Als de Boeddha in de sutta over meditatie spreekt dan heeft hij het vrijwel altijd over samadhi.

Zelfs mindfulness (sati) wordt door de Boeddha vaak onderwezen als onderdeel van samadhi.

Het woord samadhi kent allerlei nuances. De essentie van samadhi is het samenbrengen van alle aspecten van de mind en deze éénpuntig richten. In het Nederlands is dit te vertalen als concenratie.

Omdat wij het woord concentratie ook in andere contexten gebruiken wordt hier soms heel makkelijk over gedacht.

Je hoort mensen wel eens zeggen dat ze concentratie beoefenen tijdens het hardlopen of dat ze na een paar keer ademen of enkele keren de ademhaling tellen een goede concentratie hebben.

Vanuit een boeddhistisch perspectief kan worden gesteld dat dit soort uitingen wel iets met concentratie (als vertaling van samadhi) te maken hebben, maar slechts in oppervlakkige zin. Het is meer een begin van sati (mindfulness) en komt niet in de buurt van de concentratie waar de Boeddha over spreekt in de context van meditatie.

De Boeddha noemt in het kader van samadhi vaak de jhāna, meestal vertaald als absorptie. Dit zijn toestanden van enorme mentale zuiverheid, stilte en gerichtheid.

Er zijn verschillende niveaus van jhāna , steeds zuiverder, subtieler en dieper. Onderliggend aan de Jhāna zijn een reeks mentale factoren, de Jhāna -factoren. Het bereiken van de diverse Jhāna is minder van belang dan het ontwikkelen van deze factoren.

De jhāna -factoren zijn: beginnende focus op een object (vitakka), vasthoudende focus op een object (vicāra), verrukking (pīti), geluk (sukha) en éénpuntigheid (ekaggatā). Hoe dieper de concentratie, hoe meer nadruk op die laatste factor, éénpuntigheid, komt te liggen.

Deze mentale kwaliteiten ontwikkel je met samatha meditatie. Samatha betekent zoveel als kalmte maar kan gezien worden als een synoniem voor samadhi.

De reden dat deze kwaliteiten, met name éénpuntigheid, zo belangrijk zijn, is omdat ze ons helpen de werking van onze eigen mind steeds scherper en objectiever te onderzoeken.

Het ontwikkelen van samadhi door meditatie is niet anders dan het ontwikkelen van onderzoeksapparatuur in de moderne wetenschap.

Als je gewoon de wereld in kijkt, met je blote ogen, dan zie je enkel in hele grove zin wat er gebeurd. Op basis van deze grove waarneming maak je conceptuele theorieën over hoe de dingen mogelijk zouden werken.

Kijk bijvoorbeeld naar hoe een menselijk lichaam in elkaar steekt.

Eeuwenlang werden op basis van grove waarnemingen met het blote oog tal van theorieën over de werking van het lichaam ontwikkeld die wij vandaag de dag niet meer dan grappige creatieve uitspattingen vinden.

De kennis van het menselijk lichaam maakte een grote ontwikkeling door met de komst van de microscoop.

Kijk je door een microscoop dan blijkt al snel dat het lichaam veel meer detail kent dan je aanvankelijk dacht. Er zijn allerlei verschillende cellen die naast en met elkaar werken. Met deze nieuwe inzichten veranderden de theorieën.

Maar, hoewel gedetailleerder, bleek ook dit nog maar een grove waarneming.

Hoe meer je inzoomt, hoe meer je ziet. Plots blijkt de cel zelf uit allemaal losse processen te bestaan die zich volgens chemische principes gedragen.

Een enkele cel blijkt een enorm complexe interactie tussen moleculen te huisvesten, en al die processen beïnvloeden ook weer de cellen eromheen.

Als echte onderzoeker zoom je echter nog verder in, bijvoorbeeld op één van die moleculen. En wat blijkt? Een molecuul bestaat uit allemaal kleine bouwstenen, atomen, en deze atomen bestaan weer uit subatomaire deeltjes.

Wellicht kun je nog dieper kijken, naar de onderliggende aspecten van massa, kracht, richting en energie die enkel in combinatie met elkaar, als daar de voorwaarden voor zijn, tot waarneembare realiteit worden (let wel, in een natuurkundige realiteit van meer dan 10 dimensies).

Dat is toch waanzin, denk je misschien, of ten minste pure magie! Ik kan dit immers allemaal niet met mijn blote ogen zien!

Hoewel dit bijna magisch klinkt gedraagt alles zich volgens wetmatigheden die er altijd zijn, of wij ze als mens kunnen waarnemen of niet hangt enkel af van het vermogen van onze onderzoeksapparatuur.

Het steeds verder inzoomen met onderzoeksapparatuur is als het verdiepen van samadhi.

Van de oppervlakkige concentratie die helpt bij het kunnen tellen van de ademhaling tot de diepe concentratie die de innerlijke werking van onze eigen mind aan ons openbaart.