De Boeddha onderwees met grote regelmaat dat concentratie (samadhi) een hoeksteen is van de weg naar bevrijding van het lijden.

Op deze weg krijg je vroeger of later te maken met de vijf hindernissen (pañca nīvaraṇāni) die de ontwikkeling van concentratie, en zo ook inzicht, belemmeren:

  1. Zintuigelijke begeerte (kāmacchandā)
  2. Aversie (vyāpāda)
  3. Dufheid en Zwaarte (thīna‐middha)
  4. Onrust en Piekeren (uddhacca‐kukkucca)
  5. Twijfel (vicikicchā)

Deze hindernissen zijn mentale factoren die latent in een ieder van ons gewone stervelingen aanwezig zijn.

Als je deze hindernissen als beginner niet in je meditatie tegenkomt dan betekent dat meestal dat je volledig door ze bent overmand en nog niet de helderheid van geest hebt om ze te kunnen zien voor wat ze zijn.

Dat is ook een van de redenen dat ze tijdens de eerste dagen van een retraite soms manifester lijken te worden. Je mind wordt dan namelijk stiller en je begint ze beter te zien.

Inhoud

Aandacht voor de Hindernissen

Het is zaak om de hindernissen zo snel mogelijk te herkennen. Als je ze snel herkent hebben ze minder kracht en zo ook minder macht over je mind.

De Boeddha gaf mooie voorbeelden om meer gevoel te krijgen bij de hindernissen (zie ook het citaat uit de Sangarovo Sutta).

Stel je hebt een kom gevuld met water waar je je eigen reflectie, de werkelijke natuur van je eigen mind, in probeert te zien, dan is:

  1. Zintuiglijke begeerte als water met kleurstof erin wat je perceptie verkleurt
  2. Aversie als kokend water waardoor je risico loopt je te verbranden
  3. Dufheid en zwaarte als water waar algen overheen groeien, wat voor stagnatie zorgt
  4. Onrust en piekeren als water dat wordt opgezweept door hevige wind die je heen en weer slingert
  5. Twijfel als troebel, modderig water dat je zicht versluiert

Je Bent Niet Alleen

Een van de belangrijkste punten als het gaat om de hindernissen is weten dat ze niet uniek zijn voor jouw mind.

Voor je het weet denk je dat jij niet kunt mediteren, dat jou mind wel heel slecht is.

Dat is onzin.

De hindernissen komen bij iedereen in meer of mindere mate voor. Wel kan per persoon, maar ook in de tijd, verschillen welk van de hindernissen de overhand heeft.

Maak je geen zorgen over je mind. Je bent niet alleen. Gewoon geduldig doorgaan met je beoefening.

Geef er Tijdens je Meditatie Geen Aandacht Aan

Het is niet handig om tijdens je meditatie te gaan nadenken over de hindernissen als je ze in je eigen mind ziet.

Zodra je dit doet ben je niet meer bezig met concentratie, en nadenken over dingen is ook niet een vorm van vipassana (inzicht).

Dat laatste denken mensen soms. Inzicht ontstaat echter niet uit nadenken maar enkel uit een directe waarneming van de realiteit. Dat gebeurt in mentale stilte.

Als je tijdens het mediteren gaat nadenken over de hindernissen begint de molen van het bewustzijn te draaien en ga je voor je het weet met van alles en nog wat aan de haal.

Tijdens de meditatie bezig zijn met de hindernissen is niets meer dan een nieuwe manifestatie van de hindernis onrust en piekeren.

Als je een hindernis opmerkt, gewoon herkennen en laten gaan. Zie de hindernis voor wat het is en ga terug naar het object van je meditatie, in ons geval Buddho.

Dat is waar het proces van concentratie op neer komt, dingen die opkomen in je mind laten gaan.

Mindfulness (sati) is hierin cruciaal, en een onmisbaar aspect van samatha meditatie.

Hoe beter je in staat bent om alles wat opkomt meteen met mindfulness te zien en te laten gaan, hoe meer van je mentale tijd je mind zich richt op Buddho. Hoe meer je je richt op Buddho, hoe dieper je concentratie kan worden. Hoe dieper je concentratie is, hoe beter je de realiteit kunt waarnemen.

Kijk er Na de Meditatie Eens Naar

Soms is een hindernis dusdanig manifest en heeft het een dusdanige macht over je mind gekregen dat het met geen mogelijkheid meer lukt om je op Buddho te richten.

Dan kan het soms verstandiger zijn om even op te staan en even heen en weer te lopen en wat afstand tot de meditatie te nemen.

Daarnaast is het prima om als je klaar bent met een meditatie sessie kort te analyseren wat zich heeft voorgedaan.

Je kunt dan proberen te zien welke hindernissen er waren en deze eens aandachtig onder de loep nemen.

Ook dit is een aspect van mindfulness (sati), namelijk het aspect van helder in herinnering brengen.

Condities voor de Aan‐ of Afwezigheid van een Hindernis

De Boeddha onderwees dat alles veranderlijk en vergankelijk is, dat alles opkomt en vergaat afhankelijk van condities. Dat geldt ook voor de hindernissen.

