Het Cognitieve Proces volgens de Abhidhamma


Een woord zoals Citta (bewustzijnsmoment) of Cetasika (mentale factor) kan vrij abstract zijn. Je eigen ervaring is (zo neem ik aan) niet losse Citta maar het dynamische karakter van het cognitieve-proces. Citta en Cetasika komen dan ook meer tot leven als je naar het proces kijkt dat zich in ons dagelijks leven afspeelt. Misschien denk je dat je al voldoende over de werking van je bewustzijn weet, immers maak je het toch dagelijks mee! Toch is het goed om de hier volgende uitleg eens aandachtig door te lezen en er gedurende de dag af en toe over na te denken.

Juiste-zienswijze is namelijk niet altijd intuïtief. Dit komt omdat onze zienswijze geconditioneerd is door een enorme reeks aan Akusala (onheilzame) Citta. De meesten van ons zullen waarschijnlijk niet meer dan 0,01% van de tijd Kusala (heilzame) Citta meemaken. We baseren onze zienswijze dan ook op de overige 99,9% Akusala Citta. De Abhidhamma kan helpen om scheurtjes in deze verkeerde-zienswijze aan te brengen zodat deze in toekomst vervangen kan worden door de bevrijdende juiste-zienswijze. Voordat ik naar het cognitieve proces ga is het handig om dit punt nader toe te lichten. Dit benadrukt namelijk het nut van het bestuderen van de Abhidhamma. Ik wil dit doen aan de hand van drie stappen die gezet kunnen worden in het rechtzetten van een vorm van verkeerde-zienswijze, namelijk de verkeerde-zienswijze dat er een “ik” is.

Nagenoeg iedereen heeft de verkeerde zienswijze dat er een “ik” , een “zelf” en een “van mij” bestaat. Deze verkeerde zienswijze zit diep in ons geworteld. Er zijn drie gradaties van deze verkeerde-zienswijze te onderscheiden voordat juiste-zienswijze wordt bereikt.

Iedereen staat wel eens stil staat bij de ‘waarom’ vraag van het leven of in het verlengde daarvan bij ‘wie’ of ‘wat’ je nou eigenlijk bent. Niet iedereen gaat hier mee door totdat een nauwkeurig gedefinieerde theorie ontstaat, maar een idee zul je er wel over hebben. Dit idee is het ‘filosofische’ kader waar je het ‘ik’ aan ophangt. Je zou bijvoorbeeld kunnen denken dat je niets meer dan materie bent, immers ben je een hoop cellen die op een gegeven moment dood gaat. Je kunt dan ook denken dat er na de dood niets meer is en dat er voor je geboorte niets was. Met deze mening heb je al een heel systeem bedacht waar je je ‘zelf’ aan koppelt. Een referentiekader. Sommigen zullen hier uitgebreide theoriën van vooraanstaande natuurkundigen, filosofen of theologen op naslaan. Anderen zeggen “zo is het gewoon” en zijn er dan klaar mee. De intensiteit maakt voor mijn verhaal niet zo veel uit. Wat belangrijker is, is dat dit idee, dit kader, een zienswijze is. Een zienswijze die je zelf hebt bedacht. Met de nadruk op ‘bedacht’! Het is niets meer dan een concept, een idee, een theorie, en heeft niets te maken met de realiteit. Immers weet je het niet zeker. Als je de realiteit uit eigen ervaring mee maakt, dan zou je het zeker weten. Nu geloof je door dit verzonnen kader helemaal dat er een “ik” is. Dit diep gewortelde, bedachte geloof is de eerste en ergste gradatie van de verkeerde-zienswijze dat er een “ik” bestaat. Je zou het de zienswijze “dit ben ik” kunnen noemen, omdat je een idee hebt over wat je bent.

