• 7min

Deze tekst is een meditatie les van Phra Ajahn Sao Kantasilo (1861–1941), een bosmonnik, die veel in de bossen van Noord-Thailand vertoefde. Hij heeft samen met zijn leerling Ajahn Mun de Kammaṭṭhāna-traditie opgericht. Als ware bosmonnik heeft hij geen geschriften of boeken over zijn leringen achtergelaten. Een van zijn leerlingen, Phra Ajahn Phut Thaniyo, heeft echter enkele van zijn leringen verzameld in het boekje Ajahn Sao’s Les: een herinnering aan Phra Ajahn Sao Kantasilo, dat een blik biedt op Ajahn Sao’s beknopte maar krachtige onderwijsstijl.

In onze tijd is het mediteren in het bos, en het volgen van de ascetische dhutaṅga-oefeningen, begonnen bij Phra Ajahn Sao Kantasilo, de leraar van Phra Ajahn Mun (en zo ook van Phra Ajahn Singh en Phra Ajahn Lee). Phra Ajahn Sao had vooral een praktische insteek. Als hij zijn leerlingen onderwees, zei hij heel weinig. Zij die direct onder hem hebben gestudeerd, zijn nu ouderen die heel weinig spreken en onderwijzen, een gewoonte die zij van hun leraar hebben overgenomen. Omdat Phra Ajahn Sao weinig sprak, wil ik graag wat vertellen over de manier waarop hij meditatie onderwees.

Hoe onderwees Phra Ajahn Sao? Als iemand naar hem kwam, die vroeg, “Ajahn, meneer, ik wil mediteren. Hoe moet ik dit doen?” dan antwoordde hij, “Mediteer op het woord ‘buddho’.”

Als de persoon vroeg, “Wat betekent ‘buddho’?” antwoordde Ajahn Sao, “Geen vragen stellen.”

Wat zal er gebeuren nadat ik op ‘buddho’ heb gemediteerd?”

Geen vragen stellen. Je enige taak is simpelweg het woord ‘buddho’ keer op keer in je bewustzijn1 te herhalen.”

Zo onderwees hij: zonder een lange, uitgebreide uitleg te geven.

Als een leerling oprecht de instructies van de Ajahn in de praktijk bracht en doorzette in het beoefenen van het herhalen, als zijn bewustzijn kalm en helder werd van het bereiken van concentratie, dan vroeg hij aan Ajahn Sao: “Wanneer ik mediteer op ‘buddho’ wordt de toestand van mijn bewustzijn zus en zo. Wat moet ik nu doen?” Als het juist was, zei Ajahn Sao, “Blijf mediteren.” Zo niet, dan zei hij, “Je moet zus en zo doen. Wat je doet is niet juist.”

Toen ik eens zijn noviet was, bijvoorbeeld, kwam er een senior monnik van de Mahanikaya-traditie, die onder zijn leiding begon als een beginnend leerling in meditatie. Ajahn Sao leerde hem te mediteren op ‘buddho’. Nu, toen de monnik tot rust kwam op ‘buddho’, kalmeerde zijn bewustzijn en toen hij kalm was, werd hij helder. Toen stopte hij met het herhalen van ´buddho´. Op dat moment was zijn bewustzijn leeg. Daarna richtte hij zijn aandacht naar buiten, de helderheid volgend, en toen begonnen een aantal visioenen: geesten van de doden, hongerige geesten, hemelse wezens, mensen, dieren, bergen, bossen… Soms leek het alsof hij, of beter gezegd zijn bewustzijn, zijn lichaam verliet en door de bossen en de wildernis trok, de verschillende net genoemde dingen ziend. Daarna ging hij naar Ajahn Sao en vertelde hij hem wat er gebeurde, “Wanneer ik mediteer tot het punt waarop het bewustzijn kalm en helder wordt, gaat het bewustzijn naar buiten, en volgt het een helder licht. Er verschijnen dan visioenen van geesten, hemelse wezens, mensen en dieren. Soms lijkt het alsof ik naar buiten de visioenen achterna ga.”

Zodra Ajahn Sao dit hoorde zei hij, “Dit is niet goed. Het is niet goed voor het bewustzijn om naar buiten te kijken en te weten. Je moet het bewustzijn het van binnen laten weten.”

De monnik zei, “Hoe moet ik het bewustzijn het van binnen laten weten?”

Phra Ajahn Sao antwoordde: “Als het bewustzijn in zo´n heldere toestand is, als het de herhaling is vergeten of daarmee is gestopt en simpelweg leeg en stil is en, zoek dan naar de ademhaling. Als de sensatie van ademhaling in je bewustzijn verschijnt, richt je dan op die ademhaling als object en blijf het volgen, naar binnen toe totdat het bewustzijn nog kalmer en helderder wordt.”

En zo volgde de monnik de instructies van de Ajahn totdat het bewustzijn uiteindelijk tot rust kwam in toegangsconcentratie (upacāra samādhi), gevolgd door het steeds subtieler worden van de ademhaling, tot uiteindelijk het punt werd bereikt waarop de ademhaling verdween. Zijn besef van zijn lichaam verdween ook, en er was alleen de toestand waarin het bewustzijn compleet stil was, een staat van bewustzijn die zich duidelijk manifesteert, zonder besef voorwaarts of achterwaarts te gaan, zonder besef van waar het bewustzijn was, want op dat moment was er alleen maar het bewustzijn helemaal op zichzelf. Op dat punt kwam de monnik weer en vroeg hij: “Nadat mijn bewustzijn kalm en helder is geworden, en ik mijn bewuste aandacht op de ademhaling richt en deze naar binnen toe volg totdat hij een punt van complete rust en stilte bereikt – zo stil dat er niets meer is, de ademhaling niet meer verschijnt, het besef van het hebben van een lichaam verdwijnt, en alleen het bewustzijn zich manifesteert, briljant en stil: wanneer het op deze manier is, is dat goed of fout?”