Je kunt als het gaat om het zien van de condities voor de hindernissen in je eigen mind drie progressieve vormen van mindfulness (sati) onderscheiden:

  1. Diagnose: Als een hindernis manifest wordt, zien welke condities aanleiding geven tot het verschijnen ervan
  2. Genezing: Als een hindernis aanwezig is, zien welke condities bijdragen aan het verwijderen ervan
  3. Preventie: Als een hindernis is verwijderd, zien welke condities eraan bijdragen om het toekomstige verschijnen te voorkomen

Ook viriya (energie) speelt hierbij een rol in de vorm van juiste inspanning, het steeds maar blijven proberen de mind te zuiveren en zuiver te houden.

Je zult tijdens het mediteren niet alleen merken dat er hindernissen aanwezig zijn, maar ook absoluut wanneer hun kracht afneemt tot ze uiteindelijk afwezig zijn.

Schone Mind, Heldere Mind, Concentratie, Wijsheid

Als Ahba over meditatie spreekt dan zegt hij vaak:

Als je mediteert dan krijg je een schone mind, een heldere mind, concentratie, ware kennis.”

Wat hij zegt is dat het proces, de beoefening van samatha meditatie, in eerste instantie gericht is op het zuiveren van je mind.

De onzuiverheden van je mind zijn aspecten van de drie onheilzame wortels verlangen, boosheid en onwetendheid. De hindernissen zijn de directe manifestatie van deze wortels in je meditatie.

Vanaf de eerste keer dat je op je meditatie kussentje gaat zitten en je richt op Buddho ben je bezig met samatha meditatie. Het krijgen (of verwerven) van volle concentratie vereist echter heel veel oefening.

Voor de meesten geldt dat het een langzaam slijpproces is. Je leert als het ware zien waar je mind mee bezig is en deze bewust te richten.

De ‘gewone’ mind geeft echter tegengas en gaat met van alles aan de haal om de stilte te voorkomen.

Je zou kunnen zeggen dat de ongetrainde mind zich verzet tegen het ‘gecontroleerd’ worden. Je mind is immers gewend zonder enige beperking zo vrij als een vogel overal naar toe kunnen gaan.

In het meditatieve slijpproces is het eerst zaak om je mind schoon te maken. Dat betekend met name de hindernissen van begeerte en afkeer te zien en te laten gaan. Dat is de eerste stap in het proces.

Hoe makkelijker het je af gaat om de dingen in en om je heen te laten gaan en je mind te blijvend richten op Buddho, hoe schoner het wordt. Je mind is dan namelijk niet bezig met begeerte of met afkeer, je mind is bezig met Buddho.

Buddho belichaamd de kwaliteiten van de Boeddha en is zo een heel zuiver en hoog (of groots) object. Door je daarop te richten worden je mind en Buddho steeds meer één en ontwikkel je de kwaliteiten van Buddho in jezelf.

Zo wordt je mind vanzelf zuiverder.

Als de mind zichzelf steeds meer verankert in Buddho wordt hij ook licht en buigzaam. Dufheid en traagheid nemen af. De onrust zakt naar de achtergrond en je mind stopt met piekeren.

Je mind wordt dan helder en lumineus.

Er komen zo nu en dan nog flarden van gedachten langs, maar ook die vallen weg voordat ze werkelijk vorm krijgen. Misschien zie je licht of vormen of ervaar je aangename gevoelens.

Nu kan diepere concentratie ontstaan.

Gewoon aandacht voor Buddho blijven houden. Niet afgeleid raken door mentale verschijnselen. Op het moment dat je bijvoorbeeld het licht dat je ziet mooi gaat vinden komt begeerte weer boven, een hindernis, en valt je concentratie uiteen.

Als je gewoon in stilte, zonder te willen, gericht blijft op Buddho, dan verdiept de mind zich vanzelf steeds verder.

Externe factoren raken je steeds minder. Op gegeven moment zal de mind vanzelf enkel en alleen houvast vinden in Buddho.

Als je mind zich volledig richt op Buddho, hierin opgaat, zichzelf hier niet meer onderscheidt, dan heb je hoge concentratie.

Kun je steeds maar weer snel en gemakkelijk hoge concentratie bereiken dan ontstaat er ruimte voor wijsheid.

Wijsheid ontstaat in de schone zuivere mind die zonder vervorming, zonder het zichzelf voor de gek houden, naar de werkelijkheid kan kijken.

Wijsheid begint dus bij het laten gaan van de hindernissen.

De Hindernissen Afzonderlijk

Elk van de hindernissen kent een eigen dynamiek en elk van de hindernissen kent eigen antidota. Na kort de factoren van verlichting te noemen die in deze context van belang zijn zullen wij de hindernissen één voor één bespreken.

De Hindernissen en de Factoren van Verlichting

Er bestaat een antagonistische relatie tussen de hindernissen en de factoren van verlichting.

De Boeddha onderwees dat deze factoren in toenemende mate ontwikkeld moeten worden en volledig in balans moeten zijn om de mind uiteindelijk te kunnen bevrijden.

Je kunt de factoren van verlichting pas ontwikkelen als de hindernissen hun grip op de mind opgeven, tegelijkertijd helpen de factoren om de mind stabiel en stevig geconcentreerd te houden en werken zo tegen de hindernissen.

Je schept zo als het ware de eerder genoemde preventieve condities.

