De vol­gen­de tekst een medi­ta­tie les van Phra Ajahn Sao Kan­ta­si­lo (1861–1941) , een bos­mon­nik, die veel in de bos­sen van Noord-Thailand ver­toef­de. Hij heeft samen met zijn leer­ling Ajahn Mun de Kammatthana-traditie opge­richt. Als ware bos­mon­nik heeft hij geen geschrif­ten of boe­ken over zijn lerin­gen ach­ter­ge­la­ten. Een van zijn leer­lin­gen, Phra Ajahn Phut Tha­niyo, heeft ech­ter enke­le van zijn lerin­gen ver­za­meld in het boek­je “Ajahn Sao’s Les: een her­in­ne­ring aan Phra Ajahn Sao Kan­ta­si­lo”, dat een blik biedt op Ajahn Sao’s beknop­te maar krach­ti­ge onder­wijs­stijl. De vol­gen­de tekst is over­ge­no­men van een toe­spraak van Phra Ajahn Phut Tha­niyo, uit het Thai in het Engels ver­taald door Tha­nis­sa­ro Bhik­khu,  http://www.accesstoinsight.org/lib/thai/phut/sao.html. Naar het Neder­lands ver­taald door Buddho.nl.


In onze tijd is het medi­te­ren in het bos, en het vol­gen van de asce­ti­sche dhu­tan­ga oefe­nin­gen, begon­nen bij Phra Ajahn Sao Kan­ta­si­lo, de leraar van Phra Ajahn Mun (en zo ook van Phra Ajahn Singh en Phra Ajahn Lee). Phra Ajahn Sao had voor­al een prak­ti­sche insteek. Als hij zijn leer­lin­gen onder­wees, zei hij heel wei­nig. Zij die direct onder hem heb­ben gestu­deerd, zijn nu oude­ren die heel wei­nig spre­ken en onder­wij­zen, een gewoon­te die zij van hun leraar heb­ben over­ge­no­men. Omdat Phra Ajahn Sao wei­nig sprak, wil ik graag wat ver­tel­len over de manier waar­op hij medi­ta­tie onder­wees.

Hoe onder­wees Phra Ajahn Sao? Als iemand naar hem kwam, die vroeg, “Ajahn, meneer, ik wil medi­te­ren. Hoe moet ik dit doen?” dan ant­woord­de hij, “Medi­teer op het woord ‘Bud­dho’.”

Als de per­soon vroeg, “Wat bete­kent ‘Bud­dho’?” ant­woord­de Ajahn Sao, “Geen vra­gen stel­len.”

Wat zal er gebeu­ren nadat ik op ‘Bud­dho’ heb geme­di­teerd?”

Geen vra­gen stel­len. Je eni­ge taak is sim­pel­weg het woord ‘Bud­dho’ keer op keer in je mind1 te her­ha­len.”

Zo onder­wees hij: zon­der een lan­ge, uit­ge­brei­de uit­leg te geven.

Als een leer­ling oprecht de instruc­ties van de Ajahn in de prak­tijk bracht en door­zet­te in het beoe­fe­nen van het her­ha­len, als zijn mind kalm en hel­der werd van het berei­ken van con­cen­tra­tie, dan vroeg hij aan Ajahn Sao: “Wan­neer ik medi­teer op ‘Bud­dho’ wordt de toe­stand van mijn mind zus en zo. Wat moet ik nu doen?” Als het juist was, zei Ajahn Sao, “Blijf medi­te­ren.” Zo niet, dan zei hij, “Je moet zus en zo doen. Wat je doet is niet juist.”

Toen ik eens zijn noviet was, bij­voor­beeld, kwam er een seni­or mon­nik van de Maha­ni­kaya tra­di­tie, die onder  zijn lei­ding begon als een begin­nend leer­ling in medi­ta­tie. Ajahn Sao leer­de hem te medi­te­ren op ‘Bud­dho’. Nu, toen de mon­nik tot rust kwam op ‘Bud­dho’, kal­meer­de zijn mind en toen hij kalm was, werd hij hel­der. Toen stop­te hij met het her­ha­len van ´Bud­dho´. Op dat moment was zijn mind leeg. Daar­na richt­te hij zijn aan­dacht naar bui­ten, de hel­der­heid vol­gend, en toen begon­nen een aan­tal visi­oe­nen: gees­ten van de doden, hon­ge­ri­ge gees­ten, hemel­se wezens, men­sen, die­ren, ber­gen, bos­sen… Soms leek het als­of hij, of beter gezegd zijn mind, zijn lichaam ver­liet en door de bos­sen en de wil­der­nis trok, de ver­schil­len­de net genoem­de din­gen ziend. Daar­na ging hij naar Ajahn Sao en ver­tel­de hij hem wat er gebeur­de, “Wan­neer ik medi­teer tot het punt waar­op de mind kalm en hel­der wordt, gaat de mind naar bui­ten, en volgt het een hel­der licht. Er ver­schij­nen dan visi­oe­nen van gees­ten, hemel­se wezens, men­sen en die­ren. Soms lijkt het als­of ik naar bui­ten de visi­oe­nen ach­ter­na ga.”