Nu dan, als je je met het Boeddhisme bezig gaat houden, zul je merken dat vaak over ‘niet-zelf’ wordt gesproken. Ook wordt er vaak aangegeven dat je eigen waarneming zeer subjectief is en dat je vooral moet uitkijken om daar te voorbarig conclusies uit te trekken. Zelfs het trekken van conclusies op basis van diepe meditatieve ervaring moet met een korrel zout worden genomen. Men kan namelijk in de valkuil vallen te denken al volledige wijsheid verworven te hebben terwijl men maar een kleine stap heeft gezet. Daarom is een leraar van zo groot belang. Zonder leraar die zelf de nodige ervaring op de weg heeft kan je makkelijk op een zijspoor geraken of ergens blijven hangen omdat het zo fijn vertoeven is, terwijl je het doel, de volledige bevrijding, nog niet hebt bereikt. Wat wel kan, is dat voldoende ervaring in de meditatie, bijvoorbeeld het buddho-systeem, vertrouwen geeft. Vertrouwen in de Dhamma, de weg van de Boeddha. Je merkt dat de meditatie je in je dagelijks leven helpt en stapje voor stapje merk je dat dingen die je hebt gelezen in Boeddhistische boeken ook op jou van toepassing zijn. Dit kan ervoor zorgen dat je stopt met het maken van theorieën over een “zelf”. Niet dat je gelijk ziet dat alles niets meer dan geconditioneerde vergankelijke momenten zijn, maar je accepteert op basis van een beginnende eigen ervaring in de meditatie, dat je waarneming en dus je idee over een “ik” wel eens fout zou kunnen zijn. Als je stopt met het maken of aanhangen van een theorie of filosofie over een “ik” heb je de ergste vorm van verkeerde-zienswijze over een zelf achter je gelaten. Je hebt een stapt richting juiste-zienswijze gezet, maar je hebt nog geen eigen ervaring met het niet-zelf. Dit is de tweede gradatie van de verkeerde-zienswijze dat er een “ik” bestaat. Je zou het de zienswijze “ik ben” kunnen noemen, omdat je alleen nog accepteert dat je bent.

Door met energie en volharding te blijven werken met het meditatiesysteem komt er vanzelf een moment waarop je een eerste ervaring krijgt met niet-zelf. Je doorziet, voor enkele momenten, dat je een samenraapsel van losse Citta en Cetasika bent die telkens verschijnen en vergaan, gebaseerd op condities. Dit vernietigt het idee van een “ik” meer dan voorheen maar je bent er nog niet! Als je uit de meditatie opstaat en de wijde wereld in kijkt dan zie je met je ogen, ruik je met je neus, proef je met je tong. Je weet dat op basis van eigen ervaring dat er geen “ik” is, maar in het dagelijks leven ‘voelt’ het alsof een “ik” de dingen waarneemt. Dit is de derde en meest subtiele vorm van verkeerde-zienswijze. Je zou het de zienswijze “ik” kunnen noemen, omdat je op de meest subtiele manieren nog denkt dat het “zelf” waarneemt, maar ook niet meer dan dat.

Gelukkig heb je een leraar die je erop wijst dat zelfs het ‘gevoel’ van waarneming door een “zelf” een illusie is. En door verder te streven komt er een moment dat zelfs deze meest subtiele vorm van ik-denken vernietigd wordt en elke vorm van verlangen en hechting naar een zelf is opgegeven. Dat is het moment waarop juiste-zienswijze over niet-zelf is bereikt. Dit is onderdeel van Arahant-schap, het einddoel van het boeddhistische pad.

Als je dit verhaal tot hier hebt gelezen kun je je misschien voorstellen hoe hardnekkig het idee dat er een “ik” bestaat is. Als de essentie, de diepe betekenis van de Abhidhamma echt begint door te dringen kunnen de eerste haarscheurtjes in het “zelf” beeld ontstaan. De Abhidhamma leert namelijk dat alles geconditioneerde vergankelijke momenten zijn. Dat er geen “ik”, geen “zelf” geen “van mij” is. Een mooi aanvulling en verdieping van de eigen meditatieve ervaring!

Dit lijk me een mooi moment om naar het cognitieve-proces te gaan kijken. Aangezien het cognitieve-proces uit een aaneenschakeling van Citta bestaat is het handig om te herhalen wat we tot nu toe over Citta te weten zijn gekomen:

  1. Een Citta (bewustzijnsmoment) is een Paramattha-dhamma (ultieme realiteit)
  2. Citta is één van de vier categorieën waarin de Abhidhamma de ultieme werkelijkheid verdeelt. De andere drie zijn Cetasika (mentale factoren), Rupa (materie) en Nibbana (Nirvana)
  3. Citta is:
    1. Mentaal
    2. Geconditioneerd
    3. Vergankelijk
    4. Zonder Zelf
  4. Citta en Cetasika:
    1. Komen samen op (verschijnen tegelijkertijd)
    2. Gaan samen onder (verdwijnen tegelijkertijd)
    3. Hebben hetzelfde object
    4. Hebben dezelfde basis
  5. Citta kent het object, neemt het object waar. Cetasika vervullen de functies in het waarnemingsproces. Citta is als de koning, Cetasika als zijn gevolg dat hem altijd vergezelt.
  6. Citta bestaat in drie ethische varianten:
    1. Heilzaam
    2. Onheilzaam
    3. Onbepaald
  7. Citta kunnen werelds en boven-werelds[1] zijn
  8. Citta verschijnen en verdwijnen met een ongelofelijke snelheid. Er passeren miljarden Citta in de tijd van een bliksemflits of het knipperen van de ogen