Of het nou juist of onjuist is,” antwoordde de Ajahn, “neem dat als je standaard. Span je in om dit zo vaak mogelijk te doen en kom pas weer bij mij langs als je er bedreven in bent.”

De monnik volgde de instructies van de Ajahn en kreeg het op den duur voor elkaar om zijn bewustzijn steeds vaker zo stil te krijgen dat er geen besef was van het hebben van een lichaam, en de ademhaling verdween. Hij werd hierin steeds meer bedreven en zijn bewustzijn werd steeds meer solide. Uiteindelijk, nadat hij regelmatig zijn bewustzijn stil had gemaakt – want in de regel geldt het principe dat moraliteit concentratie ontwikkelt, concentratie onderscheidingsvermogen ontwikkelt en onderscheidingsvermogen het bewustzijn ontwikkelt – toen zijn concentratie krachtig en sterk werd, leidde dit tot abhiññā dat wil zeggen hogere kennis en waar inzicht. Kennis van wat? Kennis over de ware aard van het bewustzijn, oftewel kennis van de toestanden van het bewustzijn zoals deze in het hier en nu voorkomen. Althans, dat zei hij.

Nadat hij dit niveau van concentratie had bereikt, bezocht hij Ajahn Sao weer, en werd hem verteld: “Dit niveau van concentratie is vaste concentratie (appana samādhi). Je kunt er zeker van zijn dat er op dit niveau van concentratie geen inzicht of kennis of wat dan ook is. Er is alleen helderheid en stilte. Als het bewustzijn voor altijd in die toestand verkeert, dan blijft het simpelweg op dat niveau van stilte hangen. Dus zodra je het bewustzijn zo stil hebt gemaakt, kijk dan wanneer dit zich begint te roeren en uit de concentratie komt. Zodra het bewustzijn het besef krijgt dat het een object begint waar te nemen – ongeacht welk object als eerste verschijnt – richt je dan op de handeling van het waarnemen van een object. Dat is wat je moet onderzoeken.”

De monnik volgde de instructies van de Ajahn en was daarna in staat om redelijke vooruitgang te boeken in het niveau van zijn bewustzijn.

Dit is een voorbeeld van hoe Phra Ajahn Sao zijn leerlingen onderwees – maar een klein beetje per keer, waarbij hij alleen de kern van de oefening gaf, bijna alsof hij wilde zeggen, “Doe dit, en dit, en dit”, zonder enige uitleg te geven. Soms verwonderde ik mij over deze manier van onderwijzen. Dat wil zeggen, ik vergeleek het met boeken die ik had gelezen of met de Dhammapreken die ik andere leraren had horen geven. Zo schreef Phra Ajahn Singh bijvoorbeeld een klein handboek voor de beoefening van meditatie, met de titel De drievoudige toevlucht als meditatie techniek gebruiken, waarin hij zegt dat je tijdens het beoefenen van meditatie bovenal je lichaam recht en je bewuste aandacht direct voor je moet houden. Zo verwoordde hij het, maar dat is niet zoals Ajahn Sao dat zou doen. Toch waren de principes die ze onderwezen een en dezelfde, het enige verschil is dat Ajahn Sao weinig sprak, en dus niet veel retoriek gebruikte.

Zoals hij het aan mij uitlegde: “Wanneer we beslissen om ‘buddho’ te herhalen, is de handeling van het beslissen in zichzelf al de handeling om bewuste aandacht te bewerkstelligen. Wanneer we ‘buddho’ blijven denken en het bewustzijn niet van ‘buddho’ af laten leiden, zijn onze bewuste aandacht en alertheid al gezond en sterk waarbij het bewustzijn altijd in de gaten wordt gehouden om het bij ‘buddho’ te houden. Zodra onze bewuste aandacht wegzakt, zodat we vergeten om ‘buddho’ te denken en aan iets anders gaan denken, verzwakt onze bewuste aandacht. Maar als we onze bewuste aandacht onder controle weten te houden en continu ‘buddho, buddho’ kunnen denken, zonder onderbreking, is onze bewuste aandacht al sterk, en is het dus niet nodig om bewuste aandacht te betrachten. Door aan een object te denken zodat het verbonden is met het bewustzijn, wordt op zichzelf al bewuste aandacht gerealiseerd. Zo heeft hij het aan mij uitgelegd. Dit was een voorbeeld van hoe ik Phra Ajahn Sao meditatie zag en hoorde onderwijzen en dit zou voor ieder van ons genoeg stof tot nadenken moeten geven.

Voetnoten

  1. … het Engelse woord ‘mind’ is in ‘bewustzijn’ vertaald. Meestal wordt de term ‘geest’ gebruikt, maar deze dekt de lading niet. Met mind wordt hier bedoeld het bewustzijn dat een object kent.
  2. … het woord ‘bewuste aandacht’ is in deze tekst meestal een vertaling van het Engelse ‘mindfulness’ en het Pali ‘sati’.

Bovenstaande tekst is door buddho.nl naar het Nederlands vertaald. De tekst is overgenomen van een toespraak van Phra Ajahn Phut Thaniyo en uit het Thai naar het Engels vertaald door Thanissaro Bhikkhu. De Engelse versie Ajahn Sao’s Teaching: A Reminiscence of Phra Ajaan Sao Kantasilo staat op Acces to Insight.