Zodra Ajahn Sao dit hoor­de zei hij, “Dit is niet goed. Het is niet goed voor de mind om naar bui­ten te kij­ken en te weten. Je moet de mind het van bin­nen laten weten.”

De mon­nik zei, “Hoe moet ik de mind het van bin­nen laten weten?”

Phra Ajahn Sao ant­woord­de: “Als de mind in zo´n hel­de­re toe­stand is, als het de her­ha­ling is ver­ge­ten of daar­mee is gestopt en sim­pel­weg leeg en stil is en, zoek dan naar de adem­ha­ling. Als de sen­sa­tie van adem­ha­ling in je bewust­zijn ver­schijnt, richt je dan op die adem­ha­ling als object en blijf het vol­gen, naar bin­nen toe tot­dat de mind nog kal­mer en hel­der­der wordt.”

En zo volg­de de mon­nik de instruc­ties van de Ajahn tot­dat de mind uit­ein­de­lijk tot rust kwam in toe­gangs­con­cen­tra­tie (upa­ca­ra sama­dhi), gevolgd door het steeds sub­tie­ler wor­den van de adem­ha­ling, tot uit­ein­de­lijk het punt werd bereikt waar­op de adem­ha­ling ver­dween. Zijn besef van zijn lichaam ver­dween ook, en er was alleen de toe­stand waar­in de mind com­pleet stil was, een staat van bewust­zijn die zich dui­de­lijk mani­fes­teert, zon­der besef voor­waarts of ach­ter­waarts te gaan, zon­der besef van waar de mind was, want op dat moment was er alleen maar de mind hele­maal op zich­zelf. Op dat punt kwam de mon­nik weer en vroeg hij: “Nadat mijn mind kalm en hel­der is gewor­den, en ik mijn opmerk­zaam­heid op de adem­ha­ling richt en deze naar bin­nen toe volg tot­dat hij een punt van com­ple­te rust en stil­te bereikt – zo stil dat er niets meer is, de adem­ha­ling niet meer ver­schijnt, het besef van het heb­ben van een lichaam ver­dwijnt, en alleen de mind zich mani­fes­teert, bril­jant en stil: wan­neer het op deze manier is, is dat goed of fout?”

Of het nou juist of onjuist is,” ant­woord­de de Ajahn, “neem dat als je stan­daard. Span je in om dit zo vaak moge­lijk te doen en kom pas weer bij mij langs als je er bedre­ven in bent.’

De mon­nik volg­de de instruc­ties van de Ajahn en kreeg het op den duur voor elkaar om zijn mind steeds vaker zo stil te krij­gen dat er geen besef was van het heb­ben van een lichaam, en de adem­ha­ling ver­dween. Hij werd hier­in steeds meer bedre­ven en zijn mind werd steeds meer soli­de. Uit­ein­de­lijk, nadat hij regel­ma­tig zijn mind stil had gemaakt – want in de regel geldt het prin­ci­pe dat mora­li­teit con­cen­tra­tie ont­wik­kelt, con­cen­tra­tie onder­schei­dings­ver­mo­gen ont­wik­kelt en onder­schei­dings­ver­mo­gen de mind ont­wik­kelt – toen zijn con­cen­tra­tie krach­tig en sterk werd, leid­de dit tot abhi­ñ­ña dat wil zeg­gen hoge­re ken­nis en waar inzicht. Ken­nis van wat? Ken­nis over de ware aard van de mind, ofte­wel ken­nis van de toe­stan­den van de mind zoals deze in het hier en nu voor­ko­men. Althans, dat zei hij.