De verlichtingsfactoren zijn:

  1. Sati (mindfulness of opmerkzaamheid)
  2. Dhamma vicaja (het onderzoeken van fenomenen, dit is een aspect van kennis)
  3. Viriya (energie)
  4. Pīti (enthousiasme of verrukking)
  5. Passaddhi (kalmte)
  6. Samādhi (concentratie)
  7. Upekkhā (gelijkmoedigheid)

In de hieronder volgende korte beschrijvingen van elk van de hindernissen zullen wij enkel zo nu en dan de relatie met de verlichtingsfactoren aanstippen (zie ook het citaat uit de Nivaranappahana Vagga). In een ander schrijven zullen wij meer aandacht aan de factoren zelf besteden.

Zintuiglijke begeerte

Zintuiglijke begeerte (kāmacchandā) is niet alleen aanwezig als zich objecten aandienen die de begeerte prikkelen, het is ook een inherente neiging die zich in de mind heeft genesteld.

De Boeddha heeft talrijke keren aangegeven dat ook al zou alles wat je maar kan bedenken verwezenlijkt worden je nog steeds niet het einde van je begeerte zou bereiken.

Dat komt omdat je het intrinsieke proces van begeerte niet hebt doorgrond. Het stopt niet vanzelf. Het laat niet uit zichzelf los.

De typische dynamiek van zintuiglijke begeerte is een onlesbare dorst naar meer. Elke keer als de begeerte wordt bevredigd versterkt dit de wens naar de volgende nieuwe begeerte.

De Boeddha heeft uitgelegd dat de weg naar innerlijke vrede afhangt van het langzaam maar zeker los komen van deze maalstroom.

Als de hindernis van zintuiglijke begeerte tijdens de meditatie nadrukkelijk aanwezig is kan het helpen om stil te staan bij de minder aantrekkelijke kanten van het menselijk lichaam en de zekerheid van het degeneratieve proces van aftakeling waar we allemaal aan onderhevig zijn.

Dat kan bijvoorbeeld door het in gedachten nemen van de weerzinwekkendheid van een zich ontbindend lichaam (asubha‐kammaṭṭhāna) of de dood (marana‐kammaṭṭhāna).

Let op, het is nadrukkelijke niet de bedoeling om afkeer op te wekken. Het gaat er om langzaam uit de maalstroom te proberen te geraken. Los te komen van begeerte.

Omdat het andere geslacht vaak een prominente rol in begeerte heeft wordt ook wel de beoefening geadviseerd om vertegenwoordigers van het andere geslacht te zien als broers, zusters of zonen en dochters.

In dat licht overpeinzen dat je in je ontelbare vorige levens alle mogelijke relaties met andere mensen hebt gehad en dat je daadwerkelijk ooit wel eens de positie hebt ingenomen als broer, zuster, zoon of dochter.

Aversie

Aversie (vyāpāda) in de meditatie komt in de praktijk vaak op in de vorm van boosheid naar iemand anders of naar jezelf.

Er zit een bijzonder vervelend aspect aan aversie verbonden. De Boeddha geeft als voorbeeld voor aversie dat je door twee pijlen wordt getroffen.

De eerste pijl is de negatieve energie waarmee je in eerste instantie geconfronteerd wordt. Iemand heeft bijvoorbeeld iets naars gezegd of er kwam een nare gedachte over jezelf in je mind boven.

De tweede pijl is je eigen reactie hierop. Of dat nou is dat je boos wordt op de ander of jezelf. Zo doe je jezelf dubbel pijn.

Omdat die reactie ook nog eens karmische repercussies kan hebben is het van het grootste belang om je eigen reacties te monitoren en in de hand te houden.

Als je dat voor elkaar krijgt ontstaat een basis voor een uiterst belangrijke kwaliteit, namelijk de verlichtingsfactor gelijkmoedigheid (upekkha).

Omdat een mind gevuld met aversie alleen nog maar negatieve kwaliteiten kan zien is een eerste aanpak bijvoorbeeld bewust nadenken over positieve kwaliteiten van de ander of jezelf. Ook die ander heeft mensen die van hem of haar houden, en er zijn zeker ook mensen die van jou houden, dus er zullen ook positieve kwaliteiten zijn.

Via de positieve kwaliteiten kan de cyclus van aversie worden verzwakt.

De allerbelangrijkste remedie voor de neiging om vaak in aversie of boosheid terecht te komen, hetzij naar jezelf, hetzij naar anderen, is echter het geven van liefde‐vriendelijkheid (metta).

Dufheid en zwaarte

Het verschijnen van dufheid en zwaarte (thīna‐middha) wordt onder andere veroorzaakt door ontevredenheid, verveling, luiheid, slaperigheid veroorzaakt door te veel eten, en door een sombere mind.

Een effectieve aanpak is het genereren van de verlichtingsfactor energie (viriya).

Energie is in deze context in eerste instantie het steeds maar weer blijven proberen je mind op Buddho te richten. De mind wordt hierdoor vanzelf krachtiger en krachtiger.