Ik denk dat we de term Citta voldoende hebben gedefinieerd om naar het cognitieve proces te kunnen gaan kijken. Wel wil ik van te voren nog een kanttekening plaatsen en de verwachtingen wat bijschaven. Ahba heeft wel eens aangegeven gemaakt dat men zich niet te veel met de losse Citta bezig moet houden. Hij geeft aan dat het anders te abstract blijft. Het is misschien beter om niet teveel bezig te zijn met dingen die (nog) erg ver van de ervaringswereld liggen terwijl er zoveel te leren valt over dingen die we wel meemaken. Hoeveel stapjes het mentale proces nou precies heeft en welke Citta precies welke functie uitvoert en hoe die zich onderling verhouden is op dit moment dan ook van ondergeschikt belang. Ik ga hier dan ook alleen de essenties of conclusies proberen te verwoorden die je aan de hand van de uitleg in de Abhidhamma over je bewustzijn kunt trekken. Wie naar meer details smacht verwijs ik naar de boeken[2].

Er zijn een paar principes die handig zijn als achtergrondinformatie. Één cognitief-proces bestaat volgens de Commentaren uit 17 Citta. Welke 17 en wat voor functie deze in het proces vervullen is, zoals gezegd, nu niet van belang. Wat wel van belang is, is dat deze 17 na elkaar opkomen en weer vergaan. Dus de eerste Citta komt op en vergaat, dan de tweede, dan de derde, en zo voort. Een cognitief-proces bestaat dus uit allemaal losse bewustzijnsmomenten die elkaar razendsnel opvolgen.

Wat ook handig is om te weten, is dat het Boeddhisme altijd over zes zintuigen spreekt. Naast de reguliere vijf (ogen, oren, neus, tong en tast) die wij in het westen kennen vind ook ‘bewustzijn’ hier zijn plaats. Het zintuig (mentaal)bewustzijn neemt mentale objecten waar net als de ogen zichtbare dingen als object en de oren geluid als object waarnemen.

Tijd om te beginnen over het cognitieve proces. Er zijn grofweg 2 soorten. Het eerste proces is zintuiglijk. Een van de vijf lichamelijke zintuigen (ogen, oren, neus, tong of tast) wordt in contact gebracht met een corresponderend object en er ontstaat automatisch, als aan alle voorwaarden wordt voldaan, een zintuiglijk-cognitief-proces op basis van dat zintuig. Neem als voorbeeld oogbewustzijn. Als er een werkend oog (beter gezegd oog-sensitiviteit), een zichtbaar object, licht en aandacht zijn, dan zijn alle voorwaarden aanwezig voor een oog-cognitief-proces. Dit proces vindt op dat moment hoe dan ook plaats! Helemaal automatisch, puur op basis van voorwaarden en condities, zonder dat daar een “ik” aan te pas komt.

Elk zintuig heeft op die manier zijn eigen proces. We weten dat Citta altijd achter elkaar opkomen en vergaan, daaruit volgt dat er zich telkens maar een soort cognitief-proces tegelijk kan voltrekken. Dit is de eerste essentie van het bewustzijnsproces. Hoewel wij denken dat we tegelijkertijd zien, horen, ruiken, proeven en voelen is dit niet zo! Het gebeurt razendsnel achter elkaar. Of je ziet, of je hoort, of je ruikt, of je proeft of je voelt. Net als een film eigenlijk uit allemaal losse beelden bestaat die met minimaal 24 beelden per seconde worden afgespeeld om de illusie van een vloeiende beweging te geven presenteren zich de Citta, en in hun verlengde de cognitieve-processen, als een vloeiend geheel. Alleen door zeer hoge concentratie kan dit met eigen ervaring tot in de kleinste delen geanalyseerd worden. Tot zover kort over het eerste soort, het zintuiglijk-cognitief-proces.

