• 2min

Tweeduizend vijfhonderd jaar geleden doorgronde Siddharta Gautama onder de Bodhi boom in Noord‐India de werkelijkheid en werd een Boeddha, een ‘wakkere’ of ‘ontwaakte’.

Door dit diepe inzicht vernietigde hij zijn verlangen, haat en onwetendheid, de ketenen die hem aan de ronde van wedergeboorte (samsara) bonden, en bevrijdde zich zo van al het lijden, alle stress, alle onbevredigendheid.

Uit liefde voor de wereld besloot de Boeddha zijn weg naar bevrijding te onderwijzen. Als wij vandaag de dag over het Boeddhisme spreken dan bedoelen wij dit onderwijs, de Dhamma.

Gedurende de 45 jaar waarin de Boeddha de Dhamma verkondigde kreeg hij vele volgelingen. Die volgelingen, die zichzelf op hun beurt bevrijdden van het lijden, vormden de Sangha, de nobele orde van leerlingen.

Het woord Dhamma kent meerdere betekenissen, zoals ‘fundamentele elementen’, ‘weergave van de werkelijkheid’ en ‘kosmische wetmatigheid’. De kern van de Dhamma zijn de Vier Edele Waarheden.

Als eerste de waarheid dat er onbevredigendheid is. Boeddhisten noemen deze onbevredigendheid Dukkha.

Dukkha wordt meestal vertaald met lijden omdat dit vanuit een menselijk ervaringsperspectief ook vaak het geval is, maar de essentie van Dukkha is dat in alles onbevredigendheid schuil gaat. Wij grijpen en klampen ons namelijk vol verlangen vast aan dingen in de hoop er gelukkig van te worden. Alles in de wereld is echter onderhevig aan verandering, is vergankelijk, en kan daarom niet de permanente bevrediging geven waar wij naar zoeken.

Dat is dan ook gelijk de tweede waarheid, namelijk dat de oorzaak van deze onbevredigendheid voortkomt uit verlangen.

Dat verlangen komt voort uit onze onwetendheid over de ware natuur van de dingen. De Boeddha leert dat deze onwetendheid door inspanning vernietigd kan worden.

De derde waarheid is dat er een zijns‐staat is die volkomen vrij is van onbevredigendheid door vrij te zijn van verlangen, haat en onwetendheid, beter bekend als Nibbana (skrt: Nirvana).

De vierde waarheid is de weg die naar deze bevrijding voert, namelijk het Nobele Achtvoudige Pad. Dit Achtvoudige Pad kan worden samengevat in drie trainingen, de training in moreel gedrag, de training in concentratie en de training in wijsheid.

Om verlangen en onwetendheid te beteugelen is wijsheid nodig. Een voorwaarde voor het ontstaan van wijsheid is concentratie.

Het is concentratie waarmee onze mind kalm, zuiver en krachtig genoeg wordt om de werkelijkheid te observeren.

Een absolute voorwaarde om geconcentreerd te raken is dat we oog krijgen voor onze moraliteit en groot belang gaan hechten aan moreel juist gedrag (sila). Als we immoreel gedrag vertonen is het onmogelijk om geconcentreerd te raken.

Met moreel gedrag als voorwaarde ontstaat concentratie, met concentratie als voorwaarde ontstaat wijsheid.

Met wijsheid zie je uit eigen ervaring, in het hier en nu, de ware natuur van de dingen en kun je loslaten voor blijvende vrede en tevredenheid, blijvend geluk.