Er zijn ook wat directe praktische opties. Wanneer je tijdens de meditatie dufheid en zwaarte vaststelt, kun je bijvoorbeeld je gezicht besprenkelen met water, aan je oren trekken, op je benen en armen slaan enz. Daarnaast wordt er in de commentaren ook gerefereerd aan fysiek licht waar je naar kan kijken. Werkt dat niet dan is het uiteindelijk beter om even op te staan en rond te lopen dan te gaan zitten knikkebollen.

De belangrijkste remedie tegen dufheid en zwaarte is echter het ontstaan van ‘mentaal licht’.

Een mentale kwaliteit die hierin een belangrijke plek in inneemt is mentale lichtheid of beweeglijkheid (lahuta). Het is het vermogen van de mind om zich snel en gemakkelijk te richten.

Om deze kwaliteit te ontwikkelen is niets meer nodig dan geduldige beoefening van samatha meditatie.

Onrust en piekeren

Onrust (uddhacca) ontstaat vaak als gevolg van een te ‘pushy’ houding richting de meditatie.

Hier helpt het om nog eens goed te kijken naar je motivatie en een business‐houding in de zin van “ik besteed nu 2x zo veel tijd aan meditatie, dus het meditatieproces moet nu ook 2x zo snel verlopen” los te laten.

Een ander voorbeeld van onrust zijn de hevige (interne) discussies waar je tijdens de meditatie in terecht kan komen.

Ook voor deze hindernis geld dat het geduldig oefenen van het richten van de mind tijdens samatha meditatie uiteindelijk de oplossing biedt.

Door concentratie ontwikkel je de verlichtingsfactor kalmte (passaddhi) die onrust en piekeren te lijf gaat.

Piekeren (kukkucca) wordt vaak veroorzaakt door een gevoel van schuld, zoals weten dat je iets verkeerds hebt gedaan en daar spijt en wroeging over voelen.

De remedie hier is om vooral erg goed te letten op je morele gedrag in het algemeen om zo te voorkomen dat deze hindernis zich kan manifesteren.

Dit is een van de redenen dat moraliteit in het boeddhistische pad van uitermate groot belang is. Zonder moraliteit komt de hindernis onrust en piekeren onherroepelijk op en is concentratie niet mogelijk.

Twijfel

Twijfel (vicikicchā) bestaat er vaak uit dat op een diepe laag getwijfeld wordt of aan de Boeddha en zijn leer.

Vaak zit hier een persoonlijke kant aan in de zin van “kan ik dat wel” of “geldt dit ook voor mij”.

Al snel kom je bij de vraag of bevrijding wel echt praktisch haalbaar is en de Dhamma niet slechts een theoretische verhandeling.

Twijfel is als staan op een T‐splitsing. Je gaat niet naar links en niet naar rechts. Je staat stil. Omdat je twijfelt kun je je niet meer inspannen voor verdere vooruitgang en het proces stopt.

Het belangrijkste hulpmiddel voor het bestrijden van twijfel is het diepgaand onderzoeken van de objecten van twijfel. Het is niet een kwestie van geloof of vertrouwen maar echt van intelligent onderzoek en analyse.

Dit onderzoek is de verlichtingfactor ‘onderzoek naar fenomenen’ (Dhamma vicaja). Dit onderzoek bestaat onder meer van het kijken naar de heilzaam en onheilzame aspecten van de eigen mind.

Op die manier kan de blik langzaam maar zeker gericht worden op de eigen onderliggende onheilzame wortels van verlangen, boosheid en onwetendheid.

Pas als deze factoren door iemand onderkend worden als de probleemfactoren ontstaat de wens om hier van af te willen komen, niet eerder.

Als je samatha meditatie beoefent kun je om de zoveel maanden of jaren terugkijken en zien hoe deze onheilzame wortels aan kracht hebben verloren en hoe heilzame kwaliteiten zijn gegroeid.

Het zien van de omvang van het probleem en het ervaren van vooruitgang door beoefening kan voor veel motivatie zorgen en helpen twijfel te overwinnen.

Samenvatting van de Aanpak van de Hindernissen

Hier een samenvatting van de aanpak van de hindernissen zoals beschreven in de Pali Canon.

Zintuiglijke begeerte (kāmacchandā):

  • Goede kennis van de bouw van het menselijk lichaam en een regelmatige overpeinzing van de onaantrekkelijkheid van het lichaam
  • Het bewaken van de zintuigen
  • Niet te veel eten
  • Wijze mensen om je heen hebben en de heilzame gesprekken over de Dhamma voeren

Aversie (vyāpāda)

  • Algemene kennis over meditatie op liefde‐vriendelijkheid
  • Het overpeinzen van de karmische gevolgen van je daden
  • Wijze mensen om je heen hebben en de heilzame gesprekken over de Dhamma voeren

Dufheid en zwaarte (thīna‐middha)

  • Niet te veel eten
  • Kijken naar licht en uiteindelijk mentaal licht ontwikkelen
  • Tijd doorbrengen in de buitenlucht
  • Wijze mensen om je heen hebben en de heilzame gesprekken over de Dhamma voeren

Onrust en piekeren (uddhacca‐kukkucca)

  • Kennis van de toespraken van de Boeddha hebben
  • Verheldering van de toespraken door het stellen van vragen
  • Aandacht besteden aan je ethische gedrag
  • Het bezoeken van meer ervaren ouderen met wijsheid en kennis
  • Wijze mensen om je heen hebben en de heilzame gesprekken over de Dhamma voeren

Twijfel (vicikicchā)

  • Kennis van de toespraken van de Boeddha hebben
  • Helderheid over de toespraken van de Boeddha krijgen door het stellen van vragen
  • Aandacht besteden aan je ethische gedrag
  • Sterke toewijding door het inzien van je eigen problemen
  • Wijze mensen om je heen hebben en de heilzame gesprekken over de Dhamma voeren

Het Ophouden van de Hindernissen

Zolang de hindernissen aanwezig zijn is er geen concentratie.

