• 3min

Wie dat leuk vindt kan als toevoeging tot de meditatie de Abhidhamma bestuderen. De prefix ‘abhi’ betekent ‘overstijgend’ of ‘hoger’; het woord ‘dhamma’ heeft in dit geval de betekenis van ‘waarheid of leer’. Samen dus ‘hogere leer’.

Bhikkhu Bodhi schrijft in zijn vertaling van de Abhidhammattha Sangaha (een samenvatting van de Abhidhamma geschreven door Acariya Anuruddha rond de 11e–12e eeuw n. Chr.):

In de Sutta maakt de Boeddha regelmatig gebruik van conventionele taal (Voharavacana) en accepteert hij conventionele waarheid (Sammutisacca).

Dit is waarheid uitgedrukt in termen die zelf in ultieme zin niet werkelijk bestaan, maar waarnaar wel verwezen kan worden. Zodoende spreekt de Boeddha in de Sutta over ‘ik’ en ‘jij’, over ‘man’ en ‘vrouw’, over levende wezens, personen en zelfs over een zelf, alsof dat concrete realiteiten zijn.

De Abhidhamma daarentegen beperkt zich tot termen die geldig zijn vanuit een ultiem realiteits‐standpunt (Paramatthasacca): Dhammas [fenomenen], karakteristieken, functies en relaties.

Zo worden in de Abhidhamma alle concepten, die in de Sutta nog geaccepteerd worden voor een makkelijkere communicatie, niet meer gebruikt.

In plaats daarvan wordt de werkelijkheid in ultieme bouwstenen ingedeeld. Dat wil zeggen, in kale mentale en materiële fenomenen die vergankelijk, geconditioneerd, en afhankelijk ontstaan zijn.

Leeg van een zelf of agent.”

De Abhidhamma ‘overstijgt’ het conventionele karakter van de Sutta. Neem als voorbeeld een auto. Is het nog steeds een auto als je elk schroefje losdraait, elk onderdeel apart op de grond legt?

In ultieme zin is een auto geen realiteit. Wij noemen het samenraapsel van materiële fenomenen dat in een specifieke vorm met specifieke eigenschappen is samengevoegd ‘auto’. Het is een afspraak, een conventie.

In de Abhidhamma zou niet over ‘auto’ worden gesproken, maar over deze kleinste fenomenen en hun onderlinge relaties en eigenschappen.

In het eerste boek van de Abhidhamma (de Dhammasangani) worden alle kleinste bouwstenen opgesomd, en worden zo de kleinste bestanddelen van de werkelijkheid weergegeven. Dit is de analyse.

In het laatste boek (de Patthana) zijn de conditionele relaties, de verbindingen tussen deze bouwstenen, te vinden. Dit is de synthese.

Deze twee aspecten samen, de analyse en de synthese, geven het unieke karakter van de leer van de Boeddha weer.

Namelijk dat alles vergankelijk en zonder zelf is, maar dat het toch de moeite waard is om moreel gedrag, concentratie en wijsheid te ontwikkelen.

Aan de ene kant wordt zo aangetoond dat ‘wij’ en de buitenwereld niets meer zijn dan een samenraapsel van losse, vergankelijke momenten.

Momenten die ieder op zich ontstaan en vergaan.

Een hele hoop van deze mentale en materiële fenomenen samen zijn niets meer dan een conventie, een ‘ik’ zonder dat daar in werkelijkheid een ‘agent’ of iets blijvends te vinden is.

Aan de andere kant wordt duidelijk gemaakt dat deze momenten wel degelijk van invloed op elkaar zijn en dat je wel degelijk door oefeningen (noem het vrije wil) verandering in de condities teweeg kan brengen.

Daarom is het belangrijk om je moreel te gedragen, zodat de juiste condities voor concentratie ontstaan. En om concentratie te ontwikkelen, zodat de juiste condities voor wijsheid ontstaan. En om wijsheid te ontwikkelen, zodat de juiste condities voor bevrijding, voor werkelijk gelukkig leven ontstaan.

Om het nog even te benadrukken, je kunt niet de momenten van het heden veranderen, daar ben je altijd te laat voor. Je kunt alleen proberen de voorwaarden, de condities, zo te veranderen dat de volgende bewustzijnsmomenten een hogere waarde zijn.