De alerte lezer heeft vast al opgemerkt dat het zesde zintuig, het (mentale)bewustzijn, nog niet is genoemd. Het mentale-cognitieve-proces is namelijk het tweede soort cogntief-proces. Dit proces kan in tweeën worden gedeeld. Ten eerste het pure mentale-cognitieve-proces, bijvoorbeeld tijdens abstract nadenken over dingen. Ook dit proces wordt geactiveerd door het aanwezig zijn van voorwaarden. In dit geval is dat de hart-basis, het mentale object, levenscontinuüm en aandacht. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan dan wordt het mentale object gekend.

Ten tweede komen mentale-cognitieve-processen (let op de meervoud) ook voor na een zintuiglijk-bewustzijns-proces. Nadat er contact plaats vindt tussen object en zintuig en er aan alle voorwaarden voldaan is gaat een zintuiglijk-cogntief-proces van start. Zoals het bovengenoemde oog-cogntieve-proces. Dit kent het zintuiglijk object. In principe is dit een hele zuivere waarneming van het object waar nog geen concepten aan zijn toegevoegd. Direct na dit zintuiglijk-cognitieve proces vinden enkele mentale-cognitieve processen achter elkaar plaats die invulling gaan geven aan wat er door het zintuig is waargenomen. Echter doet een mentaal-cognitief-proces dit niet met het werkelijke ‘externe’ fenomeen als object maar met een mentale kopie! Ik zal een voorbeeld geven.

Als zich een oog-cognitief-proces heeft afgespeeld omdat er aan de voorwaarden voor dit proces is voldaan is het zichtbare object waargenomen. Een zichtbaar object is echter enkel kleur, geen vorm, materiaal, naam, en zo voort. Waarom niet? Neem vorm als voorbeeld. Je kunt vorm niet zien. Vorm voel je. Denk maar aan al die leuke visuele illusies die met pen en papier gemaakt kunnen worden. Plotseling lijkt een twee-dimensioneel velletje papier diepte te hebben als je er naar kijkt. Dat is echter helemaal niet waar. Als je het papier voelt weet je ook dat dit niet waar is. Vorm voel je. Wat je ziet is kleur en contrast en op basis van onder andere eerdere ervaring koppelt je bewustzijn hier een bepaalde vorm aan. Vorm waarnemen op basis van zien met de ogen is een afgeleide. Daarom gaat het fout met visuele illusies. Je mentale-cognitieve proces koppelt iets aan de kleur die je ziet terwijl dat er in werkelijkheid niet is! Hetzelfde geld uiteraard voor een naam. Je ziet geen sinaasappel. Wat je ziet is oranje. Het heeft de vorm van een ronde bol, maakt je bewustzijn daarvan. Verdere analyse geeft dan de naam “sinaasappel”. Als je nog nooit eerder een sinaasappel hebt gezien kun je die naam er niet aan geven, dan stop het bij ‘een oranje bol’. Het bizarre van dit geheel is dat alleen dat eerste zintuiglijke-cognitieve-proces daadwerkelijk het object (bijvoorbeeld de kleur oranje) waarneemt. Daarna wordt een mentale kopie gemaakt van dit object dat dan als mentaal object voor de verdere analyse tijdens de mentale-cognitieve-processen wordt gebruikt. Alle (mentale) analyse wordt dus op een concept uitgevoerd en niet op het werkelijke object! Kijk je bijvoorbeeld naar een mooie roos dan ervaar je niet de roos als mooi, maar het mentale concept van ‘roos’. Want wat je ziet is enkel kleur (misschien rood). De vorm ‘bloem’ en de naam ‘roos’ zijn concepten toegevoegd aan de mentale kopie (en niet aan het werkelijke externe object). Dus is het woord ‘mooi’ van toepassing op een concept, niet op de werkelijkheid.

