maak mij hier con­ti­nu zor­gen over. Wij zit­ten in een benar­de posi­tie. De Dham­ma is te diep en te groots om te beoe­fe­nen. Leer mij als­tu­blieft de kern van de Dham­ma.”

De Boed­dha ant­woord­de: “Koning, als u de wereld­lij­ke ver­lan­gens ten ein­de wil bren­gen, maak dan een kra­len­ket­ting van 108 hou­ten kra­len. Hou ze altijd bij u en reci­teer ‘Namo Bud­dha, Namo Dhar­ma, Namo Sang­ha’. Tel een kraal bij elke reci­ta­tie.”

Gebruik van de mala bij meditatie op de mantra Buddho

Bin­nen de boed­dhis­ti­sche medi­ta­tie­ve tra­di­tie in Myan­mar bestaat naast de popu­lai­re vipas­sa­na bewe­ging van de afge­lo­pen 100 jaar van ouds­her een groep die zich richt op het ont­wik­ke­len van con­cen­tra­tie (sama­dhi).

Een van de objec­ten die daar voor het ont­wik­ke­len van sama­dhi wordt gebruikt is het geluid van het woord Bud­dho. In ande­re The­ra­va­da boed­dhis­ti­sche lan­den, zoals Thai­land, wordt Bud­dho meest­al men­taal gere­ci­teerd, in stil­te of gekop­peld aan de adem­ha­ling.

Tij­dens de medi­ta­tie op het geluid van Bud­dho maken wij gebruik van een mālā als hulp­mid­del bij de ont­wik­ke­ling van die­pe sama­dhi.

Dit komt omdat het door de vin­gers laten gaan van de kra­len helpt te voor­ko­men dat de mind afdwaalt naar pret­ti­ge sfeer­tjes.

De kra­len hel­pen als het ware om de mind te aar­den.

Ze geven extra mate­ri­ë­le (rupa) hou­vast aan het ver­de­re men­ta­le pro­ces. Elke kraal bena­drukt de man­tra als het ware.

Hoe gebruik je de mala?

Je legt de mālā in een onein­dig teken (∞) en houdt de kra­len los­jes met je vin­gers vast, de kra­len wat ste­vi­ger tus­sen dui­men en wijs­vin­gers.

Elke keer als je hard­op ‘Bud­dho’ her­haalt tel je een kraal met je rech­ter duim (als je links­han­dig bent met je lin­ker duim).

Als je met je rech­ter hand de kra­len één voor een beroert dan zorg je er met links alleen maar voor dat de kra­len door lopen, je hoeft daar niet per­sé elke kraal te raken.

Er zijn men­sen die zeg­gen dat je, als de kra­len een rond­je heb­ben afge­legd en je bij de ‘Guru kraal’ komt (de vaak iets gro­te­re kraal waar de uit­ein­den van het rijg­snoer uit komen) je dan de ket­ting moet omdraai­en.

Dat is ech­ter ner­gens voor nodig. De ket­ting is niet hei­lig, is niet het doel maar een mid­del.

Het object van con­cen­tra­tie blijft het geluid, als je tel­kens moet oplet­ten wat voor soort kraal door je vin­gers gaat dan ben je te afge­leid en belem­mert dit het krij­gen van die­pe con­cen­tra­tie.

Op een gege­ven moment kan het zijn dat het fijn is de kra­len snel­ler dan de woor­den te laten draai­en om de nadruk op de ver­schil­len­de momen­ten bin­nen het geluid te leg­gen.

Ook kan het zijn dat je op gege­ven moment een men­taal licht gaat zien, of ver­schil­len­de (vor­men van) Boeddha’s.

Het maakt niet uit wat er gebeurt.

Je laat de kra­len gewoon rus­tig door je han­den draai­en en luis­te­ren naar het geluid. Gedul­dig en ont­span­nen, zon­der te wil­len.

Je zit hier, bent hier, gewoon aan het luis­te­ren, woord voor woord, kraal voor kraal. Con­cen­tra­tie komt van­zelf, wordt van­zelf die­per als de voor­waar­den daar voor aan­we­zig zijn.

Maak je geen zor­gen.

Dat is hoe we de mālā gebrui­ken.