Nadat hij dit niveau van con­cen­tra­tie had bereikt, bezocht hij Ajahn Sao weer, en werd hem ver­teld: “Dit niveau van con­cen­tra­tie is vas­te con­cen­tra­tie (appa­na sama­dhi). Je kunt er zeker van zijn dat er op dit niveau van con­cen­tra­tie geen inzicht of ken­nis of wat dan ook is. Er is alleen hel­der­heid en stil­te. Als de mind voor altijd in die toe­stand ver­keert, dan blijft het sim­pel­weg op dat niveau van stil­te han­gen. Dus zodra je de mind zo stil hebt gemaakt, kijk dan wan­neer deze zich begint te roe­ren en uit de con­cen­tra­tie komt. Zodra de mind het besef krijgt dat het een object begint waar te nemen – onge­acht welk object als eer­ste ver­schijnt – richt je dan op de han­de­ling van het waar­ne­men van een object. Dat is wat je moet onder­zoe­ken.”

De mon­nik volg­de de instruc­ties van de Ajahn en was daar­na in staat om rede­lij­ke voor­uit­gang te boe­ken in het niveau van zijn mind.

Dit is een voor­beeld van hoe Phra Ajahn Sao zijn leer­lin­gen onder­wees – maar een klein beet­je per keer, waar­bij hij alleen de kern van de oefe­ning gaf, bij­na als­of hij wil­de zeg­gen, “Doe dit, en dit, en dit”, zon­der eni­ge uit­leg te geven. Soms ver­won­der­de ik mij over deze manier van onder­wij­zen. Dat wil zeg­gen, ik ver­ge­leek het met boe­ken die ik had gele­zen of met de Dham­ma­pre­ken die ik ande­re lera­ren had horen geven. Zo schreef Phra Ajahn Singh bij­voor­beeld een klein hand­boek voor de beoe­fe­ning van medi­ta­tie, met de titel ‘De drie­vou­di­ge toe­vlucht als medi­ta­tie tech­niek gebrui­ken’, waar­in hij zegt dat je tij­dens het beoe­fe­nen van medi­ta­tie boven­al je lichaam recht en je opmerk­zaam­heid direct voor je moet hou­den. Zo ver­woord­de hij het, maar dat is niet zoals Ajahn Sao dat zou doen. Toch waren de prin­ci­pes die ze onder­we­zen een en dezelf­de, het eni­ge ver­schil is dat Ajahn Sao wei­nig sprak , en dus niet veel reto­riek gebruik­te.

Zoals hij het aan mij uit­leg­de: “Wan­neer we beslis­sen om ‘Bud­dho’ te her­ha­len, is de han­de­ling van het beslis­sen in zich­zelf  al de han­de­ling om opmerk­zaam­heid te bewerk­stel­li­gen. Wan­neer we ‘Bud­dho’ blij­ven den­ken en de mind niet van ‘Bud­dho’ af laten lei­den, zijn onze opmerk­zaam­heid en alert­heid al gezond en sterk waar­bij de mind altijd in de gaten wordt gehou­den om het bij ‘Bud­dho’ te hou­den. Zodra onze opmerk­zaam­heid weg­zakt, zodat we ver­ge­ten om ‘Bud­dho’ te den­ken en aan iets anders gaan den­ken, ver­zwakt onze opmerk­zaam­heid. Maar als we onze opmerk­zaam­heid onder con­tro­le weten te hou­den en con­ti­nu ‘Bud­dho, Bud­dho’ kun­nen den­ken, zon­der onder­bre­king, is onze opmerk­zaam­heid al sterk, en is het dus niet nodig om opmerk­zaam­heid te betrach­ten. Door aan een object te den­ken zodat het ver­bon­den is met de mind, wordt op zich­zelf al opmerk­zaam­heid gere­a­li­seerd.  Zo heeft hij het aan mij uit­ge­legd. Dit was een voor­beeld van hoe ik Phra Ajahn Sao medi­ta­tie zag en hoor­de onder­wij­zen en dit zou voor ieder van ons genoeg stof tot naden­ken moe­ten geven.


  1. … het Engel­se woord ‘mind’ is niet in het Neder­lands ver­taald. Meest­al wordt de term ‘geest’ gebruikt, maar deze dekt de lading niet. Met mind wordt hier bedoel het bewust­zijn dat een object kent.
  2. … het woord ‘opmerk­zaam­heid’ is in deze tekst meest­al een ver­ta­ling van het Engel­se ‘mind­full­ness’ en het pali ‘sati’.
Schrijf je in voor nieuws en updates!

Contact


Neem contact op voor meer informatie over de meditatie of voor het maken van een afspraak (het kost geen geld, wel eigen inspanning).

Is de stap naar meditatie nog te groot? Kom dan bijvoorbeeld langs voor een gesprek over zingeving. Wat zijn voor jou de belangrijke dingen in het leven? Waar staat spanning op de boog?