Waarom is dit belangrijk? Omdat wij hier helemaal in op gaan. Omdat we hiermee door draven. Plotseling vinden we van alles. We vinden het een mooie, lekker ogende, rijp uitziende sinaasappel die we heel graag zouden willen eten. Of we vinden het een lelijke, vergroeide, onrijp ogende sinaasappel die we zeer zeker niet willen eten. Er komt verlangen[3] op. Zodra er verlangen in het spel is ontstaan er problemen. Als je de lekkere sinaasappel niet krijgt ben je verdrietig, als je de vieze sinaasappel wel moet eten ben je verdrietig. En het plezier dat je ervaart door het voldoen aan je verlangens, door het eten van de sinaasappel, is vergankelijk en maar van korte duur en daardoor eigenlijk ook verdrietig. Meteen na dat plezier van voldoen aan je verlangen zijn er weer tal van andere dingen die je wel of niet wil. Net als een klein kind in een speelgoedwinkel. Het kind wil één speeltje. Altijd zeurt het daarom. Als het kind het speeltje krijgt is het een paar dagen of weken blij aan het spelen, maar voordat je het weet ligt het speeltje alweer ergens vergeten in een hoek en is er een ander ‘één speeltje’ dat het kind wil.

En dit doordraven, dit erin opgaan, dit verlangen is allemaal puur op basis van concepten, mentale kopieën. Niet op basis van de realiteit. Alleen als je concentratie heel hoog is kun je snel genoeg ingrijpen om te voorkomen dat je onterecht opgaat in de illusies van je bewustzijn en kun je voorkomen dat verlangen en dus problemen ontstaan. Je dringt zo door tot ware natuur van de dingen. “Wat saai” zou je kunnen denken. Maar dat is onzin. Je zult dan geen verlangen meer hebben en dus geen ellende. Geen ellende, maar wel plezier. Je kunt de sinaasappel nog steeds eten en er nog steeds van genieten, maar als het anders zou zijn is dat niet erg. Zoals Ahba zegt:

“Verlangen is het probleem. Stel er is iets dat je heel graag wilt, dat je heel graag cadeau wil krijgen. Maar je krijgt het niet. Dan ben je verdrietig of boos of teleurgesteld. Als je concentratie hebt heb je geen verlangen meer. Misschien is er nog steeds iets dat je graag wil hebben. Als je dat krijgt ben je gelukkig. Maar als je dat niet krijgt ben je ook gelukkig! Het maakt dan niet meer uit. Het is geen probleem meer. Alles is dan makkelijk!”

Dit is de tweede belangrijke essentie van het cognitieve-proces. Dat na het zuivere zintuiglijke-cognitieve-proces een mentale kopie wordt gemaakt waar we mee vandoor gaan. Dat alles wat we van dingen vinden niet meer dan subjectieve mentale toevoegingen zijn. Dat we hierdoor verlangen iets wel of niet te hebben en dat we daardoor alle problemen in ons leven helemaal zelf veroorzaken.

Je kunt het voorgaande lezen en voor lief nemen, maar dat zou jammer zijn. Het heeft pas zin als je er af en toe over na denkt. Wat zijn de consequenties hiervan? Wat betekent dit? Als ik iets wil of niet wil? Als ik iets ergens over vind? Als ik boos of verdrietig ben? Of blij? Kennis over het cognitieve proces kan zo bijdragen aan het inzicht dat alles geconditioneerd is, vergankelijk is en zonder zelf is. En zo voor de eerder genoemde haarscheurtjes in de verkeerde-zienswijze zorgen, zodat plaats kan worden gemaakt voor de bevrijdende juiste-zienswijze.

[1] Boven-werelds wil zeggen dat ze Nirvana als object hebben. Je zou het “verlichting” Citta kunnen noemen. Alle andere Citta zijn werelds.

[2] Bijvoorbeeld de Abhidhammattha Sangaha, de Visuddhimagga of de Atthasalini. Het is trouwens het noemen waard dat in de oorspronkelijke 7 boeken van de Abhidhamma ook niet tot in detail over dit cognitieve proces wordt gesproken. Het zit er wel in verwerkt (net als in de Sutta), maar de nadruk wordt er pas in de Commentaren (bijvoorbeeld in de Abhidhammattha Sangaha) op gelegd.

[3] Iets ‘wel willen’ is net zo goed verlangen als iets ‘niet willen’. Het Boeddhisme kent drie aspecten van verlangen: verlangen naar zintuiglijke genoegens (kāmataṅhā), verlangen naar voortgezet bestaan (bhavataṅhā) en verlangen naar vernietiging van het eigen leven (vibhavataṅhā).

 

Terug naar Blog

Contact


Neem contact op voor meer informatie over de meditatie of voor het maken van een afspraak.

Misschien is de stap naar meditatie nu nog te groot voor je. Overweeg dan eens om langs te komen voor een gesprek over zingeving. Wat zijn voor jou de belangrijke dingen in het leven en waar staat spanning op de boog?