Het leuke is dat het omgekeerde net zo goed waar is. Als je langzaam maar zeker concentratie krijgt dan voel je de hindernissen afnemen.

Dit kan niet zonder meditatie. Je mind zal zich niet uit zichzelf gaan concentreren. Daar is training voor nodig. Je kunt er ook niet komen door hier heel diep over na te denken.

In de meditatie gaan de hindernissen langzaam maar zeker naar beneden, tot het eerste moment waarop de hindernissen (in eerste instantie tijdelijk) hun greep op je mind moeten opgeven.

Dat is een bijzonder moment. Iedereen die serieus bezig is en blijft met samatha meditatie kan dit in zijn of haar leven ervaren.

Dit kan uiterst bevrijdend en verlichtend voelen. De Boeddha gaf hel mooie voorbeelden van dit gevoel (zie ook het citaat uit de Samannaphala Sutta)

  1. Het ophouden van zintuiglijke begeerte is alsof je bevrijdt wordt van een schuld.
  2. Het ophouden van aversie is alsof je herstelt van een zware ziekte.
  3. Het ophouden van dufheid en zwaarte is alsof je bevrijdt wordt uit gevangenschap.
  4. Het ophouden van onrust en piekeren is alsof je bevrijdt wordt van slavernij.
  5. Het ophouden van twijfel is alsof je succesvol een gevaarlijke woestijn bent overgestoken.

Je voelt hoe je verlangen om op te staan van je kussen en de aversie voor eventuele lichamelijke pijn verdwijnt. Je ervaart een lichamelijke en mentale vrede en kalmte. Je voelt hoe je dufheid plaats maakt voor een nieuwe helderheid die je niet eerder hebt ervaren, hoe je onrust tot diepe verstilling komt en je enkel nog éénpuntige aandacht hebt.

En dit proces kent heel veel verdieping.

Wat De Boeddha Zei Over de Hindernissen

Wij sluiten af met een selectie van citaten uit suttas waarin de Boeddha over de Hindernissen spreekt.

Abhaya Sutta (SN 46:56)

We beginnen met de Abhaya Sutta (SN 46:56) waarin de Boeddha aangeeft dat wijsheid afhankelijk is van het opheffen van de hindernissen:

…Op het moment, prins, dat de mind geobsedeerd is door zintuigelijke begeerte, overspoeld wordt door zintuigelijke begeerte, en je de ontsnapping aan de opgekomen zintuigelijke begeerte niet ziet zoals het werkelijk is, op dat moment is dit een oorzaak en conditie voor gebrek aan wijsheid en visie; het is op deze manier dat een gebrek aan wijsheid en visie veroorzaakt en geconditioneerd wordt.

Verder, prins, op het moment dat u leeft met een mind geobsedeerd door aversie… door dufheid en zwaarte… door onrust en piekeren… door twijfel, en je de ontsnapping aan de opgekomen twijfel niet ziet zoals het werkelijk is, op dat moment is dit een oorzaak en conditie voor gebrek aan wijsheid en visie; het is op deze manier dat een gebrek aan wijsheid en visie veroorzaakt en geconditioneerd wordt…

…Hier, prins, als een monnik de verlichtings‐factor van mindfulness ontwikkelt, gefundeerd in afzondering, onthechting en ophouden, tot wasdom komend in loslaten. Met een mind die de verlichtings‐factor van mindfulness heeft ontwikkeld de dingen weet en ziet zoals ze werkelijk zijn. Dit is de oorzaak en conditie voor wijsheid en visie; het is op deze manier dat wijsheid en visie worden veroorzaakt en geconditioneerd.

Verder, prins, als een monnik de verlichtings‐factor van onderzoek naar de Dhamma… energie… vreugde… kalmte… concentratie… gelijkmoedigheid ontwikkelt, gefundeerd in afzondering, onthechting en ophouden, tot wasdom komend in loslaten. Met een mind die de verlichtings‐factor van mindfulness heeft ontwikkeld de dingen weet en ziet zoals ze werkelijk zijn. Dit is de oorzaak en conditie voor wijsheid en visie; het is op deze manier dat wijsheid en visie worden veroorzaakt en geconditioneerd…”

Sangaravo Sutta (SN 46:55)

In de Sangaravo Sutta (SN 46:55) gebruikt de Boeddha water als voorbeeld om een gevoel te geven bij de hindernissen:

Stel, brahmaan, dat er een kom met water is, gemengd met lak, geelwortel, blauwe kleurstof, of rode kleurstof. Als een man met goed zicht zijn eigen weerspiegeling in het water zou willen zien, dan zou hij het niet zien noch weten zoals het werkelijk is. Net zo, brahmaan, als je leeft met een mind vol zintuigelijke begeerte, overspoeld door zintuiglijke begeerte, en de ontsnapping aan opgekomen zintuigelijke begeerte niet ziet noch begrijpt zoals het werkelijk is, op dat moment zie je en begrijp je het welzijn van jezelf, het welzijn van anderen, of het welzijn van jezelf of anderen, niet zoals het werkelijk is…

Stel, Brahmaan, dat er een kom met water is, verhit wordt boven vuur, borrelend en kokend. Als een man met goed zicht zijn eigen weerspiegeling in het water zou willen zien, dan zou hij het niet zien noch weten zoals het werkelijk is. Net zo, brahmaan, als je leeft met een mind vol aversie, overspoeld door aversie, en de ontsnapping aan opgekomen aversie niet ziet noch begrijpt zoals het werkelijk is, op dat moment zie je en begrijp je het welzijn van jezelf, het welzijn van anderen, of het welzijn van jezelf of anderen, niet zoals het werkelijk is…

Stel, Brahmaan, dat er een kom met water is, overgroeit raakt door water planten en algen. Als een man met goed zicht zijn eigen weerspiegeling in het water zou willen zien, dan zou hij het niet zien noch weten zoals het werkelijk is. Net zo, brahmaan, als je leeft met een mind vol dufheid en traagheid, overspoeld door dufheid en traagheid, en de ontsnapping aan opgekomen dufheid en traagheid niet ziet noch begrijpt zoals het werkelijk is, op dat moment zie je en begrijp je het welzijn van jezelf, het welzijn van anderen, of het welzijn van jezelf of anderen, niet zoals het werkelijk is…

Stel, Brahmaan, dat er een kom met water is, in beweging wordt gebracht door wind, kabbelend, wervelend, vol golven. Als een man met goed zicht zijn eigen weerspiegeling in het water zou willen zien, dan zou hij het niet zien noch weten zoals het werkelijk is. Net zo, brahmaan, als je leeft met een mind vol onrust en piekeren, overspoeld door onrust en piekeren, en de ontsnapping aan opgekomen onrust en piekeren niet ziet noch begrijpt zoals het werkelijk is, op dat moment zie je en begrijp je het welzijn van jezelf, het welzijn van anderen, of het welzijn van jezelf of anderen, niet zoals het werkelijk is…

Stel, Brahmaan, dat er een kom met water is, troebel, modderig, in het donker gezet. Als een man met goed zicht zijn eigen weerspiegeling in het water zou willen zien, dan zou hij het niet zien noch weten zoals het werkelijk is. Net zo, brahmaan, als je leeft met een mind vol twijfel, overspoeld door twijfel, en de ontsnapping aan opgekomen twijfel niet ziet noch begrijpt zoals het werkelijk is, op dat moment zie je en begrijp je het welzijn van jezelf, het welzijn van anderen, of het welzijn van jezelf of anderen, niet zoals het werkelijk is…”

Avarana Sutta (AN 5:51)

In de Avarana Sutta (AN 5:51) beschrijft de Boeddha de effecten van de Hindernissen:

… Monniken, er zijn vijf obstructies, hindernissen, lasten voor de mind, toestanden die wijsheid verzwakken. Welke vijf? Zintuigelijke begeerte is een obstructie, een hindernis, een last voor de mind, een toestand die wijsheid verzwakt. Aversie… Dufheid en zwaarte… Onrust en piekeren… Twijfel is een obstructie, een hindernis, een last voor de mind, een toestand die wijsheid verzwakt.

Monniken, zonder het opgeven van deze vijf obstructies, hindernissen, lasten voor de mind, toestanden die wijsheid verzwakken, is het onmogelijk dat een monnik, met zijn krachteloze en zwakke wijsheid zijn eigen welzijn, het welzijn van anderen, of het welzijn van beiden kan kennen, of het bovenmenselijke onderscheidende vermogen in kennis kan ontwikkelen dat de Nobelen waardig is.

Stel een rivier stroomt een berg af, een lange afstand afleggend, met een sterke stroming, met veel drijfvermogen. Stel dan dat er op beide oevers een man zou zijn die een irrigatie kanaal zou openen. In dat geval zou de stroming in het midden van de rivier gesplitst worden, verspreid, verdeeld, zo dat de rivier niet langer een lange afstand aflegt, zonder een sterke stroming, zonder veel drijfvermogen. Net zo, zonder het opgeven van deze vijf obstructies… is het onmogelijk dat een monnik… het bovenmenselijke onderscheidende vermogen in kennis kan ontwikkelen dat de Nobelen waardig is.

Maar, monniken, door het opgeven van deze vijf obstructies, hindernissen, lasten voor de mind, toestanden die wijsheid verzwakken, is het mogelijk dat een monnik, met zijn krachtige wijsheid zijn eigen welzijn, het welzijn van anderen, of het welzijn van beiden kan kennen, of het bovenmenselijke onderscheidende vermogen in kennis kan ontwikkelen dat de Nobelen waardig is.

Stel een rivier stroomt een berg af, een lange afstand afleggend, met een sterke stroming, met veel drijfvermogen. Stel dan dat er een man zou zijn die de irrigatie kanalen aan beide oevers sluit. In dat geval zou de stroming in het midden van de rivier niet gesplitst worden, niet verspreid, niet verdeeld, zo dat de rivier een lange afstand aflegt, met een sterke stroming, met veel drijfvermogen. Net zo, met het opgeven van deze vijf obstructies… is het mogelijk dat een monnik… het bovenmenselijke onderscheidende vermogen in kennis kan ontwikkelen dat de Nobelen waardig is…”

Upakkilesa Sutta (AN 5:23)

In de Upakkilesa Sutta (AN 5:23) geeft de Boeddha goud als voorbeeld:

Er zijn vijf onzuiverheden van goud waardoor het verzwakt wordt en niet buigzaam en hanteerbaar is, niet straalt, bros is en niet goed bewerkt kan worden. Wat zijn deze vijf onzuiverheden? ijzer, koper, tin, lood en zilver.

Maar is het goud vrij is van deze vijf onzuiverheden, dan is het buigzaam en hanteerbaar, stralend en stevig, en kan het goed bewerkt worden. Alle ornamenten die men er van wenst te maken, of het nou een diadeem, oorbellen, een ketting of een gouden keten is, daarvoor kan het gebruikt worden.

Net zo zijn het de vijf hindernissen van de mind waardoor hij verzwakt wordt en niet buigzaam of hanteerbaar is, geen stralende helderheid of stevigheid heeft, zich niet kan concentreren op het vernietigen van de mentale corrupties (asava). Wat zijn deze vijf hindernissen? Ze zijn: zintuigelijke begeerte, aversie, dufheid en traagheid, onrust en piekeren, en twijfel.

Maar als de mind vrij is van deze vijf hindernissen, dan is hij buigzaam en hanteerbaar, heeft hij een stralende helderheid en stevigheid, kan hij zich concentreren op het vernietigen van de mentale corrupties. Alle staten die bereikt kunnen worden door de hogere mentale vermogens, daar kan men de mind op richten en men zal ze bereiken, als aan de andere voorwaarden wordt voldaan.

Samannaphala Sutta (DN 2)

In de Samannaphala Sutta (DN 2) geeft de Boeddha voorbeelden om de hindernissen en de bevrijding van de hindernissen te beschrijven:

Begiftigd met dit nobele aggregaat van moreel gedrag, deze nobele terughoudendheid van de zintuigfaculteiten, deze nobele opmerkzaamheid en alertheid, en deze nobele tevredenheid, zoekt hij een afgezonderde verblijfplaats: een bos, de schaduw van een boom, een berg, een bergdal, een grot, een begraafplaats, een bosschage, de open lucht, een hoop stro. Na zijn maaltijd, terugkomend van zijn aalmoesronde, gaat hij zitten, kruist hij zijn benen, houdt hij zijn lichaam recht, en brengt hij opmerkzaamheid naar de voorgrond.

Hebzucht met betrekking tot de wereld opgevend, verblijft hij met een bewustwording vrij van hebzucht. Hij reinigt zijn mind van hebzucht. Kwade wil en woede opgevend, verblijft hij met een bewustwording vrij van kwade wil, meevoelend met het welzijn van alle levende wezens. Hij reinigt zijn mind van kwade wil en woede. Traagheid en luiheid opgevend, verblijft hij met een bewustwording vrij van traagheid en luiheid, opmerkzaam, alert, bewust van licht. Hij reinigt zijn mind van traagheid en luiheid. Rusteloosheid en angst opgevend, verblijft hij onverstoord, zijn mind van binnen verstild. Hij reinigt zijn mind van rusteloosheid en piekeren. Twijfel opgevend, verblijft hij de twijfel overgestoken hebbend, zonder verwarring over handige mentale kwaliteiten. Hij reinigt zijn mind van onzekerheid.

Veronderstel dat een man, een lening nemend, in zijn zaken investeert. Zijn zaken hebben succes. Hij lost zijn oude schulden af en er is extra over om zijn vrouw te onderhouden. De gedachte zou in hem opkomen, ‘Voorheen, een lening nemend, investeerde ik in mijn zaken. Nu hebben mijn zaken succes gehad. Ik heb mijn oude schulden afgelost en er is extra over om mijn vrouw te onderhouden.’ Om die reden zou hij vreugde en geluk ervaren.

Veronderstel dat een man ziek wordt – pijn heeft en ernstig ziek is. Hij geniet niet van zijn maaltijden, en er is geen kracht in zijn lichaam. Met het verstrijken van de tijd herstelt hij uiteindelijk van zijn ziekte. Hij geniet van zijn maaltijden en er is kracht in zijn lichaam. De gedachte zou in hem opkomen, ‘Voorheen, was ik ziek… Nu ben ik hersteld van die ziekte. Ik geniet van mijn maaltijden en er is kracht in mijn lichaam.’ Om die reden zou hij vreugde en geluk ervaren.

Veronderstel dat een man gebonden in de gevangenis zit. Met het verstrijken van de tijd wordt hij uiteindelijke vrij gelaten van zijn bonden, gezond en wel, zonder verlies van eigendom. De gedachte zou in hem opkomen, ‘Voorheen, zat ik gebonden in de gevangenis. Nu ben ik vrij van die ketenen, gezond en wel, zonder verlies van eigendom.’ Om die reden zou hij vreugde en geluk ervaren.

Veronderstel dat een man een slaaf is, onderworpen aan anderen, niet onderworpen aan zichzelf, niet in staat om te gaan waar hij wil. Met het verstrijken van de tijd wordt hij uiteindelijk vrij gelaten uit die slavernij, onderworpen aan zichzelf, niet onderworpen aan anderen, vrij, in staat om te gaan waar hij wil. De gedachte zou in hem opkomen, ‘Voorheen was ik een slaaf… Nu ben ik vrij van die slavernij, onderworpen aan mijzelf, niet onderworpen aan anderen, vrij, in staat om te gaan waar ik wil.’ Om die reden zou hij vreugde en geluk ervaren.

Veronderstel dat een man, geld en goederen dragend, over een weg door een verlaten land reist. Met het verstrijken van de tijd komt hij uiteindelijk uit dat verlaten land, gezond en wel, zonder verlies van eigendom. De gedachte zou in hem opkomen, ‘Voorheen, toen ik geld en goederen droeg, reisde ik over een weg door een verlaten land. Nu ben ik uit dat verlaten land gekomen, gezond en wel, zonder verlies van eigendom.’ Om die reden zou hij vreugde en geluk ervaren.

Op dezelfde manier, wanneer deze vijf hindernissen niet opgegeven zijn in hemzelf, ziet de monnik dit als een schuld, een ziekte, een gevangenis, een slavernij, een weg door een verlaten land. Maar als deze vijf hindernissen in hemzelf opgegeven zijn, ziet hij dit als afgeloste schuld, goede gezondheid, bevrijding van de gevangenis, vrijheid, een plaats van veiligheid. Zich realiserend dat ze in hem zijn opgegeven, wordt hij blij. “Omdat hij blij is, raakt hij verrukt. Omdat hij verrukt is, kalmeert zijn lichaam. Met een gekalmeerd lichaam is hij ontvankelijk voor plezier. Zich plezierig voelend, raakt zijn mind geconcentreerd…”

Er zijn nog veel meer sutta’s waarin de hindernissen een voor een worden beschreven, maar dit lijkt ons voldoende om een globaal idee te krijgen bij het belang van het zien en verminderen van de kracht van de hindernissen.

Nivaranappahana Vagga (AN 1.10–20)

In de Nivaranappahana Vagga (AN 1.10–20) geeft de Boeddha uitleg over de oorzaken van het opkomen en opgeven van de hindernissen:

Monniken, ik ken niets anders dat zorgt voor het opkomen van nog niet opgekomen zintuiglijke begeerte en voor het toenemen van opgekomen zintuiglijke begeerte, dan het aspect van schoonheid (subha‐nimmita, een mooi object). Onjuiste aandacht (ayoniso manasi karoti) voor het aspect van schoonheid zorgt voor het opkomen van nog niet opgekomen zintuigelijke begeerte en doet opgekomen zintuigelijke begeerte toenemen.

… voor het opkomen van nog niet opgekomen aversie en voor het toenemen van opgekomen aversie dan het aspect van afkeer (patigha‐nimittan, afkeer, boosheid, weerzin)…

… voor het opkomen van nog niet opgekomen dufheid en zwaarte en het toenemen van opgekomen dufheid en zwaarte als ontevredenheid, luiheid, gapen, slaperigheid na een maaltijd, en mentale traagheid…

… voor het opkomen van nog niet opgekomen onrust en piekeren en het toenemen van opgekomen onrust en piekeren als een onbestendige mind (avupsanta‐citassa, niet‐gekalmeerd, geen mentale eenheid of vrede)…

… voor het opkomen van nog niet opgekomen twijfel en voor het toenemen van opgekomen twijfel als onjuiste aandacht (ayoniso‐manasikaro, geen aandacht geven aan de oorzaak of bron)…”

Monniken, ik ken niets dat meer bijdraagt aan het niet opkomen van nog niet opgekomen zintuigelijke begeerte en het opgeven van opgekomen zintuigelijke begeerte, dan het aspect van weerzinwekkendheid (asubha‐nimittam). Juiste aadacht (yoniso manasi karoto) voor het aspect van weerzinwekkendheid, monniken, zorgt voor het niet opkomen van zintuigelijke begeerte die nog niet is opgekomen en het opgeven van opgekomen zintuigelijke begeerte.

… aan het niet opkomen van nog niet opgekomen aversie en het opgeven van opgekomen aversie, dan de bevrijding van het hart door liefde‐vriendelijkheid (metta)…”

… aan het niet opkomen van nog niet opgekomen dufheid en zwaarte en het opgeven van opgekomen dufheid en zwaarte als beginnen, doorzetten, inspanning leveren…

… aan het niet opkomen van nog niet opgekomen onrust en piekeren en het opgeven van opgekomen dufheid en piekeren als een kalme mind.

Monniken, ik ken niets dat meer bijdraagt aan het niet opkomen van nog niet opgekomen twijfel en het opgeven van opgekomen twijfel dan juiste aandacht. Juiste aandacht, monniken, zorgt voor het niet opkomen van nog niet opgekomen twijfel en voor het opgeven van opgekomen